Na de subsidieverlening dient de houder, in aanvulling op artikel 19 van de ASV, te voldoen aan de navolgende verplichtingen:

1. Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de JGZ, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of aan andere door het college aangewezen instanties;

2. Houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn;

3. Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per kind tenminste de volgende informatie aan via de kwantitatieve monitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum Kdv+/Bso+, einddatum Kdv+/Bso+, gemiddeld aantal uur per maand;

4. Houder zorgt dat de gegevens op de website overeenkomen met de praktijk, zodat ouders eenduidige informatie kunnen vinden over openstelling, voorwaarden en ouderbijdrage voor kinderopvang; De houder sluit een overeenkomst met ouders waarin in ieder geval de dagdelen per (school)week en het gemiddeld aantal uur per maand is opgenomen.

5. Houder sluit een contract met ouders voor minimaal de periode van de indicatie. De houder kan de plek reserveren tot het 4e of 12e levensjaar, zodat het kind bij herindicatie gegarandeerd is van een plek. Minimaal een maand voor afloop van de indicatie krijgt de houder bericht van beëindiging van de indicatie. Anders loopt de indicatie door tot einde van de reservering of tot eerdere beëindiging van de indicatie. Er wordt hiervoor een maand opzegtermijn gehanteerd.

6. Wanneer houder een maand voor het einde van de indicatie nog geen bericht heeft ontvangen van de indicatiesteller, wordt van de houder verwacht dat hij de indicatiesteller hierover informeert.