De toezichtstrategie is de strategie die beschrijft op welke manier en in welke vorm toezicht plaatsvindt. Dit is een leidraad bij het opstellen van het uitvoeringsplan en voor de toezichthouder in zijn dagelijkse werk. Toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en doelen. Deze zijn vastgesteld op basis van de risicoanalyse. De prioritering is leidend voor de frequentie van het toezicht. Voor milieutoezicht, horecatoezicht en toezicht op gebruik (brandveiligheid) gelden planningsmodules (gebaseerd op de milieubelastende activiteit (onder de Omgevingswet) en gebaseerd op het preventieactiviteitenplan (PREVAP richtlijn21Deze richtlijn zal onder de Omgevingswet bijgewerkt moeten worden, aangezien voor veel gebouwen de vergunningplicht cq meldingsplicht vervalt, maar er in het kader van brandveiligheid wel toezicht dient plaats te vinden.) die ziet op de periodieke controlefrequenties van de verschillende gebruiksfuncties. De werkwijze bij toezicht en handhaving wordt verder toegelicht in bijlage 10.
Preventief: geprogrammeerd gebiedstoezicht
De kwaliteit van de leefomgeving wordt onder andere bepaald door de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden” en dat werkt in de regel preventief. Gekoppeld aan handhavingscommunicatie zal dit een positief effect hebben op kwaliteit van de leefomgeving. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd.
Het gaat er dan om dat bevindingen bij de juiste handhavingspartner worden gelegd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht. Dit kan een collega zijn of een ander bevoegd gezag. Periodiek wordt binnen een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats aan de hand van incidentele fysieke perceelcontroles. Dat geldt voor Wabo/Omgevingswet-gerelateerde taken en ook het toezicht in de openbare ruimte door boa’s vindt hierin plaats.
Actief: gebiedsgerichte controle
Een surveillance kan ook resulteren in een controle, op basis waarvan een handhavingstraject moet worden opgestart. Deze controle zal vooral op de bedrijventerreinen leiden tot het constateren van uiteenlopende vormen van strijdig (planologisch) gebruik. Er blijkt op een deel van de bedrijven-terreinen behoefte te bestaan aan een ander soort bedrijven (kantoren, maatschappelijke voorzieningen etc.) dan dat daar volgens het bestemmingsplan is toegestaan.
Het belang van een tijdige signalering is tweeledig:
ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en aangepakt (mits dit prioriteit heeft) en
de informatie is direct bruikbaar in elke actualiseringsronde van de bestemmingsplannen.
De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor de taakvelden milieu, brandveiligheid, bouwen, openbare ruimte en openbare orde & veiligheid. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor één of meerdere controlepunten. Voorbeelden hiervan zijn bebouwing in voorerfgebied, gevelinventarisatie milieu22Jaarlijkse controle op zicht om te kijken welke bedrijven waar zitten en of deze in de juiste categorie zijn ingedeeld. of foutief parkeren. Met het afnemen van vergunningsplichtige activiteiten en het toenemen van vergunningsvrije of meldingsplichtige werkzaamheden neemt de kans op afwijkend handelen toe. Uit de praktijk blijkt dat daar waar minder inzet nodig is voor vergunningverlening, intensivering van toezicht en handhaving noodzakelijk is.
Actief: controle naar aanleiding van verleende vergunningen en/of meldingen
Deze vorm van controle is traditioneel en vloeit direct voort uit het nemen van beschikkingen, het stellen van voorschriften bij vergunningen en het accepteren van meldingen. Naleving van voorschriften is essentieel bij vergunningverlening, immers het gaat hier om zaken die expliciet vergund dienden te worden. Alle verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd overeenkomstig het vastgestelde beleid en de eventuele controlefrequentie. In geval van overtredingen wordt de sanctiestrategie toegepast, die voortvloeit uit het beleid.
Reactief: controle naar aanleiding van klachten en/of verzoeken om handhaving
Niet alle klachten en/of verzoeken om handhaving resulteren in een controle. Dat is afhankelijk van de prioriteitstelling en aard van de melding. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd. Indien sprake is van een mogelijk acute situatie wordt uiteraard wel actie ondernomen. Bij dit onderwerp wordt de lijn van de constante jurisprudentie omtrent ‘de beginselplicht tot handhaving’ gevolgd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.
Toezichtstrategie
Onderdeel van Uitvoerings- en handhavingsbeleid VTH Omgevingsrecht Gemeente Diemen 2023 - 2026