De veranderende vestigingseisen vragen om een andere manier van samenwerken met bedrijven en ontwikkelaars/ beleggers. De belangrijkste verschillen hebben betrekking op:
Niet alleen grond en kavels verkopen en toetsen aan bestemmingsplannen en eventuele beeldkwaliteitsplannen, maar ook private partijen uitdagen in verduurzaming van hun bedrijfsgebouwen en -processen. We onderzoeken in hoeverre we eisen m.b.t. verduurzaming van bedrijfsgebouwen en processen bij bestaande bedrijventerreinen en bij de verkoop van grond en kavels kunnen stimuleren en faciliteren dan wel randvoorwaardelijk kunnen maken. Op bedrijventerrein Stichtse Kant wordt bijvoorbeeld bij de uitgifte van gronden door de gemeente deelname aan het parkmanagementorganisatie verplicht gesteld. Dat maakt het makkelijker collectieve afspraken te maken over verduurzaming van het bedrijventerrein (“Duurzaamheidsagenda. Een groene, gezonde stad Almere”).
Bij de herontwikkeling van bestaande terreinen (binnen- stedelijk en gemengde bedrijventerreinen) ook gevestigde bedrijven en de vastgoedsector betrekken om gebieden levendiger, op sommige locaties kleinschaliger te maken en een basis te leggen voor voorzieningen (horeca, laadpalen, parkeren, etc.). Herontwikkeling kent op de binnenstedelijke terreinen een tweetal varianten, namelijk het integreren van wonen, werken en voorzieningen op de binnenstedelijke terreinen met een gedeeltelijke transformatie opgave. Hier zal op basis van met name tabel 3.4 een integrale afweging moeten plaatsvinden om tot de juiste verhoudingen en invulling van wonen en werken te komen. Op de overige binnenstedelijke terreinen en met name op de reguliere terreinen geldt dat herontwikkeling vooral gericht is op leegstaande, verouderde gebouwen en kavels om die opnieuw beschikbaar te maken voor andere bedrijven.
Private partijen de ruimte te geven en uit te dagen om de functiemenging en diversiteit op specifieke werklocaties te vergroten (binnenstedelijk, centrummilieus, woongebieden). Bij doorontwikkeling van bestaande locaties zullen in samenwerking met marktpartijen gebiedsvisies worden opgesteld. Bij de transformatiegebieden is dit ook gebeurd. Vervolgens wordt (organisch) uitvoering gegeven aan de plannen waarbij met name inkomende initiatieven getoetst worden aan de kaders in de visies. Voor de centrummilieus Stad, Haven en Buiten zijn ook aparte visies opgesteld.
De houding van bedrijven (eindgebruikers) gaat in de komende jaren veranderen door maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook door veranderingen in de ketens waarin zij actief zijn. De transities (energie, circulair, biodiversiteit, water, etc.) vragen meer dan in het verleden om concrete investeringsplannen, onderlinge samenwerking (tussen bedrijven) en publiek/private samenwerking. Voor een klein deel vinden die transities op nieuw te ontwikkelen terreinen plaats. Maar de grootste veranderingen gaan plaatsvinden op reeds uitgegeven werklocaties. Dat vraagt investeringen van bedrijven zelf of van ontwikkelaars/beleggers die panden te huur aanbieden aan bedrijven. Die vastgoedsector toont de laatste jaren ook nadrukkelijk belangstelling voor het herontwikkelen van verouderde bedrijventerreinen en bedrijfsgebouwen. Allereerst omdat de vraag naar goede locaties is toegenomen (en het aanbod gering is), maar ook omdat momenteel er veel kapitaal beschikbaar is (tegen lage rentes). Met investeringen in bedrijfsruimtes en logistiek/industrieel vastgoed kan in veel gevallen door ontwikkelaars/beleggers voldoende rendement worden behaald.