1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per deelprogramma.

2.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen.

3.. Het college informeert de raad als het verwacht dat de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten van een investeringskrediet dreigen te onderschrijden.

4.. De raad mandateert het college voor verschuivingen tussen de jaarbedragen van een investeringskrediet, onder de voorwaarde dat:

  • - de investering conform de door de raad vastgestelde doelen en voorwaarden wordt gerealiseerd, en
  • - het totaal beschikbaar gestelde krediet niet wordt overschreden.

5.. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

6.. In een investeringsvoorstel staat in ieder geval het investeringsbedrag, de afschrijvingstermijn en de raming en dekking van de kapitaallasten.

7.. Uiterlijk één jaar na gereedkomen/in gebruik name van de investering wordt het investeringskrediet afgesloten, tenzij de raad anders besluit.

8.. Niet bestede kredieten worden uiterlijk binnen drie jaar na het vastgestelde investeringsjaar in de jaarstukken aan raad voorgelegd om te worden afgesloten.