Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.3

Gemeenschapspolder West

Onderdeel van Waterplan Diemen 2010-2028

Algemeen De Gemeenschapspolder West wordt begrensd door het Amsterdam-Rijnkanaal (oostzijde), de A1 (noordzijde) en de Gaasp (west- en zuidzijde). De Gemeenschapspolder West heeft grotendeels een agrarische en natuurlijke inrichting (Diemerbos) en valt onder de gemeente Diemen en het stadsdeel Zuidoost van de gemeente Amsterdam. De polder ontleent zijn naam aan de samenvoeging van een achttal polders in 1707. In 1642 was dit gebied afgescheiden van de Overdiemen door de aanleg van de Muidertrekvaart. In de 19e eeuw zorgde met name de Gaaspermolen voor de bemaling. In 1927 ging de molen uit bedrijf en werd deze vervangen door een dieselgemaal. Na de aanleg van het Merwedekanaal in 1885 werd de polder in een oostelijk en een westelijk deel gesplitst die verbonden bleven door een tweetal grondduikers. Deze duikers zijn in 1935 in verband met de verbreding tot het Amsterdam-Rijnkanaal verwijderd, waardoor beide delen afzonderlijke polders werden. Rond 1960 is de bebouwing van het dorp Driemond aangelegd. In 1974/75 is de Stammerdijk verzwaard. Door de demping van de Muidertrekvaart omstreeks 1965 voor de verbreding van de Rijksweg A1 grenst de polder in het noorden niet meer aan boezemwater (bron polderboek van Amsterdam, 1981). Uit de gebiedsinventarisatie is gebleken dat het gebied ten westen van de A1 niet meer afwatert op de Overdiemerpolder, maar op de Gemeenschapspolder West. Om deze reden zijn de poldergrenzen tussen deze polders aangepast en is het westelijk deel van de Overdiemerpolder toegevoegd aan de Gemeenschapspolder West. Het oppervlak van de huidige Gemeenschapspolder West bedraagt 447 ha. Figuur 3.9 Gemeenschapspolder West Grondgebruik De Gemeenschapspolder West bestaat voornamelijk uit landelijk gebied. Het gebied wordt doorsneden door infrastructuur als de A9 en het spoor Amsterdam-Hilversum. In het zuidwesten komt grasland voor. De rest van het gebied is bos en natte natuur. In het zuiden van de Gemeenschapspolder West ligt het dorp Driemond. In de polder komt ongeveer 12 ha (3%) open water voor. Van het totale gebied is ongeveer 53 ha (12%) verhard. De functies toegekend aan de Gemeenschapspolder West zijn recreatie (extensief en intensief), stedelijk en bedrijventerrein. Daarnaast loopt er een natte ecologische verbindingszone langs de polder en is de polder aangemerkt als weidevogelgebied. Bodemsoorten De ondergrond van Gemeenschapspolder West is veen (waardveengronden en koopveengronden) en is veel ingeklonken. Langs de Gaasp komt ook zeeklei (drechtvaaggronden) in de ondergrond voor. Maaiveldhoogten De maaiveldhoogte in de Gemeenschapspolder West ligt globaal tussen de NAP -1 m en NAP -4 meter. De gemiddelde maaivelddaling van de Gemeenschapspolder West kon niet berekend worden als gevolg van het ontbreken van historische hoogtegegevens van deze polder. Watersysteem Peilen en peilvakken De Gemeenschapspolder West bestaat globaal uit 6 peilgebieden en 2 peilafwijkingen. Daarnaast zijn in het deel ten noorden van de A9 (Diemerbos) een groot aantal kleine peilafwijkingen en peilgebiedjes aangetroffen. Het volkstuinencomplex en het poldertje Bethlem hebben een eigen gemaaltje dat loost op het ARK. Het peilbesluit van Gemeenschapspolder West is vastgesteld in 1995 en is daarmee verouderd. In het peilbesluit van de Gemeenschapspolder West is een bepaling opgenomen dat in de deelgebieden noordwest, midden-zuid en Bethlem het peil de maaivelddaling volgt met 0,4 cm/jaar, gerekend vanaf het jaar 1994. Sinds 1995 is het peil gedaald tot NAP –2,69 m. Tabel 3.3 geeft een overzicht van de peilen in de polder. Tabel 3.3 Peilgebieden, actuele peilen (m+NAP) en drooglegging (m) in de Gemeenschapspolder West Peilvaknummer Naam Type Peil 49-1 Gemeenschapspolder noordoost Peilvak ZP: -2,30/WP: -2,35 49-1-1 Volkstuinencomplex Linnaeus Peilafwijking JP: -2,35 49-2 Natuurbos Peilvak JP: -2,15 49-3 Gemeenschapspolder noordwest Peilvak JP: -2,50 49-4 Gemeenschapspolder midden-zuid Peilvak JP: -2,66 49-5 Driemond, west Peilvak ZP: -2,10/WP: -2,15 49-5-1 Sportpark Driemond Peilafwijking ZP: -2,35/WP: -2,55 49-6 Bethlem Peilvak ZP: -2,00/WP: -2,05 59-1 Penbos Peilvak JP: -1,93 Uit figuur 3.10 blijkt dat het formele peil van het peilbesluit (tot 2001) ca. 5 cm lager ligt dan het gehandhaafde peil. Het praktijkpeil lag op NAP -2,60 m. Na 2001 zakt het peil richting het formele peil van het peilbesluit en vervolgens nog verder naar ca. NAP -2,69 m. Sinds eind 2005 ligt het peil ca. 4 cm lager dan het formele peil van het peilbesluit. Dit heeft te maken met de bepaling in het peilbesluit over het naar beneden bijstellen van het peil als gevolg van maaivelddaling (pers. med. Sjaak Ursem Waternet). Figuur 3.10 Waterpeil, gemeten bij het poldergemaal Grondwater De Gemeenschapspolder West is vrijwel kwelneutraal. De berekende gemiddelde infiltratie voor Gemeenschapspolder West bedraagt 0,1 mm/dag (Royal Haskoning, 2007). Langs de randen van de polder en in de sloten die dieper zijn ingesneden in de deklaag komt kwel voor. De rest van de polder is een licht infiltratiegebied. Een beschrijving van de (freatische) grondwaterstanden staat beschreven in de deelrapportage “GGOR Bijlmerring”. Functioneren watersysteem In figuur 3.11 is het functioneren van het watersysteem schematisch weergegeven. Figuur 3.11 Schematische weergave van de afvoerrelaties in de Gemeenschapspolder West Op de Gemeenschapspolder West kan water worden ingelaten vanuit de Gaasp (op 7 of 8 locaties). Daarnaast kan er ook water vanuit het ARK worden ingelaten ten zuiden van de spoorbrug over het ARK (Ø 200). Ook vanuit de Diem kan ten westen van de A1 water worden ingelaten (Ø 200) naar de Gemeenschapspolder West. Het water stroomt via de hoofdwatergangen naar het laagste deel van de polder (peilbesluit NAP -2,66 m) naar gemaal Gaaspermolen aan de Lange Stammerdijk, waar het water wordt uitgeslagen op de Gaasp. Gemaal Gaaspermolen heeft een capaciteit van 45 m3/minuut en heeft een frequentieregelaar. De molen bij het gemaal is sinds april 2003 in ere hersteld. Het gemaal kan dan ook zowel elektrisch als door de molen worden aangedreven. Tussen 1 januari 2001 en 14 februari 2003 is de Gemeenschapspolder West bemalen door een noodbemaling (capaciteit 17 m3/min). Voor 2001 had de Gemeenschapspolder West een ander gemaal op dezelfde locatie (capaciteit 45 m3/min). De noordoostelijke hoek van de polder, tussen de spoorbaan, de A1, de A9 en het ARK, ligt geïsoleerd van de polder en wordt bemalen door gemaal Bethlem (capaciteit ca. 6 m3/min), dat op het ARK loost. Het bemalen oppervlak is ca. 30 ha. Van dit gemaal zijn sinds begin 2005 meetgegevens bekend. Bij het gemaaltje kan ook water worden ingelaten. Naast het bemalingsgebied van gemaal Bethlem watert ook het volkstuinencomplex ten noorden van Driemond met behulp van een eigen gemaal (capaciteit 2,4 m3/min) af op het ARK. Het bemalen oppervlak van het volkstuinencomplex is ca. 30 ha. De inlaat voor het volkstuinencomplex komt vanuit de Gaasp. Waterketen De Gemeenschapspolder West is op het grondgebied van de gemeente Diemen gescheiden gerioleerd d.m.v. drukriolering. Op het grondgebied van de gemeente Amsterdam is de lintbebouwing langs de Stammerdijk voorzien van IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater). Driemond is gemengd gerioleerd. Binnen het stedelijk gebied komen drie overstorten voor, waarvan er twee in de Gemeenschapspolder West liggen. Deze overstorten komen gemiddeld 2 tot 3 keer per jaar tot overstort (bron: Afvalwater, Waternet). De indeling in de rioleringsgebieden is opgenomen in bijlage 2. Waterbalans In het kader van het watergebiedsplan Bijlmerring is een waterbalansstudie uitgevoerd. De belangrijkste conclusie die uit de studie van de waterbalans volgt, is dat er een extra hoeveelheid water wordt ingelaten in de Gemeenschapspolder West. Deze hoeveelheid water wordt onder andere toegeschreven aan doorspoeling in Driemond en dijkse kwel vanuit het ARK. Voor het watersysteem lijkt de constante aanvoer van deze hoeveelheid inlaatwater niet nodig. Waterkwaliteit en ecologie Chloride en nutriënten Van de waterkwaliteitsmeetpunten in de Gemeenschapspolder West zijn er 8 punten tussen 1994 en 2007 bemonsterd, één van deze meetpunten ligt in de Overdiemerpolder. Deze kwaliteitsmeetpunten zijn verspreid over de polder. De bemonstering heeft plaatsgevonden in 2005 en 2006. De chlorideconcentratie ligt gemiddeld ruim onder de MTR-waarde (norm van het Maximaal Toelaatbaar Risico) van 200 mg/l. Gemiddeld over de hele polder is de concentratie P-totaal ca. 0,35 mg/l en deze ligt daarmee boven de MTR-waarde van 0,15 mg/l. Aan de ARK-zijde van de polder is de concentratie P-totaal hoger dan aan de Gaasp-zijde van de polder. De concentratie N-totaal in de polder is voor alle meetpunten vrijwel gelijk. De gemiddelde nitraatconcentratie is ca. 4,3 mg/l en ligt boven de MTR-waarde van 2,2 mg/l. De waterkwaliteit in de Gemeenschapspolder West is hiermee zoet en voedselrijk te noemen. Figuur 3.12 Waterkwaliteit GSW002, bij gemaal Gaaspermolen Overige parameters Incidenteel worden koper- en/of zinkconcentraties waargenomen boven de MTR-waarde (norm van het Maximaal Toelaatbaar Risico) van respectievelijk 3,8 µg/l voor koper en 40 µg/l voor zink. Gemiddeld liggen beide concentraties onder de genoemde MTR-waarden. De concentratie koper en zink is in de Gemeenschapspolder West slechts eenmaal gemeten op 3 meetpunten. Ecologie In het landelijk gebied worden de watergangen geïnventariseerd op macrofyten en getoetst aan de normen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW) van de Europese Unie. In de Gemeenschapspolder West zijn in 2005 52 opnamen van macrofyten uitgevoerd. Over het algemeen komen er weinig submerse waterplanten voor. Uit de toetsing volgens de Kaderrichtlijn Water scoren voor de Gemeenschapspolder West 11 locaties slecht, 37 locaties ontoereikend en 5 matig. In de sloten in en aan de bosrand komen weinig voor de KRW relevante soorten voor, doordat deze watergangen veel schaduw en bladval hebben. Veel soorten die voorkomen in beide polders zijn vaak algemeen voorkomende soorten. Veel sloten die ontoereikend scoren hebben wel een goede score voor de submerse vegetatie, maar een slechte score voor drijvende vegetatie en soorten aantal. Dominante macrofyten soorten in de Gemeenschapspolder West zijn smalle waterpest, grof hoornblad, riet, liesgras, kroos en draadwier. Kenmerkende macrofyten soorten voor de opnamen in de Gemeenschapspolder West zijn holpijp (kwelindicator), smalle waterpest, liesgras, grof hoornblad, kroos (kenmerkend voor zeer voedselrijk water). Bijzondere macrofyten soorten die voorkomen in de Gemeenschapspolder West zijn brede waterpest, holpijp, zwanenbloem, drijvend fonteinkruid, kleine egelskop en chara (bron: notitie Ecologie Bijlmerring, 2008).

Rechtspraak bij dit artikel