Het belang van de bescherming van de volksgezondheid wordt soms vergeten (hoewel, in huidige tijd weer heel actueel!). Om dorpen en steden leefbaar en gezond te houden, is de afgelopen decennia geïnvesteerd in vele maatregelen en infrastructuur zoals riolering. Deze vertegenwoordigt een grote waarde. Als vandaag alle voorzieningen voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken vervangen zou moeten worden, is daar circa € 1,2 miljard voor nodig. Om er voor te zorgen dat de kwaliteit hiervan voldoende hoog blijft, dit allemaal goed blijft werken, tegen betaalbare kosten voor nu en toekomstige generaties, wordt dit doelmatig en professioneel beheerd. Investeringsprogramma’s worden daarom al zo veel mogelijk op elkaar afgestemd, niet alleen met gemeentelijke investeringen, maar ook met investeringen van bijvoorbeeld woningcorporaties, parkbeheerders (bedrijventerreinen) en kabels- en leidingbeheerders. En voor een doelmatig en professioneel beheer is een goed inzicht nodig in de kwaliteit en werking van de huidige voorzieningen, door planmatig onderzoek, monitoring, berekeningen en analyses.

Omdat de levensduur van bijvoorbeeld riolering lang is, door de overwegend goede grondslag in Amersfoort, moet bij de keuzes voor vervanging en verbetering en de financiering daarvan, ver vooruit worden gekeken. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het toekomstige klimaat en met belangrijke trends en ontwikkelingen, zoals verdichting, energietransitie, circulariteit en veranderende mobiliteit. Hieruit volgen drie belangrijke uitgangspunten voor het beheer:

  • - Vanwege de relatief lange levensduur, zijn nu al extra inspanningen en investeringen noodzakelijk om tijdig te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering.
  • - Vanwege diezelfde lange levensduur wordt bij de keuzes van maatregelen ook nadrukkelijk gekeken naar de beheerbaarheid en de beheerkosten daarvan, naast de investeringskosten.
  • - Om goed op de actualiteit en nieuwe inzichten, zoals nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI, in te kunnen spelen, is een zekere flexibiliteit in het investeringsprogramma nodig om projecten aan te kunnen passen en nieuwe projecten toe te kunnen voegen.