Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Aanvangswaarde

Onderdeel van Huurbeleid vastgoed

Een belangrijke parameter van een kostprijsberekening is de aanvangswaarde. Bij een nieuw gemeentelijk object is de aanvangswaarde geen punt van discussie en worden de stichtingskosten of de aankoopprijs als aanvangswaarde opgevoerd. In het geval van bestaand vastgoed is de aanvangswaarde lastiger vast te stellen. In Figuur 1 zijn twee opties weergegeven: de WOZ-waarde of de boekwaarde De WOZ-waarde is gebaseerd op taxatiegrondslagen en sluit daarmee beter aan bij de economische waarde van het object8 Naast de WOZ-waarde kan ook gebruik worden gemaakt van een actuele marktwaarde op basis van een taxatie. Gebruik van de marktwaarde, is erg arbeidsintensief voor incourant (maatschappelijk) vastgoed waardoor in praktijk veelal de WOZ-waarde wordt gehanteerd.. De boekwaarde sluit aan bij de gemeenteadministratie en is gebaseerd op richtlijnen van de jaarverslaglegging. Indien er op een object relatief veel/ weinig is afgeschreven9 Dit kan het gevolg zijn van grote afboekingen in het verleden, door schenkingen van stichtingen bij aanschaf en/ of door het activeren van gebouw gerelateerde kosten., kan er in het geval van de boekwaarde sprake zijn van een disproportioneel verschil met de economische waarde van het object. Dat geldt zeker voor wat oudere gebouwen waar het verschil tussen WOZ-waarde en boekwaarde groot kan zijn of waar geen boekwaarde beschikbaar (of € 0) is. Voor het huurbeleid kiest de gemeente voor het hanteren van DCF-methode in combinatie met de WOZ-waarde als aanvangswaarde. Deze combinatie maakt dat de kostprijsdekkende huur het beste aansluit bij de daadwerkelijke waarde van het vastgoed. Huurders betalen een prijs die aansluit bij de kwaliteit van het vastgoed en waarbij gelijkheid tussen gebruikers wordt gewaarborgd.

Rechtspraak bij dit artikel