Toestand van de riolering

De afgelopen planperiode is 788 km riool geïnspecteerd. Dit is ruim 80% van alle vrijverval riolen in Amersfoort. Hierdoor is er een goed beeld van de kwaliteit en onderhoudstoestand van de riolen.

De onderhoudstoestand (vuilophoping, wortelingroei, aangroei en afzetting) is overwegend ruim voldoende. De verstopping van de zinkers onder de grachten in de binnenstad is een blijvend aandachtspunt. Door continue online monitoring kan een verstopping van de zinkers direct worden gesignaleerd en actie op worden ondernomen. Hierdoor wordt voorkomen dat bij een onopgemerkte verstopping onverdund afvalwater via de riooloverstorten op de grachten wordt geloosd.

De kwaliteit van de riolering (stabiliteit en waterdichtheid) is overwegend goed. De relatief slechte rioolbuizen in Zielhorst, Schothorst Noord en Kattenbroek zijn de afgelopen jaren verbeterd. In een aantal wijken is de waterdichtheid van de buizen nog onvoldoende, waardoor lekkage kan optreden. Deze riolen worden de komende jaren verbeterd door reparatie of relinen.

Waterbalans

Net als in voorgaande gemeentelijk rioleringsplannen, is van een recent jaar (2019) een balans van de watervolumes in de waterketen opgesteld. Op RWZI Amersfoort is in totaal 17,7 miljoen m3 afvalwater afgevoerd vanuit Bunschoten, Leusden en Amersfoort (gemeten door riool- en influentgemalen, =100%). Het aandeel vanuit Amersfoort bedraagt bijna 70%, ofwel 12,25 miljoen m3 afvalwater. Hiervan is circa 8,25 miljoen m3 afvalwater dat door huishoudens en bedrijven worden geloosd (berekend op basis van kengetallen). Daarnaast gaat het om ruim 1,3 miljoen m3 afstromend regenwater dat via (met name) het gemengd riool wordt ingezameld en afgevoerd (berekend op basis van op riolering aangesloten oppervlak en gemeten neerslag). Tot slot is er circa 1,8 miljoen m3 afvalwater waarvan de herkomst niet goed kan worden verklaard, ofwel een kleine 10% van de totale aanvoer naar de RWZI. Dit is minder dan in 2009 (2,4 miljoen m3, 13% van totaal) en een aanzienlijk minder van in 2005 (3,18 miljoen m3 / 17% van totaal). De afname vanaf 2009 is vooral toe te schrijven aan het relinen van oude riolen, waardoor grondwater niet meer het riool in kan lekken door voegen tussen en scheuren in de buizen. En door het ombouwen van ruim 140 km verbeterd gescheiden regenwaterriool naar gescheiden regenwaterriool, waardoor grondwater dat hier in lekt niet meer naar de RWZI wordt afgevoerd maar naar oppervlaktewater.

Terugdringing van afvoer regenwater naar RWZI is prestatie van formaat!

Door het afkoppelen van 22,5 hectare (!) verhard oppervlak van de gemengde riolering en het ombouwen van 147 km (!) verbeterd gescheiden regenwaterriool naar gescheiden regenwaterriool in de afgelopen planperiode, werd in 2019 bijna 1,4 miljoen m3 regenwater minder naar de RWZI afgevoerd dan in 2009. Per jaar hoeft dus zo’n 1.400.000.000 liter minder relatief schoon regenwater op de RWZI Amersfoort te worden behandeld. Hiervan heeft ook de RWZI als energie- en grondstoffenfabriek profijt, wat bijdraagt aan een circulaire en duurzame economie.

Werking van de overstorten van het gemengde rioolstelsel

Bij hevige neerslag kan de riolering het water niet allemaal meer opvangen en treden bij de gemengde rioolstelsels de riooloverstorten in werking, om wateroverlast en schade zo veel mogelijk te voorkomen. In Amersfoort zijn er 27 van deze riooloverstorten, waarvan 7 met een randvoorziening voor vermindering van de vuilemissie op oppervlaktewater. Deze overstorten treden regelmatig in werking, waardoor verdund afvalwater in het oppervlaktewater terecht komt. Afhankelijk van de doorstroming van het oppervlaktewater, is er dagen tot enkele weken (in droge perioden) daarna een verhoogd gezondheidsrisico in en het water. Dit betreft met name de Heiligenbergerbeek, de grachten in de Binnenstad en de Eem (in de Eem is het sowieso levensgevaarlijk en verboden om te zwemmen i.v.m. vaarverkeer).

De overstorten zonder randvoorziening werden met zogenaamde ‘stand alone’ meetapparatuur bemeten, die voorzien waren van een accu en waar de lokaal opgeslagen meetdata periodiek werd uitgelezen. Deze meetgegevens bleken echter niet volledig en niet betrouwbaar te zijn. Daarom wordt deze meetapparatuur momenteel vervangen door ‘online’ metingen, waarbij de volledigheid en betrouwbaarheid van de metingen direct kan worden gecontroleerd (in plaats van achteraf). De metingen van de overstorten met randvoorziening (voor vermindering van vuilemissie op oppervlaktewater), waaronder alle grote overstorten, worden al wel ‘online’ gemeten. Hieruit blijkt dat ongeveer de helft van de totale overstortvolume via de overstort en randvoorziening aan de Havenweg op de Eem wordt geloosd, ongeveer een derde aan de Rubensstraat op de Heiligenbergerbeek en ongeveer een tiende deel via de overstort aan het Smallepad op de Eem wordt geloosd. Deze verdeling komt globaal overeen met de modelberekeningen voor het Basisrioleringsplan 2006. De overstort aan de Rubensstraat is verreweg het meest in werking getreden, gemiddeld 8 keer per jaar.

Werking van de riolering tijdens extreme neerslag, de kans op regenwateroverlast

Voor het Basisrioleringsplan 2021 (Arcadis) is met een zogenaamde ‘stresstest regenwateroverlast’ in beeld gebracht op welke locaties en in welke mate wateroverlast in de huidige situatie kan worden verwacht bij een extreme neerslag van 74 mm in 1 uur. Een dergelijke neerslag heeft een gemiddelde kans van optreden in het toekomstig klimaat (rond 2085) van 1 keer per circa 100 jaar. Het resultaat is in onderstaande afbeelding te zien.

De grootste kans op wateroverlast, de ‘blauwe vlekken’ op deze kaart, zijn te vinden op de flanken van de stuwwal. De locaties waar deze knelpunten optreden worden in belangrijke mate bepaald door het natuurlijke landschap. De neerslag stroomt langs laaggelegen delen naar lokale laagtes in het gebied en ook op locaties waar een steile helling overgaat in een flauwe helling is van nature een grotere kans op regenwateroverlast. De aanleg van grotere buizen en meer rioolberging op deze locaties lost deze knelpunten maar beperkt op. Voor een robuuste oplossing moet hier vooral worden ingezet op het vasthouden en infiltreren van neerslag in de hoger gelegen delen, het geleiden van afstromend hemelwater naar locaties waar dit geen schade geeft en/of door het beperken van schade door water op straat (bijv. door plaatsing van tijdelijke schotten voor gebouwopeningen zoals in de Palmstraat, Soesterkwartier).

De ‘blauwe vlekken’ in de lager gelegen delen van Amersfoort zijn over het algemeen kleiner en minder donkerblauw, omdat de afvoerweg naar oppervlaktewater kleiner is en water op straat zich hier makkelijker over een groter oppervlak kan verspreiden. Naast beperking van de hoeveelheid verharding, zal hier vooral de verruiming van de afvoercapaciteit naar oppervlaktewater een kosteneffectieve maatregel zijn om de kans op regenwateroverlast te beperken.

Gevoeligheid voor natte perioden, effecten op de grondwaterstand

Recent is onderzoek gedaan naar het optreden van hoge en lage grondwaterstanden in Amersfoort op basis van gemeten grondwaterstanden. In de blauw gekleurde gebieden op onderstaande kaart kan de grondwaterstand periodiek hoger komen dan 0,7 m onder maaiveld. Met name deze gebieden zijn gevoelig voor het optreden van grondwateroverlast.

Kaart met hoge grondwaterstanden, gebaseerd op gemeten grondwaterstanden, voor de situatie met een gemiddelde hoeveelheid neerslag in de winterperiode en het huidige klimaat (bron: Analyse grondwater en klimaat Amersfoort, BZ Ingenieurs & Managers, november 2019).

Het optreden van hoge grondwaterstanden hoeft niet te betekenen dat daar dan ook grondwateroverlast wordt ervaren. In de huidige praktijk wordt grondwaterstand ervaren op locaties in het Vermeerkwartier en Schothorst en in mindere mate ook uit Nieuwland.

Gevoeligheid voor droge perioden, effecten op de grondwaterstand

Op de onderstaande kaart met de oranje of rood de gebieden aangegeven waar de grondwaterstand periodiek lager komen dan 1,5 of 2 m onder maaiveld. Het groen is met name deze gebieden is afhankelijker van de aanwezigheid van zogenaamd ‘hangwater’ in de bodem en is in aaneengesloten (warme) perioden zonder neerslag meer gevoelig voor droogte.

Kaart met lage grondwaterstanden, gebaseerd op gemeten grondwaterstanden, voor de situatie met een gemiddeld doorlopend neerslagtekort (144 mm) in de zomerperiode en het huidige klimaat (bron: Analyse grondwater en klimaat Amersfoort, BZ Ingenieurs & Managers, november 2019).

In de praktijk zijn vooral de bomen in het Bergkwartier en Leusderkwartier gevoelig voor droogte. Het groen op deze locaties heeft het meest te lijden gehad onder de droogte van de afgelopen jaren (met name 2018).