Gebied in hoofdlijnen.
De bedrijventerreinen van Etten–Leur vormen elk stedenbouwkundig afgebakende gebieden waarbij de milieucategorie van de bedrijven zorgt voor een clustering. Het grootste aaneengesloten bedrijvengebied is aan de westkant van de bebouwde kom en strekt zich uit tot aan de gemeentegrens. De snelweg vormt de begrenzing aan de zuidzijde. Dit is bedrijventerrein Vosdonk.
Bedrijventerrein Attelaken ligt aan de oostkant van de kern Leur en ligt ingesloten tussen de spoorlijn en de Lange Brugstraat.
Aan de Voorsteven is een kleinschalige bedrijvenlocatie op de overgang van de Korte Brugstraat naar woonwijk de Keen. Hier is een duidelijke ordening van de bedrijfsgebouwen en oriëntatie op de straat. De nog nieuwe bedrijfsbebouwing schermt het zicht op de achterkant van de Korte Brugstraat af.
Het bedrijventerrein Vosdonk heeft een overzichtelijke structuur met overwegend een rechthoekig stratenpatroon. Enkele doorgaande routes met een breed profiel en twee ruim opgezette rotondes maken een goede oriëntatie mogelijk.
Er zijn diverse functies aanwezig die vaak gemengd voorkomen. Onder andere kantoren met bijbehorende bedrijfshallen, opslag en distributie, bedrijfsverzamelgebouwen, autoshowrooms en productiebedrijven. De kantoren en/of verkoopruimtes zijn veelal georiënteerd op de openbare weg. De bedrijfsruimten zijn daarentegen vaak sterk naar binnen gericht. Straatprofielen hebben veelal groene bermen met boombeplanting; op sommige plaatsen zijn deze bermen echter verdwenen ten behoeve van laad–/los– en parkeerruimte. Bedrijfsgebouwen hebben onderling een wisselende voorgevelrooilijn. De bebouwing varieert in omvang en hoogte. De oudere bedrijfspanden hebben overwegend een utilitaire uitstraling waarbij de bebouwing overwegend op functionele gronden vorm heeft gekregen. Op het oudste deel van Vosdonk zijn panden die een verouderde indruk maken, bijvoorbeeld door slijtage van gevelmateriaal of vervaging van kleuren.
In de meer recente uitbreidingen van het bedrijventerrein Vosdonk is uitdrukkelijk aandacht besteed aan de architectonische verschijning van het bedrijfspand. Vaak is bewust aandacht besteed aan architectuur als afspiegeling van het imago van het bedrijf.
Gebied Attelaken is recent gebouwd. De bedrijfsbebouwing geeft een relatief eenduidig beeld. Dit is bereikt door de stedenbouwkundige voorschriften en de ontwikkeling binnen een korte tijdsperiode. Hetzelfde geldt voor de Voorsteven.
Bebouwing in hoofdlijnen.
Kenmerkend voor de bedrijfsbebouwing in het algemeen is de eenvoudige doos als hoofdvorm. De uitwerking kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Het overgrote deel van de bebouwing heeft een rechthoekige plattegrond. Enkele gebouwen hebben een afwijkende verschijningsvorm (bijvoorbeeld een ronde gevel). De verschillen in uitwerking zeggen vaak iets over de aard en het imago van het bedrijf, de logistieke processen en de mate van toegang. Dit draagt bij aan een gevarieerd en leesbaar beeld van het bedrijventerrein. De vorm van de kap varieert, waarbij platte daken, sheddaken en zadelkappen (met een lichte hellingshoek) het meest voorkomen. De gevels zijn vaak grotendeels gesloten. Grote bedrijfsdeuren maken een belangrijk onderdeel uit van de gevel. Gebouwen met een kantoorfunctie of commerciële functie zijn vaak voorzien van raampartijen. Waar grote gevelvlakken voorkomen, vindt vaak geleding plaats door variatie in materiaalgebruik en reliëf.
Detaillering, kleur en materiaal.
Het gebruikte gevelmateriaal is divers en bestaat veelal uit een combinatie van materialen, zoals baksteen, industriële plaatmaterialen en glas. De bedrijfsgebouwen vertonen een grote variatie aan kleuren. De basiskleur is over het algemeen wit of grijs, maar ook rood, blauw en aardetinten komen voor. Een aantal bedrijfsgebouwen heeft reclame aan de gevel, maar deze is in het algemeen niet bepalend voor het beeld van het bedrijventerrein. De detaillering van de bebouwing is doorgaans sober en functioneel.
Waardering.
Waardevol is de heldere structuur van de bedrijventerreinen, waarbij de hoofdroutes duidelijk herkenbaar zijn. Daarnaast schuilt de waarde in de verschijningsvorm van de afzonderlijke panden en de variatie tussen de bedrijfspanden onderling. In meer recente plannen is duidelijk afleesbaar dat bewust aandacht is geschonken aan de architectonische verschijning van de bedrijfspanden hetgeen positief wordt gewaardeerd.
De inrichting en het gebruik van de voorterreinen voor opslag en/of parkeren heeft een negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Dit geldt eveneens voor de grote verscheiden– heid van de utilitaire omheiningen aan de voorzijde. Ook de zichtbare veroudering van enkele gebouwen op de oudere delen van de bedrijventerreinen heeft een negatieve invloed op de waardering.
De architectonische kwaliteit van de bebouwing aan de belangrijkste routes door het gebied, de ontsluitingswegen en de buitenranden is in hoge mate bepalend voor het totaalbeeld en het imago van de bedrijventerreinen. Het welstandsbeleid is vooral hierop gericht. Bij de meer naar binnen gerichte gebieden en achterkanten heeft het welstandstoezicht een minder hoge prioriteit. Bij de bebouwing aan de belangrijke routes wordt verwacht dat architectuur bewust wordt ingezet als afspiegeling van het bedrijf (imago, functie, openbaarheid). Extra aandacht wordt gevraagd voor de inrichting voor de voorterreinen daar deze in sterke mate beeldbepalend is.
Welstandsniveaus:
Regulier.
Dit welstandsniveau geldt voor:
Alle locaties aan de volgende hoofdroutes:
Snelweg A58, Vosdonk, Nijverheidsweg, Mon Plaisir, spoorlijn, Vossendaal, Hoevenseweg, Klompenmakerstraat en Voorsteven.
Bebouwing op deze locaties die vanaf de openbare weg niet of slechts op grote afstand zichtbaar zijn (meer dan 40 m) vallen onder het welstandsniveau ‘laag’.
Laag.
Dit welstandsniveau geldt voor:
Niet direct vanaf de openbare weg zichtbare bebouwing.
Bebouwing die slechts op grote afstand van de openbare weg waarneembaar is (meer dan 40 m)
Locaties die niet zijn gelegen aan de genoemde hoofdroutes.
Welstandscriteria 7– Bedrijventerreinen, regulier welstandsniveau.
Bebouwing en omgeving.
– Het gebouw gaat een relatie aan met de straat.
– (Vervangende) nieuwbouw sluit aan op het bestaande verkavelings– en bebouwingspatroon.
– Bij (vervangende) nieuwbouw heeft de bebouwing een representatieve uitstraling.
– Bij (vervangende) nieuwbouw zijn representatieve gebouwfuncties, zoals de entree, kantoorruimtes, showroom etc. georiënteerd op de straat.
– Bij (vervangende) nieuwbouw is het gebied tussen het gebouw en de straat representatief ingericht. Groenbeplanting maakt hier deel van uit.
Massa en vorm.
De hoofdvorm van het gebouw is doosvormig.
De dakvorm past bij de functie van het gebouw. Mogelijk zijn (een combinatie van) plat dak, sheddak, lessenaarkap of een licht gebogen dak.
Veranderingen of toevoegingen aan of bij een gebouw zijn in dezelfde architectuur als de architectuur van het hoofdgebouw.
Bij (vervangende) nieuwbouw worden grote gesloten gevelvlakken vermeden of verlevendigd door de inbreng van verticale en/of horizontale architectonisch ontworpen elementen. Het enkel toepassen van meerdere kleuren binnen een gevelvlak is niet afdoende om gesloten gevelvlakken te doorbreken.
Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Detaillering, kleur en materiaal.
Materiaalgebruik is vrij, structuur of reliëf in de gevel is onderdeel van de architectuur.
De basiskleur per gebouw is die van de gebruikte materialen. Kleuraccenten zijn beperkt toegestaan en enkel om het bedrijfsimago tot uiting te brengen.
Bij (vervangende) nieuwbouw is het gebruik van kleur onderdeel van het ontwerp.
Gevels van gebouwen die grenzen aan het buitengebied hebben een overwegend donkere kleurstelling. Ter indicatie: uitgedrukt in grijstinten wordt RAL kleur 7005 als ondergrens van de donkere tinten gezien.
De detaillering is eenvoudig.
Bij (vervangende) nieuwbouw is de reclamevoering onderdeel van het ontwerp.
Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Welstandscriteria 7– Bedrijventerreinen, laag welstandsniveau.
Bebouwing en omgeving.
Bij (vervangende) nieuwbouw gaat het gebouw een relatie aan met de straat.
Bij (vervangende) nieuwbouw zijn de representatieve functies, zoals entree, kantoorruimtes, showroom etc. georiënteerd op het openbaar gebied.
Massa en vorm.
De hoofdvorm van het gebouw is doosvormig.
De architectonische uitstraling van het gebouw is eenduidig.
De opzet en uitwerking van het gebouw is eenvoudig.
Veranderingen of toevoegingen aan of bij het gebouw zijn in dezelfde architectuur als de architectuur van het hoofdgebouw.
Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Detaillering, kleur en materiaal.
Materiaalgebruik is vrij.
Er is sprake van eenduidig materiaalgebruik en kleur per gebouw.
Kleuraccenten zijn beperkt toegestaan en enkel om het bedrijfsimago tot uiting te brengen.
De detaillering is eenvoudig.
Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.