In het algemeen gaat de ontvanger niet tot verrekening over met een te betalen bedrag dat de

belastingschuldige betwist en waarvoor de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend op grond

van artikel 25.2 van deze leidraad.

De ontvanger kan wel verrekenen als de financiële situatie van de belastingschuldige zodanig is dat

vrees voor onverhaalbaarheid bestaat.