Er zijn in deze nieuw typologie een aantal elementen opgenomen die effecten hebben op het wel of niet toestaan van bepaalde functies. Hierop wordt in deze paragraaf nader ingegaan. Het gaat onder meer over hoe we wonen en werken in de woonwijk verder vorm en inhoud gaan geven, wat we verstaan onder voorzieningen en hoe we omgaan met de locaties voor die voorzieningen, wat kunnen de centrummilieus aan extra’s bieden voor de stad en welke ruimtelijke invulling geven we aan een aantal specifieke branches (zoals bijv. detailhandel, en horeca).
Figuur 3.3 Ligging van bedrijventerreinen verspreid over de stad
Bron: Gemeente Almere
Woonwijken als werkmilieu
Functiemenging is niet alleen iets van bedrijventerreinen of kantorenlocaties. Er kan in Almere ook nu al gewerkt worden in woonwijken. Werken in de wijk kan de monotonie van de wijken doorbreken en het aanbod van werkmilieus in de stad vergroten. Al sinds 2005 hanteert Almere de beleidslijn ‘wijkeconomie’, waarbij het uitgangspunt is ‘mengen waar het kan en scheiden waar het moet’. Dat laatste betreft vooral functies die overlast voor de omgeving verzorgen zoals geluid, hinder, verkeer, etc. Een algemeen uitgangspunt is dat (kleinschaliger) economische activiteiten die vooral betrekking hebben op bevolkingsvolgende voorzieningen en die niet noodzakelijkerwijs in een centrummilieu gevestigd hoeven te worden, zoveel mogelijk in de wijk geaccommodeerd worden. Maar ook kleinschalige kantoren en schone kleinschalige maakindustrie in de plinten van woonwijken is een ontwikkeling die we verder willen faciliteren en stimuleren. Het beleid voor de komende jaren kent een aantal nieuwe en te continueren accenten:
Een goed en bestaand voorbeeld om wijkeconomie nog meer impact te laten hebben is de mogelijkheid om in alle woningen ‘aan huis verbonden beroepen’ om voor die ‘bedrijfsmatige activiteiten aan huis’ maximaal 50% van het woonoppervlak te mogen invullen, uiteraard onder voorwaarde dat de woning bewoond wordt door de eigenaar van het bedrijf. Diezelfde mogelijkheden zijn er ook voor bedrijfswoningen binnen werkmilieus. Dit beleid voert de gemeente al jaren en wordt ook in deze VWA gecontinueerd.
Het plannen van kleine bedrijfs(verzamel)gebouwen als onderdeel van nieuwe woonwijken en de gebieden die worden getransformeerd. In de gebiedsplannen zal dan moeten worden afgewogen hoeveel ruimte er beschikbaar moet worden gemaakt voor de werkfunctie. Nieuw is daarbij het uitgangspunt dat er bij iedere 50 woningen minimaal twee kleinschalige bedrijfsruimten gerealiseerd moeten worden.
Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt functiemenging het uitgangspunt. Dit doen we door bijvoorbeeld in woonwijken ruimte te programmeren voor werkfuncties (voorzieningen, kantoren). Ook is een uitgangspunt dat in beginsel op iedere 50 woningen minimaal twee kleinschalige (zelfstandige) bedrijfsruimten moet worden gerealiseerd.
Zoals al eerder aangegeven zetten we een rem op transformaties van werkfuncties naar wonen. Op een aantal binnenstedelijke terreinen is transformatie naar gemengd woon-werkgebied inmiddels toegestaan. Op de andere bedrijventerreinen vinden uiteraard wel herontwikkeling en functieverandering plaats, maar die hebben vooral betrekking op andere economische activiteiten en voorzieningen. En dus niet op transformatie naar wonen.
Voorzieningen inpassen in verschillende werkmilieus
Voorzieningen zijn mogelijk in Centrummilieus en op Transformatielocaties waar deze (o.a. ruimtelijk en milieu- technisch) doorgaans goed inpasbaar zijn. Ook in woonwijken is dit mogelijk. In woonwijken gaan we terughoudend om met het transformeren van werkfuncties naar wonen. Omzetten naar voorzieningen staan we wel toe.
Op de binnenstedelijk bedrijventerreinen (die niet getransformeerd worden) vraagt dat om nadere afwegingen. Gedeeltelijke functiemenging met voorzieningen zorgt voor verlevendiging en komt daarmee ten goede aan het karakter van de bedrijventerreinen. Tegelijkertijd mogen de voorzieningen de werkfunctie niet verdringen. Op de binnenstedelijke bedrijventerreinen is daarom maximaal 25% van de uitgeefbare/uitgegeven gronden binnen het betreffende werkmilieu beschikbaar voor deze functies onder voorwaarde dat deze voorzieningen de (zittende) bedrijvigheid niet hinderen.
Op de reguliere en specifieke werkmilieus geldt dat maximaal 10% beschikbaar is voor voorzieningen. Het gaat daarbij om voorzieningen die de bedrijven ondersteunen (zoals bijv. een business facility point).
Over het algemeen geldt dat de voorzieningen moeten passen binnen het karakter van het werkmilieu en dat de voorziening ook gericht moet zijn op de bedrijven in het werkmilieu. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk als de voorzieningen elders in de stad niet of moeilijk inpasbaar zijn. Het kan gaan om voorzieningen die vanwege het ruimtegebruik of de verkeersaantrekkende werking moeilijk in bestaand stedelijk gebied ingepast kunnen worden en/of omdat de voorziening een functie vervult voor de aangrenzende wijk.
Centrummilieus op een aantal knooppuntlocaties
Knooppuntlocaties zijn locaties waar (OV-)mobiliteitsnet- werken bij elkaar komen, die daardoor ook een bepaalde intrinsieke kwaliteit hebben als (potentiële) werklocatie. In de Visie Werklocaties zien we de omgeving van de belangrijkste knooppunten als centrummilieus. Almere heeft drie grote knooppuntlocaties: de stationsgebieden Almere Centrum, Almere Buiten en (potentieel) Almere Poort. Daarnaast zijn er kleine knooppunten rond de stations Muziekwijk, Parkwijk, Oostvaarders en bus-knooppunt ’t Oor (zie kaart hierboven).
In de Visie Werklocaties sluiten we aan op de Mobiliteitsvisie Almere 2030. We onderschrijven dat de stations van Almere logische locaties voor verdichting van wonen en werken zijn door de verknoping van de mobiliteitsnetwerken. De omgeving van de stations Almere Centrum, Buiten en Poort lenen zich door de combinatie van knoop-waarde (verbindingen), aanwezige voorzieningen (de plaatswaarde) en daardoor ook een aantrekkelijke vestigingslocatie voor bedrijven (economische – of vastgoedwaarde). Daarbij biedt het Stations- kwartier/centrum de meeste kansen voor verdichting. Het gebied is het enige volwaardige intercitystation en heeft al een gemengd stedelijk karakter met een grote mate aan diversiteit aan bedrijven, instellingen en voorzieningen. Dit biedt de juiste stedelijke dynamiek voor verdere toevoeging van economische functies in hoge dichtheden.
Ook rond het station van Almere Buiten zijn er ontwikkelen transformatiekansen waarbij knooppuntontwikkeling en stedelijke vernieuwing hand in hand kunnen gaan. Almere Poort is ook een knooppuntlocatie. Daar is in Olympia- kwartier West weinig in hoge dichtheden gebouwd. De ontwikkeling van Olympiakwartier Oost biedt wel kansen voor knooppuntontwikkeling. Deze drie knooppuntlocaties vragen om een integrale ontwikkeling met een sterke focus op verdichting van economische functies en voorzieningen, zodat het economisch - en mobiliteitsbeleid elkaar gaan versterken. Daarnaast zal de programmering en fasering van de ontwikkeling van die drie locaties (stationsgebied Almere Buiten, Olympiakwartier Oost en Olympiakwartier West) op elkaar afgestemd worden. Ook meer woningbouw zal op die locaties overwogen worden omdat daardoor het draagvlak voor voorzieningen wordt vergroot. Verdichting bevordert namelijk de dynamiek, interactie en intimacy van deze gebieden als aantrekkelijk werkmilieu.
Detailhandel
Hiervoor geldt de Detailhandelsvisie 2020 als basis. Voor de werklocaties is het van belang om te vermelden dat detailhandel op bedrijventerreinen alleen mogelijk is als ondergeschikte activiteit van de productie of reparatie van goederen. In de Detailhandelsvisie is vermeld dat op enkele bedrijventerreinen volumineuze vormen van detailhandel (zoals bouwmarkten) mogelijk zijn. Op Markerkant is in deelgebied 12 nog kleinschalig regulier detailhandel mogelijk.
Horeca en hotels
In de vorige Visie Werklocaties is de Horecavisie integraal opgenomen (Vestigingsvisie Horeca Almere 2016). De Horecavisie nemen we in de nieuwe Visie Werklocaties niet op. Dat betekent dat de Horecavisie uit 2016 een op zich staand beleidsdocument blijft. In beginsel blijven we dus uitgaan van de Vestigingsvisie Horeca Almere 2016, met dien verstande dat de Visie Werklocaties leidend is voor wat betreft de bedrijventerreinen. Horeca op bedrijventerreinen kan immers van belang zijn voor het versterken van het vestigingsmilieu op die terreinen. Uiteraard geldt ook hier dat horeca geen afbreuk mag doen aan de werkfunctie van de bedrijventerreinen. Dat komt er op neer dat horeca mogelijk is in centrummilieus en op andere locaties op basis van specifieke voorwaarden. Voor transformatielocaties zal de horeca ondersteunend moeten zijn aan de gemengde woon-werkmilieus (ondergeschikte horeca, lichte horeca). Voor de binnenstedelijke bedrijventerreinen waar de werkfunctie centraal blijft staan en op de ander bedrijventerreinen gaat het ook om ondergeschikte en lichte horeca.
Voor hotels geldt het afwegingskader ‘Hotels in Almere’ (2019).
Huisvesting voor arbeidsmigranten
De huisvesting van arbeidsmigranten is een bijzondere voorziening. De visie Werklocaties is leidend voor het maken van een afweging ten gunste van huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten. In het ‘Afwegingskader huisvesting tijdelijke arbeidskrachten’ is opgenomen dat maximaal 10% van een werklocatie kan worden aangewend voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Iedere situatie zal integraal afgewogen worden. De maximale 10% zal daarom niet altijd volledig benut kunnen worden. Bij de uitvoering van het ‘Afwegingskader huisvesting tijdelijke arbeidskrachten’ gelden de volgende aanvullende criteria:
De 10% is onderdeel van de eerder genoemde maximale 25% functiemenging met voorzieningen op binnenstedelijke bedrijventerreinen.
Op reguliere en binnenstedelijke werkmilieus kan maximaal één vestiging geplaatst worden voor maximaal 150 personen.
De Buitenvaart is een agrarisch gebied waarbij veelal in bedrijfswoningen behorende bij het agrarische bedrijf gewoond wordt. Agrarische bedrijven op de Buitenvaart maken ook gebruik van tijdelijke arbeidskrachten die soms ook op eigen terrein (in de bedrijfswoning of in tijdelijke eenheden) gehuisvest worden. Het college neemt ten aanzien van deze specifieke werklocatie een positieve grondhouding in voor de kleinschalige huisvesting van arbeidsmigranten voor het eigen bedrijf. Ieder initiatief voor tijdelijke huisvesting van arbeidskrachten zal afzonderlijk worden beoordeeld aan de hand van een aantal leefbaarheidsaspecten en een kwalitatief verantwoorde ruimtelijke inpassing.
Uit Tabel 3.4 kan ook worden afgeleid dat voor de ontwikkeling van werkmilieus maatwerk nodig is, maar in ieder geval hanteren we in Almere nu een bredere scope van mogelijkheden voor de diverse typen werkmilieus dan in de GVW van 2016. Het doel blijft onveranderd om het juiste bedrijf op de juiste locatie tot ontwikkeling te laten komen. Omdat de vestigingsvoorkeuren van bedrijven en instellingen veranderen, spelen we daar met het werklocatiebeleid flexibel op in.
Kijkend naar de verwachte ontwikkelingen in de economie en de voorwaarden en de bepalingen die zijn gesteld aan functiemenging op werklocaties en in woonwijken, kan worden gesteld dat Almere met deze visie:
Inspeelt op de veranderingen in de economie, door ook andere functies en voorzieningen toe te staan op werklocaties.
Zoveel mogelijk probeert het huidige areaal aan werklocaties te behouden voor werkfuncties.
Door functiewijziging aandacht te besteden aan de snelle ontwikkeling van het aantal kleine bedrijven, door ook in panden op werklocaties meer mengvormen van kantoren en andere bedrijfsmatige functies toe te staan.
Genuanceerd kijkt naar de inpassing van voorzieningen en horeca om ook de levendigheid op werklocaties te vergroten.
Extra ruimte vraagt voor grootschalige ontwikkelingen aan de rand van de stad;
Aansluit op andere onlangs vastgestelde beleidsnota’s en afwegingskaders (horeca, detailhandel, hotels en huisvesting voor arbeidsmigranten).
In tabel 3.4 maken we een onderscheid tussen werkfuncties en niet-werkfuncties. Onder niet-werkfuncties verstaan we activiteiten die gericht zijn op het verlenen van een dienst aan bezoekers. Dat wil niet zeggen dat met deze functies geen werkgelegenheid gemoeid is.
Op de specifieke werkmilieus is maximaal 10% van de uitgeefbare/uitgegeven gronden beschikbaar is voor niet-werk- functies, echter geen woonfunctie. Uitzondering is Buitenvaart waar wel bedrijfswoningen zijn toegelaten en in Buitenvaart eventueel ook plattelandswoningen) waarbij het gaat om voorzieningen die de bedrijven ondersteunen.
Tabel 3.4 Welke sectoren en functies worden op hoofdlijn toegestaan op de diverse werklocaties
Activiteiten (onderscheid werkfuncties en niet-werkfuncties)
Werkfuncties
Niet-werkfuncties
Werkmilieu
Kantoor
Kleinschalig/ ambacht
Industrie
Logistiek
Maximale percentage
niet-werkfuncties
Detail- handel
Horeca
Hotels
Voor- zieningen
Wonen
Centrummilieu
+
+
-
-
80%
+
+
+
+
Binnenstedelijk werkmilieu
Transformatie- gebieden (woon- werkgebieden)
+
+
-
-
50%
-
+
+
+
Kleinschalige werkgebieden
+
+
-
+
25%
-
+
+
-
Regulier werkmilieu
+
+
+
+
10%
-
+/-
+/-
-
Specifiek werkmilieu
+
-
+
+
alleen als onderdeel van business facility points
-
+/-
+/-
-
Woonwijken
+
+
-
-
geen maximum
+
+
+
+
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
VESTIGINGSVOORWAARDEN VOOR DIVERSE FUNCTIES
Onderdeel van Visie Werklocaties Almere 2022