De ‘lijst maatschappelijk vastgoed’ uit de Europese beschikking staatssteun (dec. 2009) wordt als leidraad gebruikt bij de bepaling van wat niet-commerciële voorzieningen zijn. Onder de functie maatschappelijke voorzieningen zonder winstoogmerk worden uitgiften geschaard die een ideële en/of publieke functie dienen en waarbij de bedrijfsvoering zonder winstoogmerk plaatsvindt.
Hieronder vallen:
Sociaal-culturele en maatschappelijke voorzieningen
Onderwijs-, sport- en recreatieve voorzieningen
Zorginstellingen
Sociaal-culturele en maatschappelijke voorzieningen
Bij de sociaal culturele en maatschappelijke voorzieningen moet gedacht worden aan bibliotheken, buurthuizen, niet-commerciële peuterspeelzalen, religieuze voorzieningen, brandweerkazerne en politiebureau. Voor deze categorie instellingen geldt een minimale grondprijs van € 145,- p/m² BVO.
Onderwijs-, sport en recreatieve voorzieningen
Het betreft niet-commerciële voorzieningen voor sport en recreatie en onderwijs. Hieronder vallen onder meer het gemeentelijk zwembad, de gemeentelijke sporthallen en de voorzieningen ten behoeve van het primaire en voortgezet onderwijs. Voor deze voorzieningen geldt een minimale grondprijs van € 145,- p/m² BVO.
Voor sportvelden geldt maatwerk waarbij minimaal de investeringen worden verrekend in de grondprijs.
Zorginstellingen
Bij (woon)zorgcomplexen kan een onderscheid worden gemaakt in extramurale, semimurale en intramurale zorg.
Extramurale zorg: hierbij gaat het om woningen met een eigen opgang, die gelegen zijn in een complex waar ook zorgvoorzieningen aangeboden worden. Deze zorg is meestal facultatief en wordt apart van de woning afgerekend.
Bij semi-murale zorg gaat het om tussenvormen tussen intramuraal en extramuraal wonen, bijvoorbeeld: gespikkeld, geclusterd of begeleid wonen. Woningen kunnen een eigen opgang hebben, of kunnen geschakelde woningen zijn met een gemeenschappelijke ruimte, of kunnen gelegen zijn in of bij een complex waar ook zorgvoorzieningen aangeboden worden. Deze zorg is meestal facultatief en wordt apart van de woning afgerekend.
Indien sprake van een complex met extramurale zorg krijgen de woningen en de zorgvoorzieningen een aparte grondprijs.
Indien geëxploiteerd door een woningcorporatie of belegger in de sociale huursfeer dan is de grondprijs gelijk aan die voor een sociale huurwoning.
Als voor de marktsector ontwikkeld dan geldt voor de zorgappartementen een grondprijs van de marktsector.
Voor de overige zorgvoorzieningen (zoals inpandige verpleegafdeling etc) geldt een grondprijs gelijk aan “sociaal cultureel maatschappelijk".
Bij intramurale zorg bevinden de slaap/ woonruimten zich binnen de muren van het zorgcomplex en is het zorgaanbod verrekend in de huurprijs van de woningen.
Tot de categorie van zorginstellingen behoren de ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en instelling voor geestelijke- en gehandicaptenzorg etc.
De regeling College Bouw Zorginstellingen (CBZ) is beëindigd. Vanaf 2008 wordt het onderzoek van de bouwkosten Zorgsector uitgevoerd door TNO Bouw en Ondergrond, waarbij wordt opgemerkt dat de meest recente cijfers uit 2010 komen. Er is geen uitzicht dat er nieuwe richtlijnen komen voor grondprijzen in de zorgsector.
Gelet op de datering van de cijfers van TNO zullen we hiervan niet langer gebruik maken en ook voor deze categorie in voorkomende gevallen overgaan tot prijsbepaling middels een taxatie door een onafhankelijke deskundige.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.2
Artikel 8.2.1
Maatschappelijke voorziening zonder winstoogmerk
Onderdeel van Nota Grondprijsbeleid 2023