De voor de verkeersveiligheid noodzakelijke gladheidbestrijding brengt voor het milieu neveneffecten met zich mee. Een deel van het gebruikte dooimiddel komt terecht in de directe omgeving van de wegen waarop het is gestrooid. Daar kunnen zich landschappelijk waardevolle beplantingen, groenvoorzieningen en interessante bermvegetaties bevinden. Uiteindelijk bereikt een gedeelte van het dooimiddel ook de bodem en het grondwater. Met de inrichting van wegen wordt daar vaak al op ingespeeld.

Op wegen waarvan de waterafvoer niet is aangekoppeld op de riolering, vloeit het zout mee naar oppervlaktewater. Door zijn corrosieve eigenschappen richt strooizout ook schade aan op het wegdek en aan kunstwerken. Deklagen van veelvuldig gestrooide wegen/brugdekken moeten in de regel eerder worden vervangen dan bij wegen die minder of niet worden gestrooid. Vorstschade aan de wegen, dat optreedt door intrekkend en bevriezend vocht in asfaltverhardingen, wordt door het veelvuldig strooien met zout vergroot.

Gelukkig vindt deze zoutbelasting van bermen vooral plaats tijdens het rustseizoen van planten, struiken en bomen. De effecten hebben dan ook een indirect karakter. Gebleken is dat bepaalde soorten bomen en struiken gevoelig zijn voor het strooizout en “vervroegd de herfst ingaan” omdat de bladranden sneller vergelen en verdorren.

3.4.1 Vorstschade

Vorstschade aan wegverhardingen ontstaat bij afwisselende vorst en dooi. Smeltwater treedt na het strooien door kleine scheurtjes in het asfalt. Wanneer hierop weer vorst volgt, bevriest het water weer en zet het uit. Dit maakt de scheurtjes groter, waardoor er vervolgens weer meer water in het asfalt kan dringen. Wanneer dit meerdere malen achter elkaar plaatsvindt, wordt de wegconstructie aangetast. Hiermee wordt ook de zorg aangetoond om de kwaliteit van de wegen en kunstwerken op niveau te houden, met minder schade als gevolg. Schade wordt o.a. inzichtelijk gemaakt met een weginspectie.

De globale visuele weginspectie volgens de nieuwste publicaties 146 en 147 van het CROW - waarbij het gehele areaal aan verhardingen wordt beoordeeld en de kwaliteit van de verharding wordt gerapporteerd – resulteert in een basisplanning en – begroting op basis van de kwalitatieve staat van het areaal (korte termijn) en cyclische normeringen voor onderhoud (langere termijn). Gelijktijdig worden de kleinschalige schades opgenomen en gerapporteerd. De weersomstandigheden in afgelopen 4 à 5 winterseizoenen leidden tot gemiddeld circa € 150.000 aan vorstschade.

3.4.2.Duurzame aanpak

De meest voor de hand liggende maatregel om schade aan de weg en het milieu te voorkomen, is beperken van de hoeveelheid zout en het kwalitatief op niveau houden van het areaal, met name de asfaltverharding. Daarom is het van het grootste belang dat de werkzaamheden efficiënt worden uitgevoerd, met andere woorden: met zo weinig mogelijk materiaal en middelen een gewenst resultaat te behalen. Daarnaast is het belangrijk in de ambitiebepaling voor het wegenonderhoud de gevolgen van de gladheidsbestrijding mee te nemen in de afwegingen en keuzes.

Bij het nat-zout strooien wordt minder zout gebruikt en ook is deze methode aanzienlijk milieuvriendelijker (minder verwaaiing van het strooimiddel naar bermen). Het merendeel van de gebruikte zoutstrooiers is uitgevoerd als snelheidsafhankelijke wielstrooiers, waarbij zout ongeacht de rijsnelheid nauwkeurig in een gewenst aantal grammen per m² kan worden gedoseerd.

Figuur 7 aanbevolen doseringen en acties

De norm waarvan uitgegaan wordt is de norm die CROW aangeeft in haar publicatie nr. 152: Gladheid, preventie en bestrijding, tabel 4.4 doseringsaanbeveling wegenzout bij verschillende gladheidstypen. Het is gebleken dat de norm van het CROW niet altijd voldoet. Momenteel wordt in afwijking van het CROW preventief i.p.v. 7 gram per m² meestal 10 gram per m² gestrooid.

Zeker met de meetapparatuur in het wegdek kan ook hiermee soms een route uitgespaard worden omdat er dan nog genoeg zoutdekking op de weg ligt. Afhankelijk van de omstandigheden wordt deze hoeveelheid bijgesteld. De snelheid waarmee gestrooid kan worden is bij de nat-zout methode hoger dan bij de droog-zout methode. Dit geeft tijdwinst bij het strooien en minder hinder voor het verkeer, met name op de rondwegen.