Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.2

Verankering in Omgevingswet

Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede

Omgevingswet Doel van de Omgevingswet is een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Met de Omgevingswet is beoogd belemmeringen voor verduurzaming van de leefomgeving weg te nemen en beter aan te sluiten op grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie. De belangrijkste instrumenten voor de gemeente zijn: De Omgevingsvisie is een samenhangend, strategisch plan voor de leefomgeving. Dat plan richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel. De Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenten elk één omgevingsvisie vaststellen. De omgevingsvisie komt in de plaats van structuurvisies, sommige delen van de natuurvisie, verkeers-en vervoersplannen en milieubeleidsplannen. Het Programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of doelen voor de leefomgeving worden bereikt. Het programma kan gericht zijn op een bepaalde sector of een gebied. Het Omgevingsplan bundelt alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Dat zorgt ervoor dat de regelgeving inzichtelijk en samenhangend is. Bovendien maakt het de naleving gemakkelijker. De Omgevingsvergunning toetst vooraf of een bepaald initiatief mag en verloopt via één aanvraag bij één loket. Landelijk verandert de wettelijke context waarin deze transitie plaats moet gaan vinden. Per 1 juli 2022 wordt in Nederland naar verwachting de Omgevingswet van kracht (zie nevenstaand kader). Eén wet die alle wetten en regels op het gebied van de leefomgeving vereenvoudigt en bundelt. Hiermee worden 26 bestaande wetten vervangen door één nieuwe wet. Het doel van de overheid bij de invoering van deze wet is om zaken eenvoudiger en efficiënter te maken. Om zekerheid en bescherming te bieden maar ook uit te nodigen tot nieuwe initiatieven en ontwikkelingen. Ook ondersteunt en stimuleert het nieuwe instrumentarium de transitie naar een duurzame samenleving. Het nieuwe omgevingsrecht is flexibel waardoor regionaal en lokaal maatwerk mogelijk is. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden verantwoordelijkheid nemen voor de tijdige borging van de ambities en maatregelen in het decentrale omgevingsinstrumentarium, en waar nodig ook in het bestaand ruimtelijk instrumentarium. Ook de ambities en plannen uit de Transitievisie Warmte zullen verankerd worden in dit instrumentarium. Dit kan onderdeel worden van de gemeentelijke omgevingsvisie of vormgegeven worden als apart programma. Op termijn is voorzien dat de uitfasering van aardgas via het omgevingsplan vorm te geven is evenals de energie- infrastructuur op wijkniveau. De minimale termijn voor uitfasering is naar verwachting acht jaar. Hier is een apart raadsbesluit voor nodig.

Rechtspraak bij dit artikel