Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

Alternatieve warmteopties en bijbehorende energie-infrastructuur

Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede

Om de overstap te kunnen maken naar een aardgasvrije manier van verwarmen van onze woningen en gebouwen zijn er drie alternatieve groepen van verwarmingsopties mogelijk. Daarbij hoort ook een verschillende energie-infrastructuur: 1. een elektriciteitsnet (all-electric oplossingen), 2. een warmtenetwerk (diverse typen warmtenetoplossingen), of 3. een gasnet (een hybride warmtepomp in combinatie met duurzaam gas). Hieronder worden deze kort beschreven. Na deze varianten wordt ook de optie biomassa nader toegelicht. All-electric ‘All-electric’ betekent dat er in de toekomst in principe alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp die warmte haalt uit de buitenlucht en daarmee de woning of het gebouw van warmte voorziet. De warmte kan ook uit de bodem of uit zonthermische panelen worden gehaald. De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt en is bijvoorbeeld ook nodig voor de realisatie van laadpalen voor elektrische mobiliteit en voor zonnepanelen. Het elektriciteitsnet zal dus verzwaard moeten worden, niet alleen op wijkniveau, maar ook op gemeentelijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau. Als er sprake is van een all-electric wijk dan moet er wel worden voldaan aan een bepaald isolatieniveau om de gebouwen in de wijk met laagtemperatuur warmte te kunnen verwarmen (40-55°C). In woningen die gebouwd zijn na 1995 hoeven vaak alleen de radiatoren en het gasfornuis vervangen te worden om de overstap naar all-electric te kunnen maken. Soms zijn nog beperkt aanvullende isolatiemaatregelen nodig. Bronnet Een variant van all-electric en een warmtenet is een lokaal bronnet. Een bronnet is een lokale, kleinschalige warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur warmtenet waar één of enkele gebouwen op zijn aangesloten. Net zoals bij all-electric staat in het gebouw of de woning een warmtepomp. In plaats van de bodem of buitenlucht gebruikt deze warmtepomp het aangevoerde water van het bronnet als bron voor warmte. Het aangevoerde water kan echter ook gebruikt worden voor koeling. De bron van het bronnet is vaak bodemenergie, oppervlaktewater (aquathermie) of zonthermie in combinatie met warmte-koude opslag (WKO). Helaas is de potentie van WKO in Enschede laag. Ook bij deze variant moet de capaciteit van het elektriciteitsnet in de wijk vaak worden verhoogd. Bronnetten worden veel toegepast bij utiliteitsgebouwen, omdat deze gebouwen naast een vraag naar warmte vaak tevens een relatief hoge koudevraag hebben. Warmtenet Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse leidingen dat warm water vervoert naar meerdere gebouwen. Er is dan dus sprake van een collectieve warmtevoorziening. De woning heeft in vergelijking met all-electric minder isolatiemaatregelen en aanpassingen aan de binneninstallatie nodig. Voor meer gedetailleerde informatie over het beperken van de warmtevraag (bijlage C1), de verschillende warmteopties (bijlage C2) en de duurzaamheid (bijlage C5) van deze opties kan bijlage C geraadpleegd worden. In de woning is qua techniek in plaats van een CV-ketel alleen een zogenaamde afleverset aanwezig, maar om je energierekening van gelijkblijvend naar verlagend te brengen, zijn extra isolatiemaatregelen natuurlijk wel noodzakelijk om de vaste kosten omlaag te brengen. De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen. Voor veel bestaande woningen zal een middentemperatuur warmtenet dat 70°C levert op de koudste dagen van het jaar de laagste maatschappelijke kosten hebben. Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijdsbestek moet worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee je voorinvesteringen voorkomt en zo snel mogelijk de bron kunt verduurzamen. Ook is het van belang dat er voldoende CO2-neutralewarmtebronnen aanwezig zijn als bron voor een warmtenet. Door het stedelijke karakter van de stad Enschede en de aanwezigheid van een warmtenet is een aanzienlijk deel van de bestaande bouw geschikt voor aansluiting op het warmtenet. Gasnet Voor sommige wijken is het nu nog niet te bepalen wat op termijn het beste alternatief voor aardgas is. De laagste maatschappelijke kosten van alternatieven liggen (nog) dichtbij elkaar. Ook kunnen er belemmeringen zijn voor toepassing van een warmtenet of all-electric alternatief. Dat komt onder andere door drukte in de ondergrond en de oude, soms monumentale staat van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch moeilijk inpasbaar maken. Met de kennis van nu is het daarom logisch om het bestaande gasnet hier (voorlopig) te handhaven. In een deel van deze wijken blijft het gasnet op termijn mogelijk ook bestaan. Voor andere wijken zal blijken dat over een aantal jaar een ander alternatief haalbaar is. Bij elke herziening van de Transitievisie Warmte zal dit opnieuw worden bekeken. Als in sommige wijken het gasnet blijft bestaan is de randvoorwaarde dat er op termijn voldoende duurzaam gas is, zoals groengas of waterstofgas, om het aardgas te vervangen. Aangezien duurzaam gas zeer schaars is en voorlopig ook zal blijven, is in deze wijken wel gasbesparing nodig (zie bijlage C 3.1 voor meer informatie). Door middel van isolatie, het toepassen van hybride warmtepompen en door naoorlogse gebouwen wel zoveel mogelijk gasvrij te maken, kan een gasbesparing van 60% tot 70% worden gerealiseerd in deze wijken. Het schema op de volgende pagina geeft een samenvatting van de verschillende warmteopties. All-electric Warmtenet Gasnet Isolatie Op natuurlijke momenten naar een basisniveau. Op natuurlijke momenten naar een basisniveau. Op natuurlijke momenten naar een basisniveau. Techniek in de woning Laag-temperatuur afgiftesysteem en een warmtepomp. Relatief veel impact in de woning. Midden-temperatuur afgiftesysteem en een afleverset. Relatief weinig impact in de woning. Midden-temperatuur afgiftesysteem en een hybride warmtepomp. Relatief veel impact in de woning. Infrastructuur Verzwaring elektriciteitsnet is in de meeste gevallen nodig. Impact op zowel onder- als bovengrond voor extra infrastructuur. Relatief veel impact in de ondergrond. (Bestaande) gasnet. Relatief weinig impact in de ondergrond. Bovengrondse impact Geluid- en zichtimpact door warmtepompen buiten in de tuin of op het dak. Plaatsing zonnepanelen en windturbines om tot een aanvaardbare duurzame energiemix te komen. Warmte-overdracht-stations in de openbare ruimte. Beperkt. Bronnen Landelijke, op termijn duurzame elektriciteitsmix. Mix van duurzame, lokale bronnen. Bij lage temperatuur bronnen hoort nog een collectieve warmtepomp op duurzame elektriciteit. Op termijn duurzaam gas (groen gas of waterstof). Opt-out Lokale bronnetten. All-electric en lokale bronnetten. All-electric en lokale bronnetten. Opt-out is wenselijk aangezien dan al direct de stap naar aardgasvrij wordt gemaakt. Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties Biomassa Biomassa is een containerbegrip dat vele potentiële vormen van energie omvat. Onder biomassa vallen bijvoorbeeld hout, mest, rioolslib, zeewier, GFT en algen. Biomassa kan daarnaast is vele soorten energiedragers voorkomen: vaste brandstoffen zoals resthout, vloeibaar zoals in biobrandstoffen of gasvorming zoals bij groen gas. Energie uit biomassa is chemische energie die in de materialen zit, die omgezet kan worden in hoge temperatuur warmte of elektriciteit. Een speciaal soort biomassa energiedrager is groen gas. Dit kan gebruikt worden als alternatief voor aardgas. Sommige vormen van biomassa, zoals houtverbranding, staan de laatste jaren ter discussie. Bij specifieke situaties en toepassingen worden vraagtekens gezet of de biomassa wel als duurzaam gezien kan worden. Er is ook veel politieke discussie over bepaalde vormen van biomassa. Het is belangrijk om altijd te specificeren welke vorm van biomassa bedoeld wordt en waar deze vandaan komt. Ook is het belangrijk om te overwegen of biomassa in een andere toepassing niet meer waarde heeft. Op dit moment wordt er al een significante hoeveelheid biomassa toegepast in Nederland, voornamelijk uit reststromen die geen duidelijke andere functie hebben. Maar biomassa is niet onbeperkt beschikbaar. Daarom moet er zuinig mee omgesprongen worden. Als dezelfde biomassa ingezet kan worden als grondstof, kan het beter niet ingezet worden voor verwarming van woningen of gebouwen. Gezien de doelstellingen van de Nederlandse overheid om in 2050 een volledige circulaire economie te hebben, zetten we niet in op de verder uitbouw van biomassabronnen voor het warmtenet. De huidige B-houtcentrale van Twence gebruikt alleen reststromen hout15 die (nog) niet op een andere manier te gebruiken zijn. Meer informatie over biomassabronnen in Enschede is terug te vinden in bijlage C. In all-electric wijken bestaat het risico dat huiseigenaren de keuze maken om houtachtige biomassa te gebruiken, bijvoorbeeld met een pelletketel of houtkachel. Deze oplossingen zijn echter niet wenselijk in verband met uitstoot van fijnstof en mogelijke stankoverlast. Daarnaast is het de vraag hoe betaalbaar houtpellets op de langere termijn zullen zijn.

Rechtspraak bij dit artikel