Duurzaamheid en gezonde leefomgeving
De invulling van de gemeentelijke watertaken voor het vasthouden, benutten en infiltreren van regenwater voor groen en aanvulling van het grondwater, wordt ‘vergroend’. Dit draagt bij aan een grotere belevingswaarde, omgevingskwaliteit en biodiversiteit.
Daarvoor wordt in eerste instantie gestreefd naar vermindering van verhardingen en benadering van de natuurlijke situatie van infiltratie en afstroming van neerslag. Als daar fysiek en financieel de ruimte voor is, hebben ‘groene maatregelen’ de voorkeur boven ‘grijze maatregelen’. Vertrekpunt is dus dat de gemeentelijke watertaken t.a.v. regenwater en grondwater met ‘groene maatregelen’ worden ingevuld, tenzij de beschikbare fysieke of financiële ruimte dat onmogelijk maakt. Als er dus ruimte is voor de aanleg van een (biodiverse) wadi voor de opvang en infiltratie van regenwater, dan wordt daarvoor gekozen, in plaats van bijvoorbeeld de aanleg van een ondergronds infiltratietransportriool. Daarbij wordt rekening gehouden met multifunctioneel gebruik van de ruimte; de wadi kan bijvoorbeeld zo worden ingericht dat een deel hiervan een iets verhoogde speelplaats biedt voor kinderen.
Gelijktijdig met de uitvoering van rioolvervanging en wegrenovatie, wordt de leefomgeving verbeterd, waarbij de openbare ruimte klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht. Aandachtspunt hierbij is dat bij graafwerkzaamheden voor aanleg of aanpassing van riolering, bestaande bomen niet altijd te handhaven zijn. Alternatieven om bestaande bomen te handhaven, worden bij de projectvoorbereiding in beeld gebracht en zorgvuldig afgewogen.
Micro verontreinigingen zoals medicijnresten en hormonen kunnen via de riooloverstorten en foutieve aansluitingen in het oppervlaktewater en via lekkende rioolbuizen in het grondwater terecht komen. Door het afkoppelen van verhard oppervlak van gemengde riolering, het relinen van riolen (waterdicht maken) en de controle op foutieve aansluitingen, wordt de verspreiding van deze micro verontreinigingen tegengegaan. Voor verwijdering van deze ‘nieuwe stoffen’ uit het effluent van rioolwaterzuiveringen worden landelijk experimenten uitgevoerd.
Tegengaan regenwateroverlast als gevolg van klimaat verandering
Uit het lopende onderzoek voor het Basisrioleringsplan 2021 (bron: Memo ‘Onderbouwing ontwerp en kosten maatregelen ter voorkoming, Arcadis, 2021) blijkt dat er een groot aantal maatregelen noodzakelijk is om de kans op regenwateroverlast tot een acceptabel niveau te beperken (kans op water in woningen en bedrijven zoveel als doelmatig mogelijk te beperken). Deze maatregelen hoeven en kunnen niet allemaal in de komende planperiode worden uitgevoerd. Waar maatregelen nodig zijn, zal bij alle ontwikkelingen en werkzaamheden in de betreffende gebieden worden bekeken of de maatregelen tegen regenwateroverlast hierbij kunnen meeliften. Volgens de afspraken in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie moet Nederland in 2050 klimaatbestendig zijn. Er is dus tijd om deze maatregelen uit te voeren, waardoor de uitvoering slim gekoppeld kan worden. Met het Basisrioleringsplan 2021 is het ‘huiswerk klaar’ om tot 2050 de benodigde maatregelen voor beperking van regenwateroverlast mee te laten liften met andere ontwikkelingen en programma’s. De benodigde maatregelen hiervoor zijn als ‘longlist’ hierna bij de betreffende deelgebieden opgenomen.
Grondwaterstand en gezonde leefomgeving
In principe mag de grondwaterstand niet worden beïnvloed en moet worden uitgegaan van de bestaande grondwaterstanden. Alleen in uitzonderlijke situaties mag verlaging van de grondwaterstand plaatsvinden door de aanleg van drainage, bijvoorbeeld bij nadelige gevolgen door structurele overlast in bestaande wijken. Inrichting en ontwerp zijn zodanig dat de bestaande grondwaterstand zo minimaal mogelijk wordt beïnvloed en ook in de toekomst geen overlast ontstaat.
Er is sprake van nadelige gevolgen voor de bestemming als de grondwaterstand in bebouwd gebied leidt tot:
- - gezondheidsklachten, schade aan gebouwen of infrastructuur,
- - aanzienlijke en meetbare beperking van het woongenot,
- - of het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie, bijvoorbeeld als een speelterrein zo drassig is dat er niet meer gespeeld kan worden of de hoge grondwaterstand zo hoog is dat er hierdoor te weinig zuurstof in de bodem is en boomwortels kunnen afsterven.
Er is sprake van structurele grondwateroverlast in bebouwd gebied als bij het volgende grondgebruik de hoogste grondwaterstanden wederkerend (over meerdere jaren) meerdere keren per jaar gedurende enkele dagen per keer hoger zijn dan (bron: Grondwaterplan Amersfoort):
- - bebouwing met kruipruimte: 0,9 m beneden vloerpeil,
- - bebouwing zonder kruipruimte: 0,5 m beneden vloerpeil,
- - parkeerplaatsen, tuinen en plantsoenen: 0,5 m beneden maaiveld.
Het vloerpeil is hierin gedefinieerd als de bovenzijde van de vloer op de begane grond, die tenminste 0,15 m boven straatpeil moet liggen (dit is ondergrens, streven is 0,3 m). In onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven.
Bodem-/grondwaterkwaliteit en gezonde leefomgeving
Bij de uitvoering van de gemeentelijke watertaken moet rekening worden gehouden met bestaande bodemverontreinigingen en moet het ontstaan van mogelijke nieuwe bodem- en grondwaterverontreinigingen worden voorkomen. Hier wordt invulling aan gegeven door:
- - het voorkomen van de verspreiding van bodemverontreinigingen door de infiltratie van regenwater,
- - een zo groot mogelijke waterdichtheid van gemengde en vuilwater riolen, om lekkage van afvalwater vanuit riolen naar bodem en grondwater te voorkomen,
- - bij bronbemalingen nabij locaties met bodemverontreiniging, het afgepompte water niet (onbehandeld) laten lozen op gescheiden regenwaterriool,
- - bij bronbemalingen nabij locaties met bodemverontreiniging, verspreiding als gevolg van deze bemaling te voorkomen,
- - bijzondere aandacht voor maatregelenkeuzes en projectuitvoering in het grondwaterbeschermingsgebied op De Berg.
Doelmatig beheer
De huidige kwaliteit en goede werking van de riolering en alle voorzieningen die nodig zijn voor de gemeentelijke watertaken, worden in stand gehouden. De kwaliteits- en onderhoudstoestand van de riolering en andere voorzieningen mag niet achteruit gaan. Om hier invulling aan te geven en dit te bewaken, is voldoende inzicht in het systeem nodig.
Maatregelen
Hiervoor wordt onderstaand onderzoek en monitoring uitgevoerd:
- - Gebruiken van rekenmodellen voor simulatie van de afstroming van regenwater en grondwater.
- - Continuering van de meting van grondwaterstanden, waarbij van handmetingen wordt overgegaan naar telemetrische metingen (in 2021) voor vrijwel alle huidige peilbuizen (een beperkt aantal locaties van peilbuizen wordt aangepast)
- - Continuering van de meting van neerslag en de monitoring van de werking van rioolgemalen en randvoorzieningen.
- - Verbetering van het (online) bemeten van alle riooloverstorten van de gemengde riolering.
- - Opstellen van wijkklimaatplannen.
- - Monitoren van indicatoren voor klimaatbestendigheid (naast indicatoren voor biodiversiteit en groen). Monitoren van klimaatadaptatie is complex omdat de effecten vaak pas zichtbaar zijn wanneer er klimaatextremen optreden of wanneer het geplaatste groen tot wasdom komt en omdat de omgeving en het klimaat veranderen. Het monitoren van de ‘impact’ van het programma heeft de voorkeur (naast monitoring van de ‘output’ zoals m2’s afgekoppeld, m2 verharding en m2 groen dak). Dus zo dicht mogelijk tegen het meten van de feitelijke klimaatbestendigheid/-kwetsbaarheid of via modelberekeningen (m.n. voor weersextremen die minder vaak optreden). Wanneer de KNMI klimaatscenario’s worden aangepast, worden ook de stresstesten/kwetsbaarhedenkaarten van Amersfoort ge-update en kan inzichtelijk worden gemaakt hoe Amersfoort toewerkt naar de gestelde ambitie om in de klimaatbestendigheid mee te groeien met de klimaatverandering.
- - Een kaartlaag met gemeentelijke infiltratievoorzieningen bijhouden.
- - Onderzoek naar de cyber security van geautomatiseerde systemen voor besturing en monitoring van rioolgemalen, randvoorzieningen, etc.
Inzicht in lokale neerslag met neerslagmeters
Daarnaast worden de volgende onderhoudsmaatregelen uitgevoerd:
- - Reiniging en inspectie van circa 40 tot 50 km vrijverval riolering per jaar (zie tabel).
- - Gelijk bij de uitvoering van onderstaande rioolinspecties wordt gecontroleerd op waterdichtheid van de riolering (instroom grondwater) en op foutieve aansluitingen van regenwater op vuilwaterriolering en (met name!) van vuilwater op gescheiden regenwaterriolering (omdat dit laatste tot ernstige vervuiling van vijvers en singels leidt).
Renovatie gemalen
Diverse rioolgemalen in periode 2021 tot en met 2025, renovatie pompinstallaties (M/E)
gemiddeld 300 K€ /jaar
Rioolinspecties (2021-2024)
Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2021
52 km
Rioolinspecties (2021-2024)
Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2022
43 km
Rioolinspecties (2021-2024)
Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2023
50 km
Rioolinspecties (2021-2024)
Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2024
53 km
Rioolinspecties (2025-2028)
Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen 2025
50 km
Camera inspectie van riolen