De voorziening van de houder voldoet aan de volgende verplichtingen:

De Kdv+/Bso+ draagt bij aan:

1. de ontwikkeling en handhaving van fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden;

2. de (dag)structuur van het kind, doordat de activiteiten ritme en regelmaat bieden;

3. activering en toegroeien naar zelfstandigheid en integratie in de maatschappij.

4. het veiligheidsgevoel van het kind door het bieden van een veilige prikkelarme omgeving (door middel van een rustige (aangepaste) accommodatie en een kleine groep;

5. een zinvolle vrijetijdsbesteding gericht op behoud of ontwikkeling van praktische en/of creatieve vaardigheden;

6. de doorontwikkeling van vaardigheden;

7. het leren uitvoeren van (kleine) taken;

De pedagogisch medewerker (pm-er)

8. begeleidt maximaal de helft van het aantal kinderen volgens de BKR;

9. heeft aantoonbaar taakuren beschikbaar bovenop de groepsuren.

10. De eerste vaste medewerker[1] op de groep voldoet aan de vereisten van de Wet kinderopvang

11. De tweede vaste medewerker voldoet aan de vereisten van de Wet kinderopvang of heeft een opleiding van minimaal MBO 3 Jeugdzorg, WMD, GGZ, GHZ, VVT of een vergelijkbare richting.

12. Ten minste 1 pm-er is HBO geschoold of volgt een HBO- studie.

Ouderbetrokkenheid

13. Huisbezoek

Voorafgaand aan de plaatsing van een kind of gedurende het eerste kwartaal waarin een kind is geplaatst legt een pedagogisch medewerker van de groep waarin het kind is geplaatst een huisbezoek af;

14. Ouders worden actief betrokken bij hetgeen hun kinderen op de Kdv+/Bso+ leren en meemaken. Ook worden handreikingen gedaan hoe de kinderen thuis te stimuleren in hun ontwikkeling;

15. De houder wisselt tenminste één keer per jaar ervaringen uit met ouders over hun kinderen en biedt ouders ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen (dit kan ook leiden tot doorverwijzing naar (gespecialiseerde) ondersteuning);

16. De houder heeft een beeld van de eigen ouderpopulatie per locatie en vraagt actief na bij ouders hoe zij hun betrokkenheid verder vorm kunnen en willen geven.

Samenwerking o.a. met het basisonderwijs

17. De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan op voor de vaste medewerkers en faciliteert de uitvoering.

18. Houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van (jonge) kinderen;

19. Houder stemt af met basisscholen over de doorgaande leer- en ontwikkellijn.

De houder zet aantoonbaar in op samenwerking met ten minste één basisschool waar kinderen naar uitstromen of naar school gaan, o.a. gericht op de doorgaande lijn voor de kinderen;

20. Houder stelt de twee vaste medewerkers in de gelegenheid om ten minste 1 dagdeel per jaar mee te draaien in een groep van de basisschool waar de meeste kinderen zitten;

21. Inzet op samenwerking binnen de bestaande jeugdhulp- en zorgstructuur in Almelo

22. Houder zoekt proactief samenwerking met relevante partners, zoals gemeente, onderwijs, collega kinderopvanginstellingen, bibliotheek en welzijn;

23. De houder draagt verantwoordelijkheid voor het signaleren van problemen in de directe omgeving van het kind, en voor het doorgeven van deze signalen aan de indicatiesteller en indien van toepassing aan Veilig Thuis, conform de Wet Meldcode.

Overig

24. Deelname aan monitoring van de kwaliteit en kwantiteit;

25. De voertaal is Nederlands