In onze visie leidt cultureel ondernemerschap uiteindelijk tot een rijk, innovatief en passend cultureel aanbod voor de inwoners en bezoekers van Haarlemmermeer. In deze programmalijn lichten wij toe hoe wij dat in de komende vier jaar een stap dichterbij willen brengen.
Stand van zaken en ontwikkelingen
Cultureel ondernemerschap raakt zowel aan instrumentele, organisatorische en financiële aspecten van de uitvoering van ons cultuurbeleid in de komende periode. Deze programmalijn leidt tot een eerste serie stimuleringsmaatregelen en voorwaarden die we voor de komende vier jaar invoeren. Cultureel ondernemerschap is daarmee een belangrijk uitgangspunt en, ook voor ons, nieuw. Vandaar dat we de stand van zaken en de ontwikkelingen van deze programmalijn in een nemen. We slaan samen met de culturele instellingen die dit aangaat een meer ondernemende en innovatieve weg in en we verwachten dat in de loop van de route het cultureel aanbod in onze gemeente, ondanks teruglopende overheidsfinanciering, rijker is en nog meer draagvlak heeft onder de inwoners en bezoekers. In deze programmalijn leggen we uit hoe wij dat willen bereiken. Daarbij gaan we ook in op de kansen en knelpunten die het versterken van cultureel ondernemerschap met zich meebrengen.
Wat verstaan wij onder cultureel ondernemerschap? Cultureel ondernemerschap betekent ondernemen vanuit het culturele product en daardoor kan de cultureel ondernemer de afhankelijkheid van overheidssubsidie verkleinen. Cultureel ondernemerschap kenmerkt zich door permanente innovatie van het productpakket, een imago van ‘the place to be’ waarbij gastvrijheid en gastheerschap belangrijke kernwaarden vormen, een open houding ten opzichte van initiatieven en impulsen vanuit het veld, samenwerking, het zoeken en grijpen van kansen, bereidheid tot het nemen van een zekere mate van risico en het meenemen van de eigen organisatie in de uitvoering van de visie op ondernemerschap. De cultureel ondernemer maakt voor de bekostiging van de exploitatie onder meer gebruik van overheidssubsidie, maar ziet de subsidie niet als de dekking van al zijn kosten. De cultureel ondernemer is innovatief en vindt zo wegen om delen van het productpakket exploitatietechnisch te positioneren dat geen – of althans minder dan in de huidige situatie – een beroep hoeft te worden gedaan op subsidiegelden of dat hij zijn aanbod kan vergroten zonder daarvoor meer subsidie te vragen. De cultureel ondernemer en zijn culturele organisatie winnen daarmee aan vrijheid.
Voor een goed begrip van de term ‘cultureel ondernemerschap’ kijken wij hoe een cultureel ondernemer zich onderscheidt van een ‘gewone’ ondernemer. In tegenstelling tot een ‘gewone’ ondernemer, die opereert in het private domein van ‘de commerciële markt’, heeft een cultureel ondernemer niet als primair bedrijfsdoel het genereren van rendement door middel van winst (-maximalisatie). Voor de gesubsidieerde instelling, ook als die gaat werken op basis van (meer) cultureel ondernemerschap, blijft, vinden wij, het primaire doel – de missie – het realiseren van een breed basispakket kunst- en cultuuractiviteiten van hoge kwaliteit voor inwoners, bedrijven, bezoekers en partners van de gemeente Haarlemmermeer. Een cultureel ondernemer – in tegenstelling tot een commerciële ondernemer – vanwege de inzet van subsidie – zal ook zorg dragen dat er een maatschappelijk verantwoorde balans is tussen financiële laagdrempeligheid van het aanbod voor minder draagkrachtige gebruikers binnen de bevolking en het volgen van de landelijk gangbare tariefstelling voor de gerealiseerde activiteiten. Tenslotte komen wij via de voorwaarde dat er door een brede uitsnede van de bevolking ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van het betreffende cultuuraanbod aan een derde onderscheid met een gewone ondernemer: de eis van breed maatschappelijk draagvlak. Deze eis van maatschappelijk draagvlak strekt zich praktisch gesproken ook uit tot dat deel van het productpakket dat zonder subsidie kan. Het is immers moeilijk voorstelbaar dat de gemeenschap subsidie zou willen blijven geven voor delen van het activiteitenpakket als andere delen van het activiteitenpakket afbreuk doen aan het maatschappelijk draagvlak voor de instelling.
Wanneer we kijken naar de culturele instellingen waarmee wij als gemeente prestatieafspraken maken dan stellen wij vast dat een deel van de culturele instellingen al zeer cultureel ondernemend en innovatief is en de andere instellingen in 2011 – 2012 de voorwaarden realiseren om meer cultureel ondernemend te kunnen worden. Dit laatste geldt vooral voor de instellingen die in 2011 in het Cultuurgebouw zijn gestart.
Doelen 2013 – 2016
Het cultureel aanbod in Haarlemmermeer is minder afhankelijk van overheidssubsidie, het lukt culturele instellingen om het ‘eigen’ financieel draagvlak zoveel mogelijk te verbreden en verhogen;
De drie grootste culturele instellingen vangen de bezuiniging van 10% op hun subsidie goed op;
Het vergroten van het maatschappelijke draagvlak (nieuwe allianties) en het inzetten daarvan als een (financiële) succesfactor;
het aanbieden van een kwalitatief en kwantitatief verantwoord, breed toegankelijk pakket cultuuractiviteiten dat bijdraagt aan de geur, kleur en smaak van de Haarlemmermeer;
Voornemens 2013 – 2016
Wanneer de gemeente gesubsidieerde instellingen meer ruimte wil bieden om te ondernemen stuiten we ook direct op een dilemma. Cultureel ondernemerschap gedijt met meer vrijheid voor de instelling en tegelijkertijd wil de gemeente meer kunnen sturen op prestaties en meer inzicht in de verantwoording van overheidssubsidies. Die twee, sturen en verantwoorden aan de ene kant en vrijheid en ondernemerschap aan de andere kant, staan elkaar snel in de weg. Wij willen dit dilemma oplossen door, binnen de voorwaarden van het subsidiebeleidskader en de geldende algemene subsidieverordening Haarlemmermeer, te kiezen voor de volgende aanpak:
Cultureel ondernemerschap is voor ons leidraad bij de subsidiemethodiek en dus met ingang van 2013 ook bij alle subsidieverleningen die voortkomen uit de uitvoering van de Cultuurnota. Voor het formuleren van de invoering en de voorwaarden maken wij onderscheid in drie categorieën van instellingen en initiatieven:
4D (Instellingen Cultuurgebouw): meerjarig prestatiesubsidies
Instellingen (overig) meerjarig prestatiesubsidies
Instellingen en initiatieven genormeerde en eenmalige subsidies
Ad 1 Het Cultuurgebouw en de vier culturele instellingen in het Cultuurgebouw
We maken een onderscheid tussen ondernemen met het fysieke Cultuurgebouw en het cultureel ondernemen vanuit de culturele functies die in het gebouw gehuisvest zijn, te weten theater De Meerse, Pier – K, Bibliotheek Haarlemmermeer en Poppodium Duycker. Wat betreft het fysieke Cultuurgebouw geven wij de vier instellingen samen de ruimte om het gebouw te exploiteren
voor doeleinden die niet in tegenspraak zijn met de culturele functies. Hierbij valt te denken aan passende functies als horeca, verhuur en innovatieve en creatieve concepten als ‘seats to meet’ of samenzwolle.nl)18Begin 2012 zijn de instellingen in het Cultuurgebouw gestart met de voorbereiding voor een shared service organisatie en de oprichting van een horeca BV. De voorwaarden die wij hierbij stellen zijn dat deze vorm van exploitatie alleen plaatsvindt vanuit het gezamenlijke beheer en de gezamenlijke exploitatie van het Cultuurgebouw en dat de opbrengst verdeeld wordt over de vier instellingen op basis van een sleutel die past bij de bijdrage die iedere instelling levert en deels wordt ingezet bij het profileren van het Cultuurgebouw als geheel. We verwachten dat de vier instellingen hiervoor gezamenlijke afspraken maken.
Naast het ondernemen met het fysieke Cultuurgebouw zien wij kansen voor het cultureel ondernemen door de vier instellingen afzonderlijk. Wij bieden alle vier de ruimte om vanuit hun (primaire) culturele product maatschappelijk te ondernemen, alleen of samen allianties aan te gaan en daarmee aanvullende inkomsten te verwerven. Wij geven de vier instellingen afzonderlijk en samen vier jaar de ruimte om dit dubbele ondernemerschap op te bouwen. We stellen geen aanvullende inkomenseisen, bieden de instellingen meer gelegenheid om bestemmingsreserves en voorzieningen aan te leggen en de algemene reserves op peil te brengen en bieden binnen de prestatieafspraken ‘vrije’ ruimte voor innovatie.
Begin 2016, wanneer we dit uitvoeringsprogramma evalueren, gaan wij samen met de vier instellingen na, of het is gelukt om het ondernemerschap te vergroten en wat het effect is op de omvang van de culturele en aan cultuur gerelateerde activiteiten in vergelijking tot 2012. Ook gaan wij dan samen na of het ondernemen met het fysieke Cultuurgebouw heeft geleid tot het vergroten van de aantrekkingskracht van het gebouw op het publiek, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.
Overige instellingen met prestatiesubsidies
De invoering van cultureel ondernemerschap bij de prestatiesubsidies aan de overige instellingen Kunstfort bij Vijfhuizen, Historisch Museum Haarlemmermeer, Museum de Cruquius en Meeromroep wijkt in zoverre af van de instellingen in het Cultuurgebouw dat de verhouding tussen subsidie en eigen inkomsten anders is of dat er al eerder afspraken zijn gemaakt om de eigen inkomsten te verhogen (Meeromroep). Met deze tweede groep instellingen maken wij wel, net als met de ‘grote’ vier in het Cultuurgebouw, meerjarige prestatieafspraken waarin wij binnen de afspraken ruimte voor innovatie ‘open’ laten en wij bieden deze instellingen ook de gelegenheid om bestemmingsreserves aan te leggen en / meer algemene reserve op te bouwen wanneer dit nodig is.
Wij gaan na of de prestatiesubsidies met Living History en Stichting Cruquiusconcerten onderdeel kunnen zijn van de prestaties van Museum de Cruquius. De prestatieafspraken met Galerie 2001 en Museum Crash houden wij beperkt.
Instellingen met eenmalige subsidie / verdeelregels cultuur
Andere instellingen en initiatieven kunnen voor subsidie een beroep doen op de twee nieuwe verdeelregels. In de programmalijn “Een levendig Cultuurgebouw als spil in een netwerk van culturele kernen” gaan we in op de criteria voor het beoordelen van aanvragen. In deze programmalijn kondigen we aan dat we vanuit de wens tot meer cultureel ondernemerschap bij de beoordeling van aanvragen voor eenmalige en genormeerde subsidies nooit meer financieren dan 70% van de kosten van het project, het initiatief of evenement. We verwachten, anders gezegd, dat elk cultureel initiatief in deze gemeente minimaal 30% van de projectkosten dekt uit inkomsten uit andere bronnen dan gemeentelijke subsidie19Dit betreft de gemeentelijke programmabegroting. Voorbeelden van andere bronnen zijn ‘contributies’, ‘sponsoring’, ‘kaartverkoop’, ‘donaties’ of subsidies van andere overheden en fondsen, de waarde van vrijwilligers en eigen middelen. De eenmalige subsidies zijn ook toegankelijk voor de meerjarig gesubsidieerde instellingen, maar ook zij moeten 30% van het project ‘nieuw’ financieren. Na twee jaar kijken we naar de tot dan gehonoreerde aanvragen en bepalen of we de 70%/30% ook in 2015 en 2016 voortzetten of de verhouding aanpassen.
Cultureel ondernemerschap en wet & regelgeving
Wanneer we van culturele instellingen verwachten dat zij meer cultureel maatschappelijk gaan ondernemen dan hebben we ook de verantwoordelijkheid om te zorgen dat onze eigen regelgeving het cultureel ondernemerschap niet nodeloos inperkt. Wij zijn overtuigd dat wij met de opzet die wij in deze programmalijn presenteren cultureel ondernemerschap stimuleren en dat de opzet past in de huidige algemene subsidieverordening Haarlemmermeer en subsidiebeleidskader. Maar er kunnen onverhoopt andere of nieuwe belemmeringen ontstaan, die wij nu nog niet voorzien. Dat gaan wij in 2013, in overleg met de meerjarig gesubsidieerde instellingen, na.
Realisatie en prestaties
Om een klimaat te vestigen waarin de instellingen in staat zijn aan bovengenoemde doestellingen te voldoen, zal aan de instellingen ruimte en zekerheid geboden worden. Met die voorwaarde zijn zij in staat nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Dat ontwikkelen kan alleen, gezamenlijk of met commerciële partners of andere maatschappelijke organisaties. De gemeente draagt hieraan actief bij door het inrichten en invoeren van drie subsidiecategorieën, waarbij cultureel ondernemerschap leidraad is:
meerjarige subsidies instellingen Cultuurgebouw
meerjarige subsidies culturele instellingen overig
eenmalige en genormeerde subsidies
Het invoeren van meerjarige subsidies20Het meerjarig maken van subsidieafspraken kan binnen het gelden subsidiebeleidskader alleen bij code groen, niet bij rood en oranje in de interventiepiramide. geeft de instellingen zekerheid over een ‘vaste’ basis aan subsidies en gekoppelde prestaties, waarboven zij de ruimte krijgen om voor een deel vrij cultureel ondernemerschap te bedrijven en nieuwe creatieve en aansprekende maatschappelijke initiatieven te ontplooien. Dit vraagt van de gemeente een aanpassing van de lopende afspraken en dus een extra inspanning om dit binnen de gemeentelijke organisatie te kunnen realiseren.
Aanvullende overwegingen
Meerjarige subsidieverlening en kernvoorzieningen
Voor zowel gemeente als instellingen zijn er argumenten om de subsidie voor een langere periode dan één jaar te verlenen. Zo is het voor instellingen belangrijk om richting potentiële partners over aantoonbare (financiële) zekerheden op de langere termijn te kunnen beschikken. De gemeente zal echter vanwege de jaarlijkse vaststelling van de gemeentebegroting door de gemeenteraad – nooit verder kunnen gaan dan het uitspreken van een intentie tot verlenen van subsidie in komende jaren. De programma’s van eisen kunnen wel voor meer jaren vooruit worden vastgesteld. Ook de optie zoals die in onlangs in het subsidiebeleidskader 2012 werd vastgelegd om een instelling als kernvoorziening (voor een bepaalde categorie cultuuractiviteiten) aan te merken, zal in deze tot meer zekerheid voor een instelling leiden. Wanneer het cultureel ondernemerschap in onze gemeente floreert, is het ons inzien niet meer noodzakelijk om instellingen als kernvoorziening aan te wijzen.
Risicobeheersing
Aan het streven naar (meer) ondernemerschap bij een gesubsidieerde instelling kleeft altijd het dilemma dat ondernemen risico met zich meebrengt. Een risico dat in het bedrijfsleven – wordt gedragen door de onderneming zelf. In een ideale situatie zou de instelling de subsidiërende overheid moeten vrijwaren van dit ‘ondernemersrisico’. Hoewel dit een bijzonder moeilijk realiseerbare randvoorwaarde is, zal niettemin worden gezocht naar een modus om het risico voor de overheid hanteerbaar te houden. Hiertoe zullen we onderzoeken of, en zoja op welke manier, de aan subsidieverlening verbonden systematiek van de interventiepiramide zich ook zal uitstrekken tot het ‘eigen’ bedrijfsmatig handelen van de instelling.
Algemene reserve
In aansluiting op het hiervoor benoemde thema van risicobeheersing willen wij de toegestane hoogte van de algemene reserve van een instelling verhogen binnen de mogelijkheden van de algemene subsidieverordening en het subsidiebeleidskader Haarlemmermeer. Wij maken hierover maatwerk afspraken met de gesubsidieerde instellingen.
Uitvoerders
Alle culturele instellingen en initiatieven in de gemeente die gemeentelijke subsidie ontvangen en de gemeente zelf.
Termijn
2013 - 2016
Budget
Budget verdeeld per lijn
2012
2013
2014
2015
2016
Lijn 2 Cultureel Ondernemerschap
0
0
0
0
0
Mutaties Cultuurnota
2012
2013
2014
2015
2016
Lijn 2 Cultureel Ondernemerschap
0
0
0
0
0
Programmalijn: Cultuureducatie en jongerencultuur
We stimuleren het creatief vermogen van kinderen en jongeren door integratie van cultuur in het onderwijs en ondersteunen de kennismaking van leerlingen met kunst en cultuur. Daarnaast zorgen culturele instellingen voor een educatief aanbod voor de eigen bezoekers. We vinden het belangrijk dat er in de gemeente een consistent aantrekkelijk cultureel aanbod is voor jeugd en jongeren, want die doelgroep is relatief groot in de gemeente.
Stand van zaken
De gemeente heeft de taak om op het gebied van cultuureducatie de culturele infrastructuur van de gemeente te ondersteunen en cultuureducatieve activiteiten te subsidiëren. De gemeenten zijn een belangrijke partner van het rijk bij de uitvoering van landelijk beleid. Door de landelijke projecten is een sterke behoefte ontstaan aan cultuureducatievoorzieningen op lokaal niveau ter ondersteuning van het onderwijs. Voor de uitvoering van deze taken subsidiëren gemeenten onder meer de centra voor de kunsten. De gemeente Haarlemmermeer heeft een breed en inhoudelijk goed cultuureducatiebeleid, dat ook landelijk waardering krijgt21Zo bleek onder andere uit een toespraak van de directeur van Fonds Cultuurparticipatie in november 2011. Tot en met 2012 bestond dat beleid in hoofdlijnen uit vier onderdelen:
Het ondersteunen van het basis en voortgezet onderwijs om iedere leerling in contact te brengen met - en een mening te laten vormen over kunst, erfgoed en media. De gemeente zorgt voor de opzet en de uitvoering van de bemiddeling tussen het onderwijs en het culturele aanbod. Die bemiddeling vindt plaats voor het Kunstmenu (basisschool) en het Cultuurparcours (voortgezet onderwijs). De gemeente stelt per leerling een bedrag beschikbaar. Die financiële ondersteuning is aanvullend aan het budget dat de school zelf inzet (Londo en CEPO) en aan een eventuele ouderbijdrage. Het beschikbare budget is bestemd voor deelname aan de activiteiten en voor het eventuele vervoer naar de activiteit;
De subsidiering van Pier K, de instelling voor de buiten - en binnen schoolse cultuureducatie, activiteiten in de brede school en naschoolse opvang en voor talentontwikkeling; Pier K voert haar beleid uit in vier ‘pieren’ waarvan drie relevant zijn in deze programmalijn: Kunst in Onderwijs, Kunst naar keuze en Kunst aan de top (vanaf 2013).
Prestatieafspraken met culturele instellingen in de gemeente om projecten cultuureducatie op te zetten voor bezoekers (kinderen, jongeren, volwassenen en senioren) en/of aan te bieden aan het onderwijs (via Kunstmenu en Cultuurparcours).
De financiële matching van het programma cultuurparticipatie 2009 – 2012 waarin cultuureducatie een van de drie thema’s is.
We bereiken met de cultuureducatie in het voortgezet onderwijs ook een deel van de doelgroep jongeren. Aan deze doelgroep besteedden we eerder geen specifieke aandacht in ons cultuurbeleid, terwijl de gemeente jongeren juist veel te bieden heeft. De gemeente subsidieert poppodium Duycker dat de programmering in belangrijk mate richt op jongeren. Duycker is naast poppodium ook werkplaats waar onder het label Artquake jongeren hun culturele ambitie kunnen verwezenlijken. Die culturele ambitie uit zich op muziekgebied, maar ook op elk ander terrein binnen kunst en cultuur. Ook Pier K heeft een (buitenschools) cursusaanbod waar jongeren aan deel kunnen nemen.
Ontwikkelingen
Cultuureducatie is in ons cultuurbeleid prioriteit. Door onze inzet op cultuureducatie stimuleren we het creatieve en kunstzinnig vermogen van onze inwoners, stimuleren we het publieksbereik voor kunst en cultuur en dragen we bij aan de aantrekkelijkheid van onze gemeente. Wij zetten de ondersteuning van de cultuureducatie daarom voort waarbij wij wel een aantal veranderingen doorvoeren. Die veranderingen komen voort uit recente ontwikkelingen:
Vernieuwingen in de methode van cultuureducatie, waarbij kunst en cultuur meer integreren in het onderwijs en het leervermogen en plezier van het kind centraal staan. Twee (landelijke) voorbeelden hiervan:
Cultuur in de spiegel: cultuur in de spiegel is een onderzoek van de Universiteit Groningen en de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) dat mede in opdracht van het ministerie van OCW is opgezet. Het onderzoek leidt tot de ontwikkeling en invoering van een volwaardig onderwijscurriculum cultuur door een ontwerp raamleerplan. In 2013 komt het raamleerplan beschikbaar voor het onderwijs. Iedere school kan daarmee zelf de leerlijn inrichten afhankelijk van de (soorten) kinderen; het streven is dat het cultuuronderwijs vakoverstijgend wordt, ingericht als doorlopende leerlijn en meer kwaliteit heeft dan voorheen.
Kunst in Leren: ‘Kunst in Leren’, waarmee in 2012 in Haarlemmermeer geoefend wordt, gaat uit van een wezenlijke samenwerking tussen kunstdocenten en leerkrachten uit het onderwijs. Door deze samenwerking worden kunst en cultuur onderdeel van een lesthema, een leerlijn en kunnen bijdragen aan cognitieve vakken zoals rekenen en taal.
Het ministerie van OCW vervangt het Programma Cultuurparticipatie 2009-2012 door een nieuw programma Cultuureducatie met Kwaliteit.
Scholen hebben een budget cultuureducatie per leerling beschikbaar, dat budget is een geoormerkt onderdeel van de financieringsstroom aan het onderwijs waarover het onderwijs prestatieafspraken maakt met de rijksoverheid. Niet alle scholen in Haarlemmermeer zetten dit budget ook daadwerkelijk geheel in als matching van de gemeentelijke bijdrage;
De wens van het onderwijs in Haarlemmermeer om vrije keuzes te kunnen maken uit het aanbod van Cultuurmenu en Cultuurparcours, bijvoorbeeld naast het afnemen van het aanbod wil men graag themagericht of monodisciplinair kunnen werken en ook is er behoefte aan deskundigheidsbevordering van docenten.
Ontwikkelingen in de inhoud van het aanbod en omgang met digitale cultuur.
Ontwikkelingen in de cultuur voor en door jongeren zijn:
de gemeenteraad heeft aangegeven dat in het cultuurbeleid voor jongeren apart aandacht moet zijn. De doelgroep jongeren in Haarlemmermeer is relatief groot en vormt voor een deel ook het toekomstig publiek van culturele instellingen. Wij vinden het daarnaast belangrijk dat jongeren later aangeven dat Haarlemmermeer een leuke gemeente is om in op te groeien en waar ruimte is voor het grijpen van kansen.
culturele instellingen realiseren zich dat juist deze doelgroep lastig te bereiken is en dat de energie die sommige instellingen er in stoppen niet voldoende resultaat oplevert.
Doelen 2013 - 2016
het stimuleren van de kennismaking van kinderen en jongeren met de volle breedte van kunst en cultuur (passief en actief en van erfgoed tot nieuwe media) via het onderwijs en via de culturele instellingen.
vergroten van het creatieve en kunstzinnig vermogen van kinderen en jongeren door aansluiting van van kunst en cultuur bij het onderwijs (bereik van 20.000 leerlingen 4 tot en met 16 jaar)
het leveren van meer maatwerk aan het onderwijs
de ontwikkeling van plezier in cultuur en kunstzinnig talent bij kinderen en jongeren
een specifiek cultureel aanbod voor jongeren (receptief en actief)
meer kennis over (het bereiken van) de doelgroep jongeren bij de culturele instellingen
Voornemens 2013 - 2016
Rekening houdend met de hierboven geschetste ontwikkelingen en de te bereiken doelen zetten we in 2013 – 2016 in op:
Cultuureducatie in het basis en voortgezet onderwijs
Wij continueren de ondersteuning van het onderwijs in hun cultuureducatiebeleid en de financiering van de bemiddeling tussen het onderwijs en het culturele aanbod. Wij zijn voorstander van een meer integraal aanbod door Pier K van Kunstmenu, Cultuurparcours en Kunst in Leren (en straks de invoering van het raamplan Cultuur in de Spiegel) waarbij de ontwikkeling en begeleiding van de vraag en behoefte van het onderwijs uitgangspunt is. De vraag van het onderwijs varieert van de afname van een culturele activiteit tot thematische series, de begeleiding van docenten en beleidsplannen of de invoering van Kunst in Leren of Cultuur in de Spiegel. De Haarlemmermeerse culturele instellingen met prestatiesubsidie zijn in het aanbod vertegenwoordigd en weten zich vertegenwoordigd door Pier K.
We verwachten dat het aanbod aan het onderwijs kwalitatief goed is, alle disciplines (kunst, erfgoed, (nieuwe) media en literatuur) beslaat en varieert van (doe -) activiteit en kennismaking tot integratie van cultuur binnen het onderwijs (thematisch of ondersteunend).
Wij hebben bij het onderwijs aangekondigd dat wij verwachten dat bij de aanvraag van financiële ondersteuning van de gemeente de school ook de eigen cultuurmiddelen inzet (Londo/CEPO).
Wij gaan ter ondersteuning van de cultuureducatie en het onderwijs in de gemeente deelnemen in het nieuwe OCW programma Cultuureducatie met kwaliteit 2013 - 2016.
Buitenschoolse cultuureducatie en ruimte voor talentontwikkeling 0 - 18 (Pier K)
Onze tweede prioriteit ligt bij cultuureducatie aan kinderen en jongeren tot 18 jaar.
Dit betreft cursussen en workshops in alle culturele disciplines en van kennismaking tot verdieping en begeleiding van daadwerkelijk artistiek talent. Kinderen en jongeren kunnen hierin op verkenning gaan, ontdekken waar zij plezier in hebben en waar hun talenten liggen. De cursussen worden verzorgd door geschoolde kunstenaars – docenten die plezier, passie en groei weten te begeleiden.
Deze categorie betreft ook de (buitenschoolse) educatieve activiteiten die culturele instellingen aanbieden aan de publieksgroep 18 – (ontdekken en (informeel) leren).
buitenschoolse cultuureducatie en ruimte voor talentontwikkeling 18 – 100 (Pier K)
Wat betreft het cursusaanbod cultuureducatie 18+ vinden wij dat wanneer er vanuit financiële overwegingen keuzes gemaakt moeten worden juist dit aanbod (deels) kostendekkend kan worden georganiseerd of onderdeel uit kan maken van een activiteitenpakket dat met de opbrengst van cultureel ondernemerschap wordt opgezet.
Jongeren en cultuur
De doelgroep jongeren is voor culturele instellingen moeilijk te bereiken. Jongeren geven zelf aan dat zij andere prioriteiten hebben afhankelijk van hun budget en tijd. Omdat de doelgroep specifiek is en om een deskundige aanpak vraagt zetten wij in op:
specifieke expertise bij het poppodium en Pier K
Pier K heeft de grootste expertise in het bereik van de doelgroep jongeren via het voortgezet onderwijs, die expertise zet Pier K in ter ondersteuning van de andere culturele instellingen in het bereik van jongeren. Het poppodium Duycker heeft de grootste expertise in het bereik van de doelgroep jongeren in de vrije tijd en Duycker biedt jongeren de gelegenheid om via Artquake in een vrije werkplaats cultureel actief te zijn. Daardoor hebben beide instellingen samen een grote expertise in het bereik van deze doelgroep, de begeleiding, het aanboren van talent, het binden van deze doelgroep en nieuwe vormen van cultuurmarketing (bijvoorbeeld via sociale media). We verwachten dat beide instellingen deze expertise bundelen, vergroten en inzetten (als makelaar jongerencultuur) om andere culturele instellingen te begeleiden in het bereik van jongeren.
Realisatie en prestaties
Cultuureducatie is een belangrijk onderwerp in Haarlemmermeer. Het vroegtijdig in contact komen met kunst en cultuur, vooral binnen het onderwijs, en het kunnen stimuleren, ervaren en beleven van cultuur door jongeren staat in Haarlemmermeer voorop.
De gemeente waarborgt in de afspraken met de aanbieders de bemiddeling tussen een breed en kwalitatief cultureel aanbod in het basis en voortgezet onderwijs. Daarbij hoort een vraaggerichte integratie van Cultuurparcours, Kunstmenu, Kunst in Leren en (toekomstig Cultuur in de Spiegel) en andere culturele projecten tot een overzichtelijk en divers aanbod aan het onderwijs.
De gemeente participeert met betrokken culturele instellingen in de opzet en uitvoering van het nieuwe programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2013-2016 van het ministerie van OCW.
We stimuleren de diverse culturele instellingen met prestatieafspraken tot het ontwikkelen van een divers pakket aan educatieve culturele activiteiten aan het onderwijs en aan de eigen bezoekers. Pier K draagt zorg voor een aansprekend aanbod van cursussen en workshops cultuur voor de doelgroep 18 – en het aanbieden van een kennismaking met cursussen en workshops cultuur 18 +. Een aansprekend educatief en marktconform aanbod biedt ook mogelijkheden voor cultureel ondernemerschap.
Naast Pier K zet Duycker in op de ontwikkeling van projecten jongerencultuur. Duycker vergroot de expertise over culturele marketinginstrumenten van, voor en door jongeren en stelt deze expertise beschikbaar aan de andere culturele instellingen.
Uitvoerders
Alle culturele instellingen en initiatieven in de gemeente die gemeentelijke subsidie ontvangen. Een speciale rol is weggelegd voor Pier K als aanspreekpunt en makelaar cultuureducatie en Duycker in de ontwikkeling van projecten jongerencultuur.
Termijn: 2013 – 2016
Budget
Budget verdeeld per lijn
Bedragen * € 1.000
2012
2013
2014
2015
2016
Verdeelregel Cultuureducatie in het onderwijs
240
240
240
240
240
bemiddeling in aanbod cultuureducatie
73
73
73
73
73
484 Subsidie kunst
313
313
313
313
313
Mutaties Cultuurnota
Bedragen * € 1.000
2012
2013
2014
2015
2016
Matching cultuureducatie met Kwaliteit
75
75
75
75
484 Subsidie kunst
75
75
75
75
Criteria
Criteria verdeelregel Cultuureducatie in het onderwijs:
subsidie wordt verleend na akkoord door de projectleiding op het door de school samengestelde programma;
subsidieverlening van € 10,21 per leerling, uitgaande van het verwacht leerlingenaantal op 1 oktober van het jaar waarvoor subsidie wordt verleend;
aanvullend voor vervoer: per school basisbedrag van € 200, - aangevuld met € 0,50 per leerling vanaf de 51e leerling;
subsidie wordt vastgesteld op basis van werkelijk besteed bedrag en werkelijk aantal leerlingen.
Subsidie wordt vastgesteld op voorwaarde dat de school uit eigen cultuurmiddelen 10 euro per leerling per jaar bijlegt.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Programmalijn: Cultureel ondernemerschap
Onderdeel van Cultuurnota Haarlemmermeer