1. Het bevoegd gezag kan individuele bomen die van onvervangbare waarde zijn aanwijzen als Bijzondere Boom. De criteria voor deze Bijzondere Bomen zijn:
a. De boom heeft op 1,30 meter hoogte een minimale omtrek van 2,50 meter. Voor de snelgroeiende soorten wilg en populier geldt een minimale omtrek van 3 meter.
Indien de boom dunner is, moet worden voldaan aan één van de volgende criteria:
i. is cultuurhistorisch waardevol: standplaats is een belangrijke plek in de (lokale) geschiedenis;
ii. is dendrologisch waardevol: zeldzame soort of variëteit;
iii. is natuurwetenschappelijk of ecologisch waardevol: is het een moederboom, herbergt bijzondere planten en/of dieren;
iv. heeft zeldzaamheidswaarde: omvang, hoogte, ouderdom of anderszins opvallend in regionaal perspectief.
b. En de boom is voldoende gezond en heeft een levensverwachting van minimaal 10 jaar;
c. En de boom is zichtbaar vanaf de openbare weg.
2. Het bevoegd gezag heeft medewerkers aangewezen die in mandaat mogen besluiten of een boom voldoet aan de criteria in lid 1 en dus aangewezen wordt als Bijzondere Boom. Besluiten met betrekking tot de aanwijzing dan wel herziening van een Bijzondere Boom worden aan de boomeigenaar kenbaar gemaakt en gepubliceerd.
3. De criteria voor de Bijzondere Bomen wordt door burgemeester en wethouders minimaal éénmaal per 10 jaar geëvalueerd en indien nodig opnieuw vastgesteld.
4. Voor een Bijzondere Boom geldt het kapverbod onder artikel 3.1, voor illegale kap en bescherming van een Bijzonder Boom gelden artikel 7, 8 en 9 van deze verordening.
5. Voor het kappen van een Bijzondere Boom gelden de weigeringsgronden onder artikel 4.1. Met de wijziging dat de levensverwachting van een Bijzondere Boom minder dan 5 jaar is. Bij het verlenen van de vergunning kunnen vergunningsvoorschriften van artikel 5 worden toegepast.