Naar hoofdinhoud

Artikel 12

De beschikking en aanvang hulp

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp Doetinchem 2022

De jeugd- en gezinswerker neemt het besluit tot toekenning van een individuele voorziening op grond van het onderzoek naar de behoefte aan jeugdhulp van de jeugdige en zijn ouders. Het besluit zal middels een beschikking, conform artikel 6 van de verordening, zo spoedig mogelijk na het laatste gesprek aan de ouder en/of jeugdige, maar uiterlijk acht weken na de aanvraag voor een individuele voorziening, worden uitgereikt of toegestuurd. Op het moment dat de beschikking aan de aanvrager en minderjarige, van twaalf jaar en ouder, wordt verzonden, wordt tegelijk een opdrachtbevestiging verzonden aan de aanbieder indien de hulp in natura wordt ingezet. De hulp kan starten nadat het besluit tot toekenning van een individuele voorziening is genomen en nadat een opdrachtbevestiging is verstuurd aan de aanbieder. Met toestemming van de ouder met gezag en/of de minderjarige van 12 jaar en ouder wordt het onderliggende gezinsplan of verslag tevens toegestuurd aan de zorgaanbieder. 12.1 Verwijzing door medici Op grond van artikel 3 van de verordening kunnen de huisarts, jeugdarts of medisch specialist rechtstreeks verwijzen naar door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp. De jeugdige en/of ouder kan met de verwijzing rechtstreeks naar een aanbieder. Om zeker te weten welk aanbod bij welke aanbieder gecontracteerd is of om nader advies in te winnen, kan de jeugdige en/of ouder of de verwijzer contact opnemen met de jeugd- en gezinswerker. De aanbieder meldt zich bij de gemeente middels een ingevuld meldingsformulier. De aanbieder kan pas beginnen met het daadwerkelijk verlenen van hulp, zodra de gemeente een opdrachtbevestiging heeft verzonden aan de aanbieder. Op deze manier wordt voorkomen dat een niet gecontracteerde aanbieder of niet gecontracteerde hulp wordt ingezet na verwijzing en kunnen de budgetten bewaakt worden. 12.2 Toegang gedwongen kader Onder dwang wordt de ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel verstaan, uitgesproken door de kinderrechter- op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Voorafgaand aan dwang kan worden gewerkt middels een werkwijze die drang of preventieve jeugdbescherming kan worden genoemd: hulp die wordt gekenmerkt door een respectvolle en vasthoudende houding, om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te borgen. Deze hulp wordt uitgevoerd door de jeugd- en gezinswerker. Voor toeleiding naar dwang (ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel) is een voorwaarde dat hulp in het vrijwillig kader niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouder(s) met gezag. Bij de afweging om toe te leiden naar het gedwongen kader wordt binnen de gemeente de benodigde expertise ingeschakeld, waaronder bijvoorbeeld een gedragswetenschapper. De jeugd- en gezinswerker is transparant naar ouders en/of jeugdige over de (voorgenomen) toeleiding naar het gedwongen kader. Toeleiding vindt plaats middels de Jeugdbeschermingstafel, waaraan tevens ouders en minderjarige (afhankelijk van diens leeftijd) deelnemen. Als het gaat om het delen van informatie staat altijd transparantie voorop, tenzij de veiligheid van de minderjarige in het geding is. De professional stelt zich voor het delen van informatie elke keer onder andere de volgende vragen: Wat is het doel en de noodzaak voor het delen van gegevens? Is het proportioneel? En zijn er andere opties die minder ingrijpend zijn (subsidiariteit)? In te zetten jeugdhulp (individuele voorziening) binnen gedwongen kader De gemeente maakt samenwerkingsafspraken met de gecertificeerde instellingen over het inzetten van hulp binnen het gedwongen kader: het uitgangspunt is dat door de gecertificeerde instelling binnen het gedwongen kader van het gecontracteerde aanbod gebruik wordt gemaakt. In dat geval kan de jeugdige en/of ouder rechtstreeks met de uitvoerder van de kinderbeschermingsmaatregel/ jeugdreclasseringsmaatregel naar de aanbieder, en wordt op dezelfde wijze het meldingsformulier en de opdrachtbevestiging gebruikt als bij de toegang via medici. Het inzetten van hulp middels een pgb in het gedwongen kader verloopt via de jeugd- en gezinswerker. De gemeente heeft samenwerkingsafspraken met de gecertificeerde instelling over inzetten van hulp middels een pgb in het gedwongen kader. Overgang naar meerderjarigheid in gedwongen kader Een half jaar voor het bereiken van de meerderjarigheid neemt de uitvoerder van de kinderbeschermingsmaatregel in overleg en samen met de jeugdige en/of ouder contact op met een jeugd- en gezinswerker om te bespreken of en welke vervolghulp eventueel nodig is. 12.3 Inzet SEZ en spoedeisende hulp Als naar het oordeel van het Buurtplein bij de melding sprake lijkt van urgentie of dreigende onveiligheid zal het gesprek met de jeugdige en/of ouders met voorrang plaatsvinden. Indien sprake lijkt van een crisissituatie wordt de afdeling Spoedeisende Zorg van Jeugdbescherming Gelderland in gezet. De afdeling Spoedeisende Zorg (SEZ) van Jeugdbescherming Gelderland is in geval van crisis 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor iedereen op telefoonnummer 0900-99 555 99. SEZ is indien nodig binnen drie uur na de melding ter plekke en beoordeelt en stabiliseert de crisissituatie. Spoedhulp van een aanbieder kan vervolgens ingezet worden na een interventie en daartoe strekkend advies van SEZ. De aanbieder die de spoedhulp uitvoert op advies van SEZ meldt de inzet van hulp direct en uiterlijk binnen vijf dagen bij de gemeente. Een voorafgaande beschikking van de gemeente is niet nodig voor inzet van spoedhulp van de aanbieder. De jeugd- en gezinswerker en aanbieder van spoedhulp maken met elkaar afspraken over de samenwerking tijdens het spoedhulptraject, met het oog op eventueel in te zetten vervolghulp. De bevestiging van de gemeente tot toekenning van de spoedhulp zal binnen twee weken na de start van de hulp in een beschikking worden toegestuurd.

Rechtspraak bij dit artikel