De strategische cyclus bevat 3 te onderscheiden instrumenten.
Rapportage en evaluatie
Dit instrument (of instrumenten) bevat de diverse analyses van de VTH-taken op strategisch niveau. In de rapportage en evaluatie wordt periodiek weergegeven hoe en in welke mate de gewenste outcome is behaald; de beheersing van de risico’s, de bijdrage aan de beleidsdoelen. Daarnaast worden diverse omgevingsfactoren meegenomen die van invloed zijn op het werkveld.
Strategisch beleidskader
De bestuurlijke ambities en doelen vormen samen met de resultaten uit de rapportage en evaluatie het strategisch beleidskader (dit beleidsplan). Op basis van (risico)analyses worden prioriteiten gesteld en worden kaders opgesteld over de wijze van aanpak. Bij deze prioriteiten en aanpak worden doelen geformuleerd. Een belangrijk onderdeel is het ambitieniveau te koppelen aan de middelen. Daarnaast moet ook binnen dit instrument al de integraliteit gezocht worden met de partners (Omgevingsdienst, Veiligheidsregio, andere gemeenten, politie en dergelijke maar ook diverse afdelingen van de gemeentelijke organisatie).
Operationeel beleidskader
Het operationeel beleidskader is het instrument dat het strategisch beleidskader vertaald voor ‘de werkvloer’. Hierin wordt jaarlijks, in een uitvoeringsprogramma, beschreven hoe door de uitvoerende organisatie(s) invulling gegeven wordt aan de gewenste aanpak en de gestelde doelen in het strategisch beleidskader. Vanuit dit instrument start (via het station planning & control) de operationele cyclus.