Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Op weg naar 2030, trends en financieel perspectief

Onderdeel van Cultuurnota Haarlemmermeer

Demografie: De bevolking van Haarlemmermeer zal naar verwachting doorgroeien tot ruim 170.000 inwoners in 2025. Afhankelijk van of alle ontwikkelingsmogelijkheden op het gebied van woningbouw benut worden, kan dit aantal inwoners na 2025 verder doorgroeien tot ongeveer 190.000. Haarlemmermeer heeft een relatief welvarende bevolking. In 2007 had ruim 34 procent van de huishoudens een besteedbaar inkomen van 40.000 euro of meer. Landelijk bedraagt dit percentage 25 procent. Door voortdurende nieuwe instroom zal het aandeel jongeren tot 15 jaar de komende decennia in verhouding groot blijven, zeker vergeleken met de gemiddelden in heel Nederland. In nieuwe wijken komen immers relatief veel gezinnen met kinderen of jonge mensen met een kinderwens wonen. Toch zal ook Haarlemmermeer vergrijzen. Het aandeel ouderen boven de 64 jaar zal stijgen van circa 11 procent in 2010 tot bijna 17 procent in 2025. In absolute aantallen is dit een verdubbeling van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder in de komende 15 jaar. In de ‘historische kernen’ van Haarlemmermeer is vergrijzing de komende 15 jaar de demografische trend. Nu al wonen er veel tweepersoonshuishoudens in de oudere leeftijdscategorie en is de groep 55- tot 65-jarigen sterk vertegenwoordigd. Economie: Door de kredietcrisis, de instabiliteit van de eurozone en de economische groei in opkomende landen is het lastig om economische trends te duiden. De ene groep economen waarschuwt voor een teruggang en inkrimping die langere tijd zal duren. Een andere groep voorziet juist op relatief korte termijn een terugkeer naar economische consolidatie. Een derde wijst op een transformatie naar nieuwe vormen van welvaart waarbij innovatie en duurzaamheid uitgangspunten zijn. Zeker is dat Nederland een omslag doormaakt naar een kennis- en diensteneconomie die op globale schaal opereert en daar groeimogelijkheden heeft. De verwachting is dat in de energie en voedselvoorziening niet de globale schaal, maar juist het lokale en regionale netwerk aan belang zal winnen. Onderwijs, innovatie en internationale uitwisseling worden steeds belangrijker. Op microniveau zal de consument een betere dienstverlening vragen en meer aan prijsvergelijking doen. Zolang de economische recessie voortduurt en overheidsbezuinigingen invloed hebben op het besteedbaar inkomen maken consumenten naar verwachting in de eerste jaren na 2011 tot op individueel niveau scherpekeuzes in uitgaven. Haarlemmermeer wordt, met haar netwerkeconomie, ook getroffen door de economische recessie. Toch doet de gemeente het relatief goed en dat wordt vooral veroorzaakt door de centrale ligging (internationaal door Schiphol, regionaal in de Randstad en virtueel nabij de grootste internet exchange van de wereld). Ruimte: Sociale duurzaamheid en kwaliteit van de leefomgeving zijn belangrijke uitgangspunten bij de trends in ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij worden knooppunten belangrijker en de toekomstige gebiedsontwikkeling kleinschaliger. Dit gebeurt door (particuliere) initiatieven te bundelen en nieuwe vormen van collectiefopdrachtgeverschap. Oude en nieuwe gebruikers en bewoners zullen steeds meebepalen wat de waarde en betekenis van een gebied is. Door verschillende oorzaken (nieuwe werkvormen, kantoorconcepten en economische ontwikkeling) neemt de leegstand in de traditionele kantoorhuisvesting toe. Het tegengaan van die leegstand vraagt om innovatieve oplossingen en meer tijdelijk (her)gebruik. Sociaal: Het sociaal maatschappelijk leven rust steeds meer op netwerken van gelijkgestemden die zich vormen op specifieke onderwerpen en (hulp)vragen. Zo maken mensen deel uit van het netwerk rondom de school van de kinderen, van het werk, de opleiding en groeperen zich op hobby’s en met leefstijlen. De netwerken zijn steeds meer virtueel, maar krijgen vaker ook een (tijdelijke) fysieke vertaling. Het belang van ontmoeting, uitwisseling, kortdurende actie of hulp en gastvrijheid neemt toe. Het switchen tussen een digitale en een fysieke werkelijkheid wordt steeds meer gebruik, in 2030 is bijna iedereen tot 30 jaar van jongs af aan opgegroeid met digitale middelen en iedereen onder de 60 werkt dan al zijn hele loopbaan met digitale middelen. Cultuur: Ook hier zet de trend door naar een mondiale populaire cultuur die bekend is bij een groeiende groep wereldburgers. Juist daardoor groeit ook de behoefte aan ontmoeting op lokale en regionale schaal. De uitwisseling op mondiaal niveau vindt steeds meer virtueel plaats, op lokaal en regionaal niveau vooral ook in fysieke flexibele netwerken. Culturele instellingen kunnen daarop inspelen door op smaak en leefstijl activiteiten en ontmoetingen te organiseren en meer belevenis en educatie te bieden. Op lokale en regionale schaal groeit de belangstelling voor de eigen context, identiteit en geschiedenis. Zo draagt cultuur ook bij aan het vormen van een eigen identiteit en aspecten van burgerschap. De overheid beperkt haar verantwoordelijkheid voor een culturele infrastructuur en kiest voor een verzakelijking van aansturing en bekostiging door prestatieafspraken en aanbesteding. Wanneer het culturele aanbod in gelijke mate als in 2011 afhankelijk blijft van overheidssubsidie zal dat aanbod in de toekomst afnemen. Culturele instellingen zullen moeten verzakelijken en meer draagvlak zoeken bij de markt en bij maatschappelijke partners en betrokken particulieren (deelnemers, vrienden, vrijwilligers). Dat vraagt ondernemingslust, het sluiten van maatschappelijke allianties, klantgerichtheid, nieuwe competenties en dus ook een andere manier van werken en benaderen van de markt. Financieel perspectief: De rijksbezuinigingen hebben met ingang van 2011 effect op de gemeentebegroting en samen met meer taken /minder inkomsten (grondexploitatie) zal de omvang van de gemeentelijke investeringen afnemen.6Zie voor de meerjarenprognose de gemeentelijke programmabegroting 2012-2015 Voor kunst en cultuur betekent dit: Gemeentelijk perspectief De gemeente bezuinigt ook op kunst en cultuur. In 2013 en 2014 korten we de subsidie aan de drie grote instellingen met totaal 10%. De instellingen doen in 2012 een voorstel hoe zij de korting (efficiency) in 2013 door willen voeren. De tweede korting met ingang van 2014 realiseren de instellingen door keuzes te maken in activiteiten en de financiering van activiteiten door derden/ profijtbeginsel. Randvoorwaarden bij de uitvoering van de bezuinigingen formuleren wij in de uitvoeringsprogramma’s cultuur en de programma’s van eisen. Een deel van het cultuurbeleid, onderdeel beeldende kunst financieren we uit de opbrengst van de grondexploitatie. De opbrengst neemt af en die trend zet naar verwachting door. Provinciaal en Rijks perspectief De gemeente Haarlemmermeer ontving provinciale bijdragen voor eenmalige subsidies amateurkunst. Deze bijdrage stopt met ingang van 2013. De gemeente Haarlemmermeer ontvangt een bijdrage van het ministerie van OCW voor de uitvoering van de regeling cultuurparticipatie (volkscultuur, cultuureducatie en amateurkunst) en matcht deze bijdrage. Deze regeling stopt met ingang van 2013. In plaats daarvan start een nieuwe regeling die de kwaliteit van de cultuureducatie in het onderwijs wil versterken. Indirecte effecten ondervindt het cultuurbeleid van de verhoging van de BTW op podiumkunsten en beeldende kunsten van 6% naar 19%7De VSCD zag een eerste landelijke trend:De btw-verhoging op de podiumkunsten zorgt voor een sterk dalende voorverkoop voor het seizoen 2011-2012. Het aantal verkochte kaarten is met 14% teruggelopen, de omzet is met 18% gedaald, omdat mensen gaan voor minder dure voorstellingen, de beëindiging van de provinciale subsidie cultuureducatie (2011), de kortingen op rijkssubsidies (fondssubsidies, muziek en theateraanbod) en de mogelijkheden van de nieuwe Geefwet8Dit wetsvoorstel wijzigt een aantal belastingwetten en bevat een samenstel van maatregelen, erop gericht om geefgedrag meer te stimuleren en de eventuele onnodige belemmeringen daarvoor te elimineren. die de ondernemingsruimte van culturele instellingen vergroot.

Rechtspraak bij dit artikel