De kosten voor gladheidsbestrijding zijn uit te splitsen in vaste kosten (materieel, coördinatie) en variabele kosten (o.a. personeel, dooimiddel, brandstof). Vaste kosten zijn vooraf bekend, de variabele kosten zijn afhankelijk van het aantal strooibeurten en kunnen dus per winterseizoen verschillen.

In onderstaand overzicht staan de uitgaven van de laatste kalenderjaren weergegeven. Dit betreft de kalenderjaren die ook opgenomen zijn in de evaluatie (hoofdstuk 2). In 2019 en 2020 was er sprake van een tekort van circa € 55.000.

2018

begroot

werkelijk

vrije ruimte

121132

vast verzorgend onderhoud gladheid

166.361

176.552

-10.191

121140

variabel verzorgend ond gladheid uv

20.000

12.437

7.563

121142

variabel verzorgend ond gladheid

95.600

105.996

-10.396

281.961

294.985

-13.024

2019

begroot

werkelijk

vrije ruimte

121132

vast verzorgend onderhoud gladheid

166.361

175.096

-8.735

121140

variabel verzorgend ond gladheid uv

20.000

14.241

5.759

121142

variabel verzorgend ond gladheid

95.600

146.779

-51.179

281.961

336.116

-54.155

2020

begroot

werkelijk

vrije ruimte

121132

vast verzorgend onderhoud gladheid

184.611

179.256

5.355

121140

variabel verzorgend ond gladheid uv

20.000

17.713

2.287

121142

variabel verzorgend ond gladheid

95.600

158.637

-63.037

300.211

355.605

-55.394

Begroting 2021 en verder

In de begroting voor 2021 is uiteindelijk een bedrag van € 598.752,- opgenomen voor de uitvoering van de gladheidsbestrijding. Daarvan was een bedrag van € 250.000,-- incidenteel beschikbaar gesteld. Een en ander houdt verband met de kosten die in februari 2021 zijn gemaakt voor het 24/7 ruimen van sneeuw gedurende de periode dat sprake was van hevige sneeuwval. Ook is het budget verhoogd met € 39.701 om de schade aan asfalt door vorst, en een voorzien tekort, op te vangen. In het begrotingsjaar 2022 is € 317.046,- beschikbaar.

De inschatting is dat met het huidige budget het gekozen strooibeleid kan worden uitgevoerd, uitgaande van een ‘gemiddelde’ winterperiode. Bij een winterseizoen waarin veel wordt gestrooid, is de kans groot dat er een overschrijding van het budget plaatsvindt (aangezien een winter in twee begrotingsjaren valt, hoeft dit niet persé). Extremen ten aanzien van vorstinvallen en sneeuwval worden indien mogelijk via de voorjaarsnota verantwoord.