1.. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd, aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed.

2.. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed, dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd, is toestemming van de eigenaar vereist.

3.. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of over het afstand doen van de zorg daarvoor, vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet.

4.. Dit artikel is niet van toepassing op:

5.. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.