1.. Het college is terughoudend met het doen van voorstellen aan de raad tot wijziging van de begroting op programmaniveau.

2.. Het college is terughoudend met het maken van tussentijdse begrotingswijzigingen binnen de programma’s. Uitzonderingen hierop zijn bijvoorbeeld de taakmutaties in de gemeentefondsuitkering, onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, voorstellen voor nieuwe investeringskredieten en de herziening van de grondexploitaties.

3.. Met de vaststelling van de jaarstukken stemt de raad in met én accordeert de begrotingsonrechtmatigheden.

4.. De financiële rapportage, zoals bedoeld in artikel 8 wordt niet in een begrotingswijziging verwerkt, tenzij de financiële rapportage tevens aanleiding geeft tot een nadrukkelijke inhoudelijke beleidswijziging.

5.. Indien gewijzigde regelgeving ten aanzien van begroting en jaarrekening van kracht wordt, worden daaruit voortvloeiende begrotingsaanpassingen in een begrotingswijziging verwerkt.

6.. Bij raadsbesluiten met majeure financiële gevolgen die afwijken van de begroting, brengt het college de impact van die besluiten op de exploitatie (het incidentele en structurele begrotingssaldo) en op het vermogen (de weerstandsratio, solvabiliteitsratio en schuldquote) in beeld.