Gebied in hoofdlijnen.
Het bebouwingsbeeld op deze bedrijventerreinen wordt bepaald door de bedrijfswoningen. De bedrijfswoningen staan op onderling vergelijkbare afstand en staan met de voorgevel in de rooilijn. Dit zorgt voor een geordend straatbeeld. De woningen zijn georiënteerd op de straat. De erfafscheiding aan de voorkant bestaat voornamelijk uit hagen in combinatie met diverse lage hekwerken. Voor de hekwerken wordt gebruik gemaakt van steen en/of staal in zowel donkere als lichte kleurstelling.
Bebouwing in hoofdlijnen.
De individuele bedrijfswoning is bepalend voor de massa die zichtbaar is vanaf het openbaar gebied. De bedrijfsgebouwen die een ruimere omvang hebben, staan op de achtergrond. De bedrijfsgebouwen zijn doorgaans doosachtige volumes, voorzien van een plat dak of een zadelkap met lichte hellingshoek. In hoogte variëren ze van 1 tot 2 bouwlagen. De woningen hebben overwegend een eenduidige vorm en een traditionele uitstraling. Een rechthoekige plattegrond is gecombineerd met een zadelkap. In enkele gevallen is sprake van een asymmetrische kap, een schildkap, toepassing van wolfseinden komt ook voor bij de oudere bedrijfswoningen. Meer eigentijdse vormen zoals kubistisch komen voor in nieuw ontwikkelde bedrijvenlocaties.
De locaties waar overwegend zadelkappen voorkomen zorgen voor een karakteristiek en eenduidig straatbeeld. In enkele gevallen is sprake van samengestelde volumes en samengestelde kapvormen. Erkers aan de voorzijde voegen zich soepel binnen het bebouwingsbeeld en zorgen voor enige variatie in de rooilijn. Dakkapellen variëren in omvang, vorm en plaatsing op het dakvlak. De dakkapellen zijn nergens bepalend voor de contour van de bebouwing. De privé garage is in een aantal gevallen onderdeel van het hoofdgebouw en mede bepalend voor het beeld van de voorgevel. In de thematisch gebouwde gebieden zoals bedrijventerrein Attelaken zijn de afzonderlijke bouwvolumes op een kavel in architectuurtaal vaak meer op elkaar afgestemd.
Detaillering, kleur en materiaal.
De bedrijfsgebouwen verschillen onderling in materialisering en kleurgebruik. Overwegend is gewerkt met industrieel plaatmateriaal. De kleurstelling is vaak afhankelijk van de bouwperiode. Bij recentelijk opgerichte gebouwen worden meer donkere kleuren toegepast. De detaillering is beperkt tot het noodzakelijke voor de constructie. Reclame is niet dominant aanwezig. Voor de bedrijfswoningen is sprake van traditioneel materiaalgebruik, waarbij overwegend baksteen is gebruikt voor de gevels en pannen voor de dakbedekking. Het kleurgebruik is ook hierbij afhankelijk van de bouwperiode. Zowel licht als donker komen voor. In een beperkt aantal gevallen is plaatmateriaal als ondergeschikt deel van de gevel toegepast.
Waardering.
Waardevol is de terugliggende opstelling van de bedrijfspanden, waardoor het straatbeeld wordt bepaald door de representatieve uitstraling van de woonbebouwing met voortuin. De bedrijfsbebouwing is op de achtergrond aanwezig en ook zichtbaar waarmee het bedrijvige karakter van het gebied herkenbaar is. De rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door eenheid in massa en vorm, een rechtlijnig verloop van de rooilijn en eenheid in materiaal– en kleurgebruik. Aanbouwen die het individuele karakter van de woningen versterken, leveren een positieve bijdrage leveren aan het straatbeeld.
Welstandsniveau: regulier.
Welstandscriteria 8– bedrijventerreinen met bedrijfswoningen.
Bebouwing en omgeving.
(Vervangende) nieuwbouw sluit aan op het bestaande verkavelings– en bebouwingspatroon.
De bedrijfswoning heeft een individuele uitstraling en is met de voorzijde georiënteerd op de straat.
De bedrijfsbebouwing is ten opzichte van de bedrijfswoning of de omgeving niet nadrukkelijk aanwezig.
Bij (vervangende) nieuwbouw is ontwerpaandacht voor de inrichting van het gebied tussen de straat en de woning.
Massa en vorm.
De hoofdvorm van de bedrijfsbebouwing is doosvormig.
Toegestane dakvormen voor de bedrijfsbebouwing zijn: plat, licht hellend zadeldak, lessenaarsdak of licht gebogen.
Toegestane dakvormen voor de bedrijfswoning zijn: plat, zadeldak of lessenaarsdak.
Veranderingen of toevoegingen aan of bij een gebouw zijn in dezelfde architectuur als de architectuur van het hoofdgebouw.
Het individuele pand (woning en bedrijfsbebouwing) blijft bij ingrepen duidelijk herkenbaar als een architectonische en bouwkundige eenheid.
Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Detaillering, kleur en materiaal.
Materiaalgebruik voor bedrijfsbebouwing is vrij. Bij toevoegingen en veranderingen is het materiaalgebruik in hoofdlijn gelijk aan het materiaalgebruik van het bestaande hoofdgebouw.
Het kleurgebruik is terughoudend (geen felle kleuren).
Kleuraccenten zijn beperkt toegestaan en alleen om het bedrijfsimago tot uitdrukking te laten komen.
Het belangrijkste materiaal voor de bedrijfswoning is baksteen.
Hellende daken van de bedrijfswoning zijn gedekt met pannen.
Detaillering van de bedrijfsbebouwing is eenvoudig doch zorgvuldig.
Er is eenheid in detaillering, kleur en materiaal per woning en bedrijfsbebouwing.
Bij aanbouwen is de mate van detaillering gelijk aan die van het hoofdgebouw.
Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.9
8– Bedrijventerreinen met bedrijfswoningen.
Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur