Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (het saldo van verplichtingen en schulden) en geven een schatting van risico’s en verplichtingen die in de toekomst worden afgewikkeld waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden niet bekend is. Voor alle soorten voorzieningen geldt de voorwaarde dat er een causaal verband moet zijn met een gebeurtenis in de periode voorafgaand aan de balansdatum of het begrotingsjaar. Het risico en/of de verplichting is daarmee min of meer concreet of specifiek te noemen. De algemene reserve is bedoeld voor het opvangen van de algemene bedrijfsrisico’s zoals opgenomen in de paragraaf weerstandvermogen.
Voorzieningen kennen een verplichtend karakter waardoor er nauwelijks keuzevrijheid is voor college of raad met betrekking tot het instellen of muteren van voorzieningen. Elke voorziening moet namelijk de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het desbetreffende risico. Toevoegingen aan (of vorming van) of vrijval van voorzieningen ontstaan enkel vanwege noodzakelijke aanpassing aan de geschatte verplichting / risico. Deze toevoeging (of vorming) maakt deel uit van het rekeningresultaat vóór bestemming. Onttrekkingen (i.e. gebruik van de voorziening waarvoor deze is gevormd) vinden rechtstreeks in de balans plaats en kennen geen effect op de exploitatie.
Net als de reserves kennen voorzieningen verschillende functies. Deze zijn wettelijk vastgelegd en in de volgende paragraaf beschreven.