1.. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.

2.. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed, waarop de aanwijzing betrekking heeft, wordt aangewezen als:

3.. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.