De ambulante handel zorgt voor werkgelegenheid, trekt bezoekers en draagt bij aan de versterking van de lokale economie. Verkoopkramen zorgen ook voor levendigheid en reuring in het straatbeeld. De waarde van standplaatsen wordt onderkend en vraagt om een actieve en positieve benadering. Dit geldt niet enkel voor de kernen, maar ook voor de recreatieontwikkeling aan de Westerschelde.
Standplaatsen kunnen een positieve bijdrage leveren aan het bestaande voorzieningenniveau, maar kunnen het vaste winkelbestand ook aantasten. Als een toename van standplaatsen tot gevolg heeft dat er winkelpanden komen leeg te staan is dat – ook uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening - uiteraard een verkeerde ontwikkeling. De ambulante handel moet een aanvulling zijn op het winkelbestand, geen bedreiging.
Bij de beoordeling van standplaatsaanvragen is de APV het uitgangspunt, maar zal ook rekening moeten worden gehouden met de relevante bepalingen van de Europese Dienstenrichtlijn: er moet inzichtelijk gemaakt worden hoe ondernemers kunnen meedingen naar een vrije standplaats. Automatische verlenging zoals tot nu toe gebruikelijk was, wordt met het nieuwe beleid niet meer toegestaan.
De herziening van het standplaatsenbeleid beleid is tevens een goed moment om de standplaatslocaties per kern opnieuw te toetsen. Uitgangspunt hierbij is dat een standplaats geen overlast mag veroorzaken en dat ook uit verkeersveiligheidsoogpunt geen bezwaren bestaan. Voor de binnenstad van Hulst geldt bovendien dat een standplaats moet passen binnen het historische kader van de omgeving. Verder mag het aantal standplaatsen niet leiden tot een verkapte marktvorming
Samengevat zijn de doelstellingen van de nota:
Een waardevolle en verantwoorde toevoeging aan het voorzieningenniveau.
Actualisering van het beleid aan de huidige wet- en regelgeving.