Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

5– Individuele woningbouw.

Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur

Gebied in hoofdlijnen. Verspreid in de gemeente komen aaneengesloten gebieden voor met in hoofdzaak vrijstaande woningen, soms afgewisseld met 2–onder–1 kapwoningen. Deze woningclusters zijn vaak onderdeel van een uitleggebied en zijn gebouwd binnen het stedenbouwkundige patroon van het betreffende gebied. Kenmerkend voor de vrijstaande woning waaronder ook de 2–onder –1 kapwoning valt, is de individualiteit. Individuele woningbouw komt voor in vele soorten en maten, veelal met een traditionele verschijningsvorm. Af en toe is er een pand dat hiervan afwijkt, door de architectuur, kleur, materiaal, dakhelling, maatvoering, etc. Mede door de eenduidige stedenbouwkundige bepalingen passen deze afwijkingen meestal in het gevarieerde beeld. Belangrijk is de individuele uitstraling van de woning of het blok van de 2– onder–1 kapwoning. De vrijstaande panden zijn te beschouwen als afzonderlijke objecten met een grote variatie in vormen en bouwstijlen. Dit leidt tot een diversiteit aan gevelindeling, kapvormen, vensters, gootlijsten, schoorstenen e.d. De woningen zijn overwegend voorzien van een (ruime) voor– en zijtuin. Daarbij zijn de woningen georiënteerd op de straat en aan de voorzijde vaak voorzien van een erfafscheiding of haag. De onderlinge afstand tussen de woningen varieert. Bij recente ontwikkelingen is de onderlinge afstand tussen de bebouwing vaak beperkt. Bebouwing in hoofdlijnen. Overwegend is gebouwd in één of twee bouwlagen met kap. Ook komen plat afgedekte woningen voor in een, twee of drie bouwlagen. Een derde bouwlaag kan een beëindiging zijn van de bouwmassa. Uiteenlopende kapvormen komen voor: zadeldak, lessenaarsdak, tentdak, schilddak of een samengesteld dak. Het straatbeeld wordt bepaald door de relatief forse massa van de afzonderlijke woningen. Iedere vrijstaande woning (of twee–onder–een– kap) is duidelijk als eenheid herkenbaar. Het komt voor dat naast elkaar gelegen woningen sterk contrasteren in massa, vorm en architectonische uitstraling of dat er juist een architectonische verwantschap is tussen de woningen. Dit laatste is vooral bij de thematisch gebouwde wijken zichtbaar. Detaillering, kleur en materiaal. Detaillering, kleur en materiaal verschillen sterk. Voor een groot deel is sprake van traditionele kleuren en materialen: gevelstenen in aardetinten gekleurd en rode en donkergrijze dakpannen. Recent gerealiseerde woningen hebben vaak een uitgesproken architectuur. Hierbij wordt regelmatig verwezen naar stromingen uit de architectuurhistorie (bijvoorbeeld postmodernisme). Ook worden vaak (moderne) materialen op een eigentijdse manier toegepast hetgeen leidt tot originele woningbouw. Indien andere kleuren en materialen gebruikt zijn, passen die bij de architectuur van de individuele woning. De toegepaste detaillering past ook bij de architectuur van de individuele woning. Bij clustervormig gebouwde vrijstaande woningen is er juist een grote mate van afstemming in kleur, detaillering en materiaal. Waardering. De variatie van de individuele woningen of juist de architectonische verwantschap van een cluster is karakteristiek en waardevol voor het straatbeeld. De woningen hebben veelal een uitgesproken architectuur. Originele nieuwbouw die zich harmonieus voegt in de bestaande omgeving maar ook aanpassingen of toevoegingen aan de voor– of zijkant die goed passen bij de architectuurstijl van de bestaande woning of juist eigentijds en contrasterend zijn, zijn een waardevolle aanvulling op het totaalbeeld. Welstandsniveau: regulier Welstandscriteria 5– individuele woningbouw. Bebouwing en omgeving. (Vervangende) nieuwbouw sluit aan op het bestaande verkavelings– en bebouwingspatroon. De woning of het blok van de 2–onder–1 kapwoning heeft een individuele uitstraling. De woning is met de voorzijde georiënteerd op het openbaar gebied. De woning of het blok van de 2–onder–1 kapwoning voegt zich harmonieus in zijn omgeving en speelt in op de locatiekenmerken. Dit betekent individueel maar passend of juist aansluitend bij het architectuurthema van de omgeving. Massa en vorm. De vrijstaande woning of het blok van de 2–onder–1 kapwoning is afwisselend en vormt een architectonische eenheid. Wijzigingen en toevoegingen aan de voor– en zijkant van de woning zoals gevelwijzigingen, aanbouwen, erkers, overkappingen, dakkapellen zijn in architectuur verwant aan de architectuur van het hoofdgebouw. Dakopbouwen op plat afgedekte woningen dienen in het gevelbeeld een architectonische relatie te hebben met de onderliggende bouwlagen. Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur. Detaillering, kleur en materiaal. Er is eenheid in detaillering, kleur en materiaal per individueel pand. De detaillering, kleur en materiaalgebruik ondersteunen het architectonisch concept van het hoofdgebouw. Aanbouwen zijn in hetzelfde materiaal, kleur en textuur als het bestaande hoofdgebouw.. De aard en mate van detaillering van toevoegingen en wijzigingen aan het gebouw is gelijk aan de detaillering van het hoofdgebouw. Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.

Rechtspraak bij dit artikel