In deze bijlage beschrijven we de aanpak van de gemeente om naleving van regels met uitvoering (vergunningverlening en toezicht op het naleven van de vergunning) en handhaving.

Naleefstrategie

Het totaal van strategieën dat wordt gehanteerd om de naleving van wet- en regelgeving te bevorderen noemen we de naleefstrategie. In hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd, wordt bepaald door een groot aantal factoren. Dit varieert van kennis van de regels, via het nut en de noodzaak ervan inzien, tot het bewust overtreden ervan. Een aantal van deze factoren is door de gemeente te beïnvloeden door consequent te toetsen, toezicht te houden en handhavend op te treden. De naleefstrategie bestaat uit een preventiestrategie, een toetsingsstrategie en een handhavingsstrategie. Deze laatste bestaat weer uit een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. Zie ook de afbeelding hiernaast.

B1.1 Preventiestrategie

Preventie richt zich op het vergroten van de bewustwording bij burgers en bedrijven. Het gevolg is dat er minder toezicht en repressieve handhaving hoeft plaats te vinden omdat er minder overtredingen worden begaan. Om spontane naleving mogelijk te maken moeten regels aan een viertal voorwaarden voldoen: ze moeten duidelijk, eenduidig, handhaafbaar en bekend zijn.

B1.1.1 Preventie en uitvoering

Bij vergunningverlening is de preventiestrategie gericht op het zo compleet mogelijk indienen van aanvragen en meldingen en het zo goed mogelijk uitwerken van presentatie en inhoud (van de formele aanvragen). Via onder meer voorlichting en vooroverleg wordt dit bereikt. Er wordt naar gestreefd om het opvragen van aanvullende gegevens en buiten behandeling laten van een aanvraag of melding zoveel mogelijk te voorkomen. Ook het onnodig indienen van een aanvraag of melding, wordt als een onderdeel van de preventiestrategie beschouwd.

Afbeelding bij dit artikel

B1.1.2 Preventie en handhaving

Bij handhaving is de preventiestrategie vooral gericht op het voorkomen van onbedoelde overtredingen, omdat regels niet duidelijk of onbekend zijn.

Handhaafbare regelgeving

Veel van de regels die de gemeente Almere moet handhaven zijn landelijk bepaald. Voorbeelden hiervan zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Woningwet, het Bouwbesluit, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening. De regels die de gemeente zelf vaststelt zijn verordeningen (APV, bouwverordening), beleid (welstand), bestemmingsplanvoorschriften en vergunningvoorschriften (milieu, bouw, sloop). Regels zijn handhaafbaar wanneer ze voldoen aan een aantal criteria:

  • - Ze zijn relevant: regels zijn nodig, actueel en uitvoerbaar;
  • - Ze zijn eenduidig: regels zijn op één manier uit te leggen en niet tegenstrijdig;
  • - Ze zijn controleerbaar: regels zijn gebaseerd op zichtbare en/of meetbare feiten.

Met deze criteria voor ogen toetst de gemeentelijke VTH-organisatie of nieuw op te stellen regels relevant, eenduidig en controleerbaar – en dus handhaafbaar – zijn.

Voorlichting aan spontane nalevers

De gemeente Almere gaat er in beginsel vanuit dat mensen het logisch vinden om regels na te leven. Wanneer regels niet bekend zijn bij degenen die geacht worden ze na te leven, neemt het risico toe dat regels worden overtreden. Voorlichting is daarom een belangrijk onderdeel van uitvoering en handhaving. Dit handhavingsinstrument zet de gemeente vooral in op de thema’s waarop de meeste overtredingen worden gesignaleerd en/of waarover veel onduidelijkheid blijkt te bestaan. Ook communicatie over de resultaten van ons werk valt hieronder.

Interventiekompas

Om inzicht te krijgen in de redenen waarom mensen de regels overtreden heeft het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) een interventiekompas ontwikkeld. Deze methodiek sluit aan bij de Landelijke Handhaving Strategie (LHS). Gedurende de komende beleidsperiode zal worden bekeken waar dit instrument iets toe kan voegen aan het bestaande instrumentarium van risicoanalyse die al gemaakt worden, bijvoorbeeld in het kader van veiligheid en de jaarlijkse handhavingsestafette.

HoudingKenmerkBenadering
Welwillend om regels spontaan na te levenOvertreedt per ongeluk de regels en is in de basis goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgenVoorlichten/informeren.
Bereid om na te leven na aansporingLeeft de regels na, omdat hij afgeschrikt wordt door controles en sancties. Heeft vaak een ‘moet kunnen’ en een onverschillige houding en neemt het niet zo nauw met het algemeen belang,Bekendmaken met het nut van geldende regels. Informeren over de pakkans en sanctiedreiging en benadrukken van nadelen van niet-naleving.
Calculerend en bewuste (structurele) regelovertrederIemand die willens en wetens overtreedt en daarbij bewust het risico neemt om gepakt te worden. (soms deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen).Inzetten handhavingsinstrumentarium.

Benadering naar houding in relatie tot naleving

B1.2 Toetsingstrategie

De toetsingstrategie geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente vergunningsaanvragen en meldingen beoordeelt. Hierbij is onderscheid te maken in aanvragen in relatie tot bouwprojecten en aanvragen in relatie tot gebruik en beheer.

  • - Aanvragen voor zogenaamde activiteiten als bouwen, slopen en uitvoeren van een werk hebben een eenmalig karakter. De vergunning wordt aangevraagd en afgegeven. Hierna vindt de uitvoering plaats en is de activiteit afgerond. Er is geen sprake van een beheer- of gebruiksfase.
  • - Aanvragen in relatie tot gebruik en beheer hebben een meer doorlopend karakter. Het zijn activiteiten, die ook een beheer- of gebruiksfase kennen. Het betreft dan vooral de activiteiten: exploiteren van een milieu-inrichting (belegd bij de omgevingsdienst) en het brandveilige gebruik van bouwwerken (belegd bij de afdeling VTH).

B1.2.1 Toetsing van aanvragen met een eenmalig karakter

De vergunningverleners en toezichthouders van de afdeling VTH van de gemeente Almere zijn belast met de uitvoering van de VTH-taken op grond van de Wabo. Bij de behandeling van aanvragen om vergunning en/of meldingen wordt gewerkt volgens de Procesbeschrijving Wabo vergunningen. Milieu-gerelateerde dossiers worden voor het overgrote deel (in mandaat) behandeld door medewerkers van de OFGV. De bouw-gerelateerde dossiers worden door de medewerkers van de afdeling VTH zelf behandeld.

De bouw-gerelateerde aanvragen worden door onze medewerkers zo veel mogelijk op uniforme wijze behandeld. Er wordt in het werk gebruik gemaakt van een vergunningen en toezichtprotocol, zoals dat is weergegeven in bijlage 2.

Soms schrijft de wet voor hoe te handelen, soms zijn er (aanvullend) werkafspraken gemaakt over hoe te handelen in bepaalde situaties en soms is maatwerk geboden.

De vergunningverlening is gebonden aan bij wet gegeven termijnen. Een aanvraag kan pas in behandeling worden genomen als deze volledig is (ontvankelijkheidstoets). In het geval de aanvraag incompleet is, wordt de aanvrager in gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. Aanvragers krijgen 1x maal een hersteltermijn. Worden de gegevens niet (tijdig) ingediend of zijn deze nog steeds onvolledig, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.

Een aanvraag wordt op grond van de Wabo getoetst aan onder andere het bestemmingsplan, het bouwbesluit, de bouwverordening en de redelijke eisen van welstand. Indien een aanvraag niet past binnen de regels van een bestemmingsplan, houdt een aanvraag tevens in een verzoek om af te wijken van die regels.

Indien een aanvraag n tvoldoet, bijvoorbeeld aan de redelijke eisen van welstand, maar na planaanpassing wel kan worden voldaan en dus vergund, wordt de aanvrager 1x in de gelegenheid gesteld om zijn/haar plan te passen. Gebeurt dit niet dan wordt de aanvraag voor het plan alsnog geweigerd.

Bij de beoordeling van de aanvraag om een Wabo-vergunning wordt het archeologisch belang meegewogen. Dit heeft tot doel om de wetenschappelijke waarde van het bodemarchief te beschermen en ook om de esthetische en cultuurhistorische waarde van archeologische vindplaatsen veilig te stellen. In beginsel wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld in het bestemmingplan.

Op grond van de Legesverordening kan voor het in behandeling nemen van een aanvraag een legesbedrag worden gevorderd. Tegen de beslissing op de aanvraag kan binnen 6 weken een bezwaarschrift worden ingediend.

Reguliere en uitgebreide procedure

De Wabo kent een reguliere procedure en een uitgebreide procedure. In de Wabo wordt voorgeschreven wanneer de reguliere procedure van toepassing is.

De reguliere voorbereidingsprocedure kent een aantal wettelijke eisen. Voor de reguliere procedure geldt hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht. De Wabo geeft hierop enkele aanvullingen.

Het verloop van de reguliere procedure in een notendop is als volgt: het bevoegd gezag stuurt de aanvrager onverwijld een ontvangstbevestigingen zo spoedig mogelijk een bericht over de procedure en rechtsmiddelen. Kennisgeving van de aanvraag vindt plaats volgens in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Binnen acht weken beslist het bevoegd gezag (eventueel verlengd met zes weken). Gebeurt dat niet dan is een vergunning van rechtswege verleend (dit betekent niet dat niet gebouwd hoeft te worden volgens de regels).

Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht De Wabo geeft hierop enkele aanvullingen. Het verloop van is voor en deel vergelijkbaar met die van de reguliere procedure maar kent een aantal extra en/of afwijkende bepalingen. Het bevoegd gezag stuurt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs en stuurt de aanvrager zo snel mogelijk een bericht over de procedure en rechtsmiddelen. Wanneer een ander bestuursorgaan dan B&W bevoegd gezag is, ligt het ontwerpbesluit ook ter inzage in de gemeente waar het project in hoofdzaak zal worden uitgevoerd (art. 3.12 lid 3 Wabo). Het bevoegd gezag stuurt aanvraag, ontwerpbesluit en/of het definitieve besluit aan bepaalde personen of instanties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het orgaan dat de verklaring van geen bedenkingen afgeeft.

Iedereen kan zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen maar alleen belanghebbenden kunnen in beroep gaan. De beslistermijn van zes maanden begint te lopen op de dag ná de dag van ontvangst van de aanvraag. Het bevoegd gezag mag de beslistermijn van zes maanden éénmaal verlengen, met ten hoogste zes weken. (Termijn van orde, geen vergunning van rechtswege).

Gefaseerde aanvraag

De Wabo biedt de mogelijkheid om een vergunning gefaseerd aan te vragen en gefaseerd te verlenen. Voor elk project dat uit meerdere activiteiten bestaat, kan een vergunning gefaseerd aangevraagd worden. Het kan daarbij zowel gaan om activiteiten die ingevolge artikel 2.7 gelijktijdig moeten worden aangevraagd als om activiteiten waarvoor ook afzonderlijk een (deel)vergunning zou kunnen worden gevraagd. Het is aan de aanvrager om te bepalen of hij een vergunning gefaseerd aanvraagt. Het blijft dan één vergunning, maar de beoordeling van de aanvraag en de besluitvorming daaromtrent vindt in twee fasen plaats. Elke fase vormt een op zichzelf staand appellabel besluitgericht op rechtsgevolg. Beide besluiten, indien positief, vormen gezamenlijk de omgevingsvergunning. De activiteiten kunnen echter pas plaatsvinden als de besluiten voor beide fasen zijn verkregen. Bij de aanvraag om een beschikking met betrekking tot de eerste fase vermeldt de aanvrager uit welke activiteiten het gehele project zal bestaan.

Meldingen

Soms is er geen omgevingsvergunning nodig en kan worden volstaan met een melding. Dit betreft bijvoorbeeld de sloopmelding en de melding brandveilig gebruik. In het Bouwbesluit is vastgelegd wanneer kan worden volstaan met een melding. Een melding moet tenminste 4 weken voor de start van werkzaamheden worden gedaan. Binnen deze 4 weken beoordeelt de gemeente of de melding compleet is en of er nog nadere voorwaarden moeten worden opgelegd. De voorwaarden zijn een aanvulling op de inhoudelijke voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

B1.2.1 Toetsing van aanvragen met een doorlopend karakter

Bij deze activiteiten wordt gewerkt op basis van risico inschattingen. Vergunningen brandveilig gebruik worden in praktijk direct gecontroleerd. Meldingen worden schriftelijk getoetst en overgedragen aan het handhavingsteam, zodat deze mee worden genomen in de controlecyclus van bestaande gebouwen.

B1.3 Toezichtstrategie

In de toezichtstrategie staat de vraag centraal hoe de gemeente als bevoegd gezag het toezicht uitoefent. Hoe komt de gemeente erachter dat een overtreding plaatsvindt? Hoe actief is de gemeente om een overtreding op te sporen? Het aantal wetten en regels waar de gemeente toezicht op houdt, is groot en divers. In de toezichtstrategie is vastgelegd, welke verschillende vormen van toezicht de gemeente onderscheidt en wat de basiswerkwijze daarbij is.

B1.3.1 Algemeen

De gemeente is medeverantwoordelijk voor het bewaken van algemene belangen. Vertrouwen is het uitgangspunt, maar op een aantal thema’s is het belangrijk dat we toezien of regels daadwerkelijk worden nageleefd. Wanneer regels niet (spontaan) worden nageleefd is ingrijpen noodzakelijk. De gemeente gaat dan vanuit haar toezichthoudende taak het gesprek aan over naleving van regels. Sanctionering is daarbij een uiterste maatregel.

Toezicht vindt bijvoorbeeld plaats op basis van verleende vergunningen en ontheffingen, in het kader van projecten en naar aanleiding van meldingen. De wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd, hangt af van de prioriteit die aan een taak is toegekend. Prioritering voor toezicht vindt plaats op basis van vragen uit de stad, risicoanalyses en bestuurlijke prioriteiten. Bij het uitoefenen van de toezichtstaak is ons streven dat we steeds op het juiste moment daar in de stad zijn waar het nodig is. Informatie gestuurde handhaving is daarbij cruciaal.

Prioritering van taken is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de handhaving aan te geven. Het is dus niet zo, dat eerst de hoge prioriteiten worden gecontroleerd, daarna de prioriteit gemiddeld en ten slotte de prioriteit laag. Prioritering bepaalt de intensiteit van het toezicht.

De uit te voeren taken worden jaarlijks vastgelegd in een jaarprogramma/voortgangsrapportage.

B1.3.2 Informatie gestuurd werken

Bij de uitvoering hanteert de gemeente een werkwijze van informatie gestuurd werken. De mogelijkheden om informatie te koppelen en in te zetten voor de operationele aansturing van handhavers nemen steeds verder toe. Informatiesturing zorgt ervoor dat de toezicht- en handhavingsorganisatie steeds effectiever en efficiënter wordt in de uitvoering van haar taken.

PrioriteitKenmerken van het toezicht
Lage prioriteitHet toezicht vindt niet actief plaats. In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken toegezien op naleving van de regels. Toezicht wordt ook projectmatig uitgevoerd. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een marginaal toetsingsniveau of zal zelfs geen toetsing plaatsvinden.
Gemiddelde prioriteitHet toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs plaats, dan wel door gebiedsgerichte controles of door surveillance, meldingen en verzoeken om handhaving. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een beperkt toetsingsniveau: beoordeling op basis van (algemene) uitgangspunten
Hoge prioriteitHet toezicht op naleving van de regels vindt actief plaats en kan ook projectmatig worden opgepakt. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een intensief of representatief toetsingsniveau.

Kenmerken van het toezicht in relatie tot prioriteit

Bijvoorbeeld:

  • - Het Veiligheids Informatie Systeem (VIS) genereert voor Stadstoezicht, Politie en Veiligheidsmanagers veel informatie om het toezicht in de openbare ruimte gericht te kunnen doen op plaatsen waar dit het hardst nodig is.
  • - De handhelds bij Stadstoezicht zorgen voor actuele informatie over meldingen in de stad waarop de handhaver direct kan reageren. Deze informatie wordt ook benut voor het sturen op de inzet van handhavers, op vraagstukken over leefbaarheid en veiligheid. Een volgende stap die hierin kan worden gezet is een investering in betere informatieanalyse.
  • - Het systeem maakt de registratie van de handhavingsactiviteiten eenvoudiger, waardoor de administratieve last voor de handhavers afneemt. Hierdoor kunnen ze zich meer richten op het toezicht op straat.

Een bijkomend effect van de verbetering van informatiesystemen is dat gemeenteraad, inwoners en bedrijven steeds beter geïnformeerd kunnen over de resultaten van het handhavingswerk.

Informatie gestuurd handhaven geeft de gemeente ook uitdagingen. Privacy van inwoners en bedrijven is randvoorwaardelijk. Nieuwe werkwijzen worden daarom ook gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

B1.3.3 Integraal werken

We streven naar integraal werken. In de uitvoering hanteren we verschillende vormen van integraal toezicht/handhaving (zie hiernaast). Vaak wordt in Almere door één toezichthouder op meerdere regels tegelijkertijd gecontroleerd. Op straat kijken handhavers die worden ingezet op veiligheid bijvoorbeeld tegelijkertijd naar regels over parkeren, en afvaldumpingen. Het hierboven genoemde informatie gestuurd handhaven maakt het mogelijk dat iedere toezichthouder/handhaver op hoofdlijnen meerdere vakgebieden kan controleren.

Bij integrale handhaving is niet alleen ons eigen optreden van belang. Ook de samenwerking met andere (overheid)organisaties is hierin bepalend. Waar nodig creëren we instrumenten die ons helpen in deze samenwerking, zoals een signaleringstool voor woonoverlast en woonfraude. Ook voeren we jaarlijks gezamenlijk projecten uit, bijvoorbeeld de regionale handhavingsestafette.

Er kunnen omstandigheden zijn waarin we als gemeente niet bestuursrechtelijk op te treden, omdat een andere overheidsorganisatie al strafrechtelijke stappen neemt (bijvoorbeeld de politie). Samenwerking en afstemming zijn ook in dit geval sleutelwoorden.

VormOmschrijving
Controleren met elkaarVerschillende taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle uit. Deze vorm is toepasbaar in situaties die complex zijn of een hoge bestuurlijke prioriteit hebben.
Controleren na elkaarVerschillende toezichthouders voeren apart een controle uit. Omdat deze controles plaatsvinden over een relatief langere periode heeft deze aanpak een sterk preventieve werking. De toezichtlast gaat hiermee niet omlaag.
Controleren voor elkaarHierbij wordt de integrale controle van de taakvelden door één toezichthouder/ handhaver uitgevoerd. Deze vorm wordt vooral gebruikt in minder complexe situaties.
SignalerenAspectcontrole door één toezichthouder. Deze toezichthouder neemt tijdens de controle (binnen de vorm ‘controleren na elkaar’) aspecten van de andere beleidsvelden of van andere bestuursorganen mee, al dan niet aan de hand van een checklist (oog en oor functie). Als hij waarneemt dat er op het gebied van de andere beleidsterreinen/ bestuursorganen iets mis is, seint hij zijn collega’s of het andere bestuursorgaan in.

Vormen van integraal werken

B1.3.4 Zelftoezicht

Omdat we eigen verantwoordelijkheid van de stad belangrijk vinden, we de toezicht last bij bedrijven willen verminderen en het naleefgedrag willen bevorderen werken we met vormen van zelfcontrole. Bij deze aanpak worden checklists toegestuurd aan ondernemers en bevorderen we het gebruik van standaard registratie instrumenten. In de afgelopen jaren is vooral ingezet op zelfcontroles op het gebied van brandveiligheid. Er zijn meer vormen van zelftoezicht denkbaar. Bijvoorbeeld het gecertificeerd uitvoeren van controles op grondstromen door Rijkswaterstaat, Provincie en Gemeente.

B1.4 Sanctiestrategie

B1.4.1 Algemeen

In het uiterste geval gaat de gemeente over tot sanctionering. Om naleving van de regelgeving af te dwingen beschikt de gemeente Almere over bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten.

De gemeente treedt op volgens de door Rijksoverheid opgestelde richtlijn Landelijke Handhavingstrategie1http://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/introductie/.

We zijn in de handhaving gericht op herstel en het bereiken van regelnaleving. Tegelijkertijd is handhaving altijd maatwerk. Dit betekent dat het uiterste middel (sanctionering) soms sneller moet worden ingezet. Wanneer mensen bewust en/of langdurig regels overtreden is het belangrijk dat de gemeente daadkrachtig optreedt.

Wanneer daar aanleiding toe is beschrijven we in een bijzondere sanctiestrategie wanneer de gemeente welke instrumenten inzet. Een dergelijke bijzondere sanctiestrategie is bijvoorbeeld vastgesteld voor de aanpak van drugshandel (inclusief hennepteelt), voor regels uit de Drank- en horecawet en voor het toezicht op milieuregels door de omgevingsdienst.

B1.4.2 Bestuursrechtelijke sanctiestrategie

De bestuursrechtelijke sanctiestrategie wordt ingezet om de legale situatie te herstellen (illegale situatie beeindigen). Deze sanctiestrategie gaat in wanneer blijkt dat met communicatie of door overreding geen oplossing wordt bereikt. Voor de bestuursrechtelijke aanpak van overtredingen staan de gemeente Almere diverse instrumenten ter beschikking:

  • - Opleggen van een last onder dwangsom: indien de overtreder niet binnen een bepaalde tijd de overtreding zelf ongedaan maakt wordt een geldbedrag in de vorm van een dwangsom opgelegd. Door middel van een brief wordt de overtreder gewaarschuwd en wordt aangegeven wat de gevolgen zijn indien geen gehoor wordt gegeven aan de waarschuwing. Duurt de overtreding na de her controle voort, dan volgt een formele beschikking waarbij de bestuursrechtelijke maatregelen worden opgelegd. Als bij een volgende controle blijkt dat de overtreding nog altijd voortduurt, dan wordt de dwangsom geïnd.
  • - Opleggen van een last onder bestuursdwang: indien de overtreder niet binnen een bepaalde tijd de overtreding zelf ongedaan maakt, neemt de gemeente herstelmaatregelen en brengt de kosten in rekening brengt bij de overtreder. Hierbij wordt hetzelfde proces doorlopen als bij de last onder dwangsom, met als verschil dat de gemeente zelf voor herstel zorgt.
  • - Stilleggen werkzaamheden in combinatie met het opleggen van een last onder dwangsom.
  • - Intrekken van de vergunning: een vergunning die is afgegeven voor een gebruiksactiviteit (zoals horeca, kinderopvang) kan worden ingetrokken. Het is dan niet langer toegestaan om het gebouw te gebruiken zoals omschreven in de vergunning. Hierbij wordt hetzelfde proces doorlopen als bij de last onder dwangsom, met als verschil dat de gemeente de vergunning in het uiterste geval intrekt.
  • - Acute bestuursdwang: de gemeente neemt bijvoorbeeld om onveilige situaties te voorkomen onmiddellijk herstelmaatregelen. De overtreder ontvangt hiervoor de rekening.

Afwijking van de strategie is mogelijk, mits goed gemotiveerd.

Hoogte van sancties en van lengte hersteltermijnen

De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid. In ieder geval moet het dwangsombedrag zodanig hoog zijn dat er voor de overtreder een prikkel vanuit gaat om de overtreding te beëindigen of te voorkomen. Het moet aantrekkelijker zijn om de overtreding ongedaan te maken dan om de dwangsom te betalen. Bij de hoogte van de dwangsommen houdt de gemeente rekening met:

  • - de kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken;
  • - de aard en de ernst van de overtreding;
  • - de draagkracht van de overtreder;
  • - voordeel / opbrengst voor de overtreder.

In een handhavingsbeschikking wordt de hoogte van de dwangsom gemotiveerd. Het vaststellen van de hoogte en de maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtredingssituatie. In voorkomende gevallen kan het noodzakelijk zijn om, gezien de omstandigheden van een geval, dwangsom vast te stellen in afwijking van de genoemde bedragen.

Een begunstigingstermijn is de tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen. De begunstigingstermijn komt op een zorgvuldige wijze tot stand. Dat houdt in, dat de termijn voldoende lang is om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en gezien de omstandigheden van de situatie redelijk is. Een begunstigingstermijn mag niet langer zijn dan noodzakelijk. Hiermee wordt een open einde van het handhavingstraject voorkomen of dat de lengte van de begunstigingstermijn zodanig lang is dat sprake is van het gedogen van de overtreding. De gemeente hoeft geen rekening te houden met de termijnen van bezwaar en beroep. De begunstigingstermijn gaat lopen op de dag na dagtekening van de handhavingsbeschikking.

De gemeente verlengt in principe vastgestelde begunstigingstermijnen in Handhavingsbeschikkingen niet. Er kan echter een gegronde reden zijn waarom de gemeente de begunstigingstermijn verlengt of opschort. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer:

  • - de overtreder zelf aangeeft meer tijd nodig te hebben om de overtreding op te heffen. Hierbij moet de overtreder de gemeente een concrete redelijke termijn geven waarbinnen hij de opgelegde last alsnog zal uitvoeren.
  • - bezwaar is ingediend en sprake is van bijzondere omstandigheden.

Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd, is dit een nieuw besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. De begunstigingstermijn zal in de regel niet enkel worden opgeschort omdat een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/ beroepsprocedures.

B1.4.3 Strafrechtelijke sanctiestrategie

Bij het strafrecht staat niet herstel maar bestraffing van de dader centraal. De gemeente Almere gebruikt in een aantal gevallen (bijvoorbeeld bij afvaldumpingen, hinderlijk gedrag of wildplassen) de bestuurlijke strafbeschikking. Met dit instrument kunnen buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente – zonder tussenkomst van de rechter – straffen opleggen voor een groot aantal overtredingen van de APV en de Afvalstoffenverordening (Asv).

B1.4.4 Bijzondere sanctiestrategieën

De algemene bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sanctiestrategieën zijn – gelet op de risico’s - niet van toepassing op de handhaving van overtredingen op het gebied van coffeeshops, drugshandel (inclusief hennepteelt), de Drank- en Horecawet en kinderopvanglocaties. Voor deze onderwerpen zijn meer specifieke sanctiestrategieën opgesteld. Deze strategieën worden afzonderlijk vastgesteld en bekendgemaakt.

B1.5 Gedoogstrategie

In het algemeen belang dat gediend is met handhaving dient een bestuursorgaan in geval van een overtreding in beginsel gebruik te maken van de bevoegdheid om handhavend op te treden. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen, of mag het bestuursorgaan weigeren te handhaven.

Gedogen gebeurt ook in Almere bij hoge uitzondering en is beperkt tot die gevallen waarbij op korte termijn concreet uitzicht is op legalisering. In geval van gedogen wordt een gedoogbeschikking met heldere voorwaarden opgesteld die aan bestuursrechtelijk toezicht wordt onderworpen. Het gedoogprotocol is opgenomen in bijlage 3 van deze nota.

B1.6 Optreden tegen de eigen overheid

De gemeente moet zich ook zelf houden aan wetten en regels en heeft daarin een voorbeeldfunctie. Mocht het voorkomen dat door de eigen organisatie een overtreding wordt begaan, dan wordt tegen deze overtreding opgetreden als tegen iedere andere. Deze lijn geldt ook voor de handhaving van overtredingen die door andere overheden zijn begaan.