Lid 1: De mandaathouder kan zijn bevoegdheid alleen toepassen wanneer het mandaat overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden die passen binnen het taakveld van zijn werkzaamheden zoals verwoord in bijlage 7.
Lid 2: De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college.
Lid 3: De in bijlage 2 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de burgemeester.
Lid 4: De in de bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de algemeen directeur/gemeentesecretaris.
Lid 5: De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de afdelingshoofden.
Lid 6: De in bijlage 5 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teamleiders.
Lid 7: Ten aanzien van bevoegdheden met financiële consequenties geldt dat deze moeten passen binnen een door het college vastgestelde productbegroting.
Lid 8: Naast de mandaten die op basis van deze algemene mandaatregeling worden verleend kunnen er ook individuele mandaten worden verleend.