De uitdaging
Als gevolg van grootschalige uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten is het klimaat aan het veranderen. Dit uit zich in hogere temperaturen, langere periodes van droogte en intensere regenbuien. Inmiddels is de temperatuur wereldwijd al 1,1 graden hoger dan in de periode vóór de industriële revolutie, zo blijkt uit State of the Climate, het jaarlijkse rapport van de World Meteorological Organization (WMO).
Door sterke opname van zonnewarmte in een stenige omgeving en afgifte van warmte door menselijke activiteit (airco’s en andere apparaten) kan het in de stad plaatselijk 7 à 8 graden warmer worden dan daarbuiten. Dit leidt bij oplopende temperaturen tot extra gezondheidsproblemen en een afname van de arbeidsproductiviteit. Maatregelen om deze hittestress tegen te gaan bestaan onder andere uit het zoveel mogelijk ontstenen en vergroenen van openbare en privéterreinen en het toepassen van lichter gekleurde materialen voor verharde wegen, paden en terreinen. De meest effectieve maatregel is het toevoegen van (grote) bomen, die zorgen voor verdamping en schaduw.
Intensere regenbuien kunnen leiden tot het onderlopen van gebouwen, (parkeer)kelders en cruciale infrastructuur (tunnels, energievoorziening, et cetera). Aanpassingen aan gebouwen en infrastructuur kunnen dit tegengaan, evenals extra berging en afvoer- en infiltratiecapaciteit. In Diemen is de infiltratiecapaciteit door de venige ondergrond beperkt; daarom moeten we voornamelijk inzetten op berging en afvoer.
Naast hevige regenbuien treden er door klimaatverandering ook intensere en langere periodes van droogte op. Dit heeft nadelige effecten op de natuur en het groen in bebouwd gebied. Het kan door een verlaagde grondwaterstand ook leiden tot funderingsproblemen, zoals het rotten van houten funderingspalen en verzakkingen.
Beleidskaders
Op 12 december 2015 sloot de wereld in Parijs een nieuw klimaatakkoord. Onderdeel van dat akkoord is dat naast het tegengaan van klimaatverandering ook klimaatadaptatie nodig is, om de kwetsbaarheid voor klimaatverandering te verkleinen en de kosten van eventuele schade te beperken. In september 2019 presenteerde de Global Commission on Adaptation een actieprogramma om de weerbaarheid van landen tegen klimaatverandering te vergroten.
Volgens de Europese Richtlijn Water moeten lidstaten hun gebied indelen in stroomgebieden en per stroom gebied programma’s opstellen voor de waterkwaliteit en -kwantiteit. De EU riep alle lidstaten op om uiterlijk in 2017 een nationale adaptatiestrategie te hebben opgesteld. Nederland stelde in antwoord daarop de Nationale adaptatiestrategie 2016 vast. Met de nieuwe EU Green Deal is in december 2019 een nieuwe Europese klimaatadaptatiestrategie aangekondigd.
Nederland heeft een deltacommissaris die verantwoordelijk is voor het Deltaprogramma. Het Deltaprogramma moet ervoor zorgen dat de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke inrichting in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen.
Onderdeel van het jaarlijkse Deltaprogramma is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. In 2020 moeten het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten klimaatbestendig en waterrobuust handelen hebben vastgelegd in hun beleid. In 42 werkregio’s werken gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk samen aan ruimtelijke adaptatie. De werkregio’s hebben stresstesten uitgevoerd en gemeenten gingen op basis hiervan risicodialogen aan met inwoners en bedrijven.
De gemeente Diemen maakt onderdeel uit van de werkregio Amstel Gooi en Vecht en neemt deel aan het Bestuurlijk overleg water (BOWA) en een ambtelijk netwerk (ISARIZ). Samen met provincie en waterschappen werken gemeenten aan het in kaart brengen van risico’s, een robuuste (afval)waterketen en klimaatadaptatie. De veiligheidsregio is partner bij het omgaan met risico’s van klimaatverandering voor vitale en kwetsbare infrastructuur.
Diemen loopt voorop met klimaatadaptatie. Al op 27 juni 2017 is vastgelegd dat klimaatbestendigheid onderdeel moet zijn van alle beleids-, inrichtings- en beheer- plannen van de gemeente. Bij (her)ontwikkeling streeft de gemeente ernaar dat alle wijken een bui van 120 mm in een uur kunnen bergen en afvoeren. Alleen waar dat niet haalbaar is hanteert de gemeente als norm 90 mm in een uur. De gemeente brengt zo min mogelijk verharding en zoveel mogelijk groen aan in de openbare ruimte. Ook benutten we de openbare ruimte voor de berging van regenwater.
De plannen voor aanleg, beheer en onderhoud van de riolering zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan. Het beleid voor stedelijk groen is opgenomen in het Groenplan.
Instrumenten
Risicokaart en risicodialogen
Risicokaarten maken inzichtelijk waar zich in de stedelijke omgeving problemen kunnen voordoen bij intensere regenbuien en hitte. Deze kaarten helpen de gemeente bij de aanpak van problemen en om de dialoog aan te gaan met inwoners, bedrijven en organisaties. Want ook zij kunnen een bijdrage leveren door het realiseren van laagteberging in tuinen, door tuinen zoveel mogelijk te ontstenen en te beplanten en drempels tegen instroming aan te brengen.
DIT Riolering
Bij aanleg en onderhoud van riolering in Diemen wordt waar mogelijk regenwater gescheiden afgevoerd via Drainage Infiltratie Transport (DIT)-riolering. Extra riolering voor alleen het regenwater vergroot de afvoercapaciteit voor het overtollige regenwater. Door de opslag, drainage en infiltratiecapaciteit kunnen uitgedroogde bodems van water worden voorzien om periodes van droogte te overbruggen. Bijkomend voordeel van een gescheiden riolering is dat de werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties niet vermindert door verdunning van rioolwater met regenwater en het aantal noodoverstortingen van rioolwater in oppervlaktewater beperkt wordt.
Laagteberging
Een belangrijk instrument om het onderlopen van gebouwen en (parkeer)kelders tegen te gaan vormt het benutten van de openbare ruimte voor laagteberging. Door de openbare ruimte (groen, wegen, et cetera) verlaagd aan te leggen ten opzichte van de bebouwing en obstakels voor afstroming weg te nemen, kan de openbare ruimte als buffer worden gebruikt. Bij alle ruimtelijke planvorming en bij de wijkaanpakken voor een verzakkende bodem wordt beoordeeld hoe de openbare ruimte hiervoor zo goed mogelijk kan worden benut. Voor het maken van innovatieve plannen om per wijk in te spelen op intensere regenbuien zijn veelvuldig stagiairs van de Hogeschool van Amsterdam ingezet.
Operatie Steenbreek
Bij herontwikkeling en de wijkaanpakken gaat de gemeente in gesprek met de bewoners. De gemeente bespreekt maatregelen tegen hittestress en intensere regenbuien in de openbare ruimte en in de tuinen. Operatie Steenbreek is een ontzorgende campagne waarbij de gemeente vrijkomende tegels afvoert en grond en advies beschikbaar stelt voor de vergroening van privéterreinen. De gemeente vraagt ook aan inwoners of er in de openbare ruimte plekken zijn die verdergaand ontsteend en vergroend kunnen worden.
Aanpak
De aanpak van de duurzaamheidsagenda op het thema Klimaatadaptatie bestaat uit het inspelen en aanpassen op:
Opwarming van de gebouwde omgeving (hittestress)
Intensere regenbuien
Langere periodes van droogte
Gemeentelijk beleid
Onze beleidsuitgangspunten hebben we ondergebracht in de Duurzaamheidsroute.
Monitoring
We gaan een GIS-kaart ontwikkelen om de voortgang in klimaatadaptiviteit van de openbare ruimte te monitoren.
Activiteiten en acties
De activiteiten die we nu al doen en voortzetten en onze nieuwe activiteiten en acties op het gebied van Klimaatadaptatie hebben we ondergebracht in de Duurzaamheidsroute.
Wat doet de gemeente zelf
Wat de gemeente zelf onderneemt op het gebied van klimaatadaptatie staat in de paragraaf Samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie.
Aandachtspunten
Bij het ontstenen en vergroenen van de stedelijke omgeving is het van belang zoveel mogelijk ecologisch waardevolle beplanting toe te passen met bij voorkeur inheemse soorten.
Bij de aanleg van wegen en paden is het van belang rekening te houden met opwarming. Lichter gekleurde materialen absorberen minder warmte en kaatsen meer terug. Voor gebouwen is het complexer. Lichter gekleurde materialen zorgen ervoor dat een gebouw minder warmte absorbeert, maar ook meer warmte naar de directe omgeving kaatst.
Langetermijndoelstelling
Klimaatadaptatie
Gebieden moeten in principe een bui van 120 mm in een uur kunnen bergen/afvoeren zonder dat gebouwen en (parkeer)kelders onderlopen; alleen als dat niet realiseerbaar is wordt als norm 90 mm in een uur gehanteerd.
Relaties met overige programmaonderdelen
Een belangrijke opgave bij de thema’s Energie & klimaat en Schone mobiliteit is het aardgasloos maken van de gebouwde omgeving. Een warmtepomp is een van de alternatieven voor verwarming met een cv-ketel op aardgas. Warmtepompen kunnen warmte uit de omgeving naar gebouwen transporteren. Afhankelijk van de grootte kunnen open wateren, gemalen en rioleringen benut worden voor warmtewinning uit (afval) water door warmtepompen.
Het thema Klimaatadaptatie is gericht op het omgaan met klimaatverandering. Met de aanpak van de uitstoot van broeikasgassen via de thema’s Energie & klimaat en Schone mobiliteit werkt de gemeente aan het voorkomen van verdere klimaatverandering. Dat geldt ook voor de aanpak van de verborgen uitstoot van broeikasgassen met het thema Afval & circulaire economie.
Met het onstenen en vergroenen van de openbare ruimte via Operatie Steenbreek worden de natuur en biodiversiteit in de gebouwde omgeving versterkt. Deze inspanning levert ook een bijdrage aan het klimaatadaptief maken van Diemen.
Door plaatsing van ecologisch en cultuurhistorisch waardevolle fruitbomen, vruchtdragende struiken, de aanleg van (buurt)moestuinen en bijvoorbeeld knotwilgen kan de openbare ruimte in het kader van circulaire economie ook worden benut voor de lokale productie van voedsel, wilgentenen en andere biobased materialen. Het blijft daarbij wel van belang om uit te gaan van de ecologische waarde.
In het kader van circulaire economie kan regenwater bij nieuwbouw ook worden opgevangen voor bijvoorbeeld toiletspoeling en het sproeien van de tuin.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel D.
Klimaatadaptatie
Onderdeel van Duurzaamheidsagenda 2020-2025