Gebied in hoofdlijnen.
De hier bedoelde industrieterreinen omvatten het fabriekscomplex Isover gelegen binnen het bedrijventerrein Vosdonk en het noordelijk in de gemeente gelegen industrieterrein Zwartenberg. Het bedrijf Isover vormt binnen de karakteristiek van het bedrijventerrein Vosdonk een uitzondering vanwege de grootschaligheid van de gebouwen in combinatie met de grote installaties en schoorstenen. Dit geeft het beeld van een ingewikkeld en zwaar industrieel complex. De buitenruimte wordt in beslag genomen door productenopslag, verkeersruimte en grootschalige expeditievoorzieningen. Slechts het kantoor aan de straatkant dat een relatief klein gebouw is in de context, heeft een representatieve uitstraling. Ook hier is enige groenvoorziening aanwezig. In de verre omgeving zijn de contouren van het complex zichtbaar en daarmee beeldbepalend. De gebouwen hebben over het algemeen een eenvoudige en functionele uitstraling.
Industrieterrein Zwartenberg ligt ingeklemd tussen rivier de Mark en het noordelijke buitengebied. Het industrieterrein heeft een eenduidige verkavelingsrichting. In de gebouwenopzet komt deze verkaveling echter niet tot uitdrukking. Naast de willekeurige positionering van de gebouwen is er ook weinig eenduidigheid en samenhang herkenbaar. Ook is over het algemeen de architectuur ondergeschikt aan de functie. Beeldbepalend zijn ook hier de grote installaties die voornamelijk aan de noordrand aan de oever van de rivier geconcentreerd zijn. Een stevige bomenrij schermt het gebied enigszins af van het open polderlandschap aan de zuidkant. Het silhouet van dit industrieterrein is in de wijde omtrek zichtbaar.
Beide bedrijvenlocaties zijn sterk intern gericht en zijn slechts in beperkte mate georiënteerd op de openbare weg. De hoeveelheid beplanting op de terreinen is beperkt. Hekwerken, opslag, loodsen en installaties bepalen het beeld vanaf de openbare weg, de spoorlijn en de rivier.
Bebouwing in hoofdlijnen.
Het bebouwingsbeeld op deze industrieterreinen wordt bepaald door een aaneenschakeling van bouwmassa’s in allerlei formaten en uitvoeringen. Daartussen verweven zijn grote installaties, schoorstenen en torens. Gebouwen zijn niet of nauwelijks geleed. De gevels zijn overwegend gesloten. Alleen bij de kantoorfuncties komen meer transparante gevels voor. Daken zijn plat of hebben een lichte helling in de vorm van een zadeldak.
Detaillering, kleur en materiaal.
De bebouwing kent weinig detaillering. De gevels zijn opgetrokken uit industriële materialen en zijn overwegend wit tot grijs. Oudere gebouwen zijn in steen.
Waardering.
De beeldkwaliteit van deze industrieterreinen is laag. Er is door de aaneenschakeling van bouwmassa’s en installaties in allerlei vormen een niet geordend beeld ontstaan waardoor geen duidelijke bebouwingsstructuur is te herkennen. De grootschaligheid van de bebouwing en de industriële uitstraling leveren geen waardevolle bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit komt ondermeer voort uit de wijze waarop de gebouwen gepositioneerd zijn, de vormgeving ervan, de combinatie met de installaties op en tussen de gebouwen en de terreininrichting.
Welstandsniveau: laag.
Welstandscriteria 6– Industrieterreinen.
Bebouwing en omgeving.
Gebouwen met een representatieve functie zijn met de voorzijde georiënteerd op het openbaar gebied.
Massa en vorm.
De gebouwen hebben een eenvoudige en functionele opbouw.
De gebouwen zijn doosvormig en bij voorkeur plat afgedekt.
Representatieve functies onderscheiden zich in het bebouwingsbeeld door de architectuur van het gebouw.
Detaillering, kleur en materiaal.
De detaillering is eenvoudig.
Het materiaalgebruik is vrij.
Grote gevelvlakken bestaan uit materiaal met een duidelijk reliëf zoals bv. geprofileerd staalplaat.
De kleur van de gebouwen en bouwwerken is in onderlinge samenhang en bij voorkeur in grijstinten of donkerder.
Felle kleuren of accenten door middel van felle kleuren zijn niet toegestaan.