1 INLEIDING

Jaarlijks handelt de gemeente veel vergunningaanvragen af en wordt toezicht gehouden op de uitvoering ervan. Het is in dit proces praktisch niet mogelijk om alle voorschriften even uitputtend te toetsen. Ook is de complexiteit van een bouwplan van invloed op de benodigde toetsing en controle. Bouwplannen lopen zeer uiteen.

In dit toetsprotocol is vastgelegd met welke intensiteit bouwplannen getoetst worden aan wet- en regelgeving. Hierdoor wordt herleidbaar aangegeven welke toetsaspecten aandacht krijgen en hoeveel aandacht dit is. Dit toetsprotocol beperkt zich hierbij tot de Bouwbesluit-aspecten van de vergunningaanvraag.

1.1 Nut en noodzaak van dit toetsprotocol

Met het vaststellen en systematisch volgen van een toetsprotocol:

  • - worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Dat moet leiden tot veiliger bouwwerken, alsmede de gezondheid en bruikbaarheid ervan;
  • - worden keuzes en prioriteiten gemotiveerd en bestuurlijk vastgelegd;
  • - kan naar inwoners en ondernemers herleidbaar worden aangegeven aan welke voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 hun aanvraag getoetst is en met welke intensiteit.

1.2 Legitimatie van dit toetsprotocol

De overheid kan zich, gemotiveerd, beperken tot het toetsen van die aspecten die zij het risicovolst

acht en dus prioriteit wil geven. Dit kan, omdat de verantwoordelijkheid voor de naleving van de

regelgeving in de Woningwet bij de marktpartijen is neergelegd (zorgplicht Woningwet). Inwoners en ondernemers worden geacht op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving en hebben de primaire verantwoordelijkheid zich hieraan te houden. De opdrachtgever van een bouwproject is ervoor verantwoordelijk dat de bouwwerkzaamheden goed en veilig worden uitgevoerd.

Dit neemt niet weg dat een gebouw moet voldoen aan de voorschriften die staan in het Bouwbesluit (artikel 2 Woningwet). De aanvrager van een vergunning is verantwoordelijk voor het indienen van een correcte aanvraag. Daartoe is het vaak verstandig dat deze een professionele partij in de arm neemt om een correcte en volledige aanvraag in te kunnen dienen.

Het bevoegd gezag moet beoordelen of de bij de aanvraag om een omgevingsvergunning overgelegde gegevens aannemelijk maken dat de bouwactiviteit voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 (conform artikel 2.10 lid 1 Wabo, voorheen artikel 44 Woningwet en artikel 2 Woningwet). Door dit ‘aannemelijkheidscriterium’ kan de diepgang van de toetsing van een bouwplan variëren en wordt de verantwoordelijkheid voor het bouwplan expliciet bij de aanvrager neergelegd. De eigen verantwoordelijkheid van de marktpartijen legitimeert de gemeente om zich te beperken tot het toetsen van die onderdelen van het Bouwbesluit die zij belangrijk acht zoals gezondheid en veiligheid.

1.3 Reikwijdte

In het uitvoering- en handhavingsbeleid is in een aparte naleefstrategie aangegeven hoe de gemeente de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving uitvoert. In aanvulling daarop bevat dit toetsprotocol een toelichting op de inhoudelijke toetsaspecten van bouwplannen.

Het Toetsprotocol gaat uitsluitend over de toets van omgevingsvergunningplichtige bouwplannen aan de technische eisen uit het Bouwbesluit 2012.

De afgelopen jaren mogen steeds meer gebouwen/bouwwerken vergunningsvrij gebouwd worden. Hiervoor hoeft dus geen vergunningsaanvraag ingediend te worden. Deze bouwwerken moeten echter wel aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 voldoen. Omdat geen aanvraag wordt ingediend, kunnen deze bouwplannen niet vooraf getoetst worden. Controle hiervan vindt plaats in de toezichthoudende en handhavende sfeer. Dit Toetsprotocol ziet dan ook niet toe op het vergunningsvrij bouwen.

1.4 Afwijken van dit protocol

Afwijkingen van bovenstaande zijn mogelijk. Dit zijn echter uitzonderingen die gemotiveerd worden (en vastgelegd in het gemeentelijke administratiesysteem). Afwijkingen in de toetsing worden gedaan in overleg tussen toetser en teammanager. Dit betreft zowel het zwaarder als het eventueel lichter toetsen dan de in dit protocol beschreven aanpak.

2 AFHANDELING PLANNEN MET EEN BOUWACTIVITEIT: VERGUNNINGVERLENING

2.1 Algemeen

In de onderstaande tabel is aangegeven welke toetsprotocollen er worden gevolgd bij het afhandelen van vergunningaanvragen.

BetreftToetsing
Behandelen vergunningaanvragen, algemeenConform de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit LTB 2012 van de vereniging BWT Nederland (VBWTN) voor toetsing en controles.
Toetsing constructieve veiligheidsaspectenConform het landelijk toetsprotocol constructieve veiligheid (o.a. van het CobC).

2.3 Toetsniveaus

In de bijgevoegde Matrix (zie bijlage 1) zijn niveaus van toetsing aan voorschriften opgenomen. Dit zijn de volgende niveaus van toetsing:

NiveauToelichting
0niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan.
1Uitgangspuntentoets (Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten?)
2Visueel toetsen (Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk).
3Representatief toetsen (Controle van de maatgevende onderdelen)
4Volledig toetsen (Alles in samenhang controleren)

Op dit punt wordt de werkwijze in de komende periode gemonitord en bijgewerkt/verduidelijkt.

2.2 Afwijkingen van het toetsprotocol

Er zijn een aantal punten waarop de gemeente Almere afwijkt van de genoemde protocollen. Dit zijn de volgende punten:

Afwijkende momenten waarop we specifieke gegevens nodig hebben:

  • - Conform de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) mogen aanvragers verzoeken om bepaalde stukken later in te dienen. Formeel is hiervoor een expliciet verzoek nodig. Wij accepteren echter dat stukken als bedoeld in art. 2.7 van het Mor later worden ingediend ook zonder een dergelijk expliciet verzoek. Dit is conform hetgeen in de praktijk landelijk gebruikelijk is.
  • - In verband met de bijzondere Almeerse bodemgesteldheid en omdat we het wenselijk vinden dat aanvragers na vergunning verlening direct met het heiwerk kunnen starten, adviseren we om direct bij de aanvraag de volledige uitwerking van de constructie tot aan de begane grondvloer aan te leveren. Dit is niet af te dwingen maar we sturen er wel op aan.

Kleine bouw

  • - Het Bouwbesluit 2012 is voor ons geen weigeringsgrond voor een vergunning die betrekking heeft op kleine bouwwerken zoals genoemd in art. 6g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Wij toetsen bouwaanvragen voor deze kleine bouwwerken niet aan het Bouwbesluit 2012(denk hierbij aan bijbehorende bouwwerken, dakkapellen, etc.). De aanvrager hoeft bij zijn aanvraag ook geen stukken in te dienen die op het Bouwbesluit 2012 betrekking hebben.

Plannen met herhaling van eerder getoetste onderdelen

In het geval van plannen met herhalingselementen hoeven we de herhaalde onderdelen niet opnieuw te toetsen. Bij de eerdere plannen is al aannemelijk gemaakt dat ze voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en voor de onderdelen die gelijk zijn aan die eerdere plannen is het dus aannemelijk dat het nieuwe plan voldoet aan het Bouwbesluit 2012. Dit gaat natuurlijk niet op indien de wetgeving inmiddels is aangepast of de situering van het plan gevolgen heeft voor dat onderdeel van het plan. Even checken bij toezicht kan wel handig zijn.

Om hiervoor in aanmerking te komen moet de aanvrager aangeven welke onderdelen een identieke herhaling van welk (vergunningnummer opgeven) eerder bij Almere goedgekeurd plan zijn. Tevens moet hij ervoor zorgdragen dat de aanvraag op deze onderdelen direct volledig is.

We voeren een snelle controle uit om te bepalen of het bouwdeel inderdaad identiek is. We vragen ook alle stukken op zodat doorpakken altijd mogelijk blijft. We toetsen deze onderdelen dus op niveau 1 conform de matrix bouwbesluit van BWT.

Deze werkwijze moet zowel ons als de aanvrager voordelen opleveren. Indien het bij een specifieke aanvraag meer werk lijkt om op deze wijze te toetsen dan op de traditionele wijze dan gaan we alsnog traditioneel toetsen. Voorwaarde hierbij blijft dan wel dat de reacties op de herhaalde onderdelen logisch aansluiten op de bij de eerdere toetsing gegeven reacties. Dus geen nieuwe/andere eisen tenzij hier een goede onderbouwing voor is. Zowel over het besluit om af te wijken van de herhalingsplan aanpak als over het besluit om andere/nieuwe eisen te stellen t.o.v. het eerdere plan moet de teammanager (achteraf) geïnformeerd worden.

In SBA/BRIS wordt vastgelegd welke onderdelen opnieuw zijn getoetst en van welke onderdelen op basis van een eerder plan is volstaan met toetsing op niveau 1. Hierbij wordt ook vastgelegd welk eerder plan dit betreft.

Toetsniveau gecertificeerde aanvragen

Onze aanname is dat gecertificeerde aanvragen van een goed niveau zijn. We zien daarom geen reden om een plan van een gecertificeerd bureau altijd volledig opnieuw te toetsen. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor de veiligheid toetsen we bovengenoemde stukken wel. Dit doen we in principe op niveau 2. Daarnaast voeren we tijdens de behandeling van de aanvraag enkele steekproeven uit door per aanvraag ongeveer 5% van de overige toetspunten uit het bouwbesluit te controleren op niveau 2 en vragen we wel alle benodigde stukken op (= toetsing op niveau 1).

We toetsen dus:

  • - de constructie op niveau 2 met aanvullend daarop een steekproefsgewijze controle op ongeveer 5% van de onderliggende berekeningen
  • - de brandveiligheid voor plannen met gevolgklasse 2 en 3 op het niveau uit de matrix (dus gelijk aan niet gecertificeerde plannen) en op niveau 2 voor plannen uit gevolgklasse 1 met gestapelde woningbouw of utiliteitsgebouwen.
  • - gelijkwaardigheden
  • - 5% van de overige toetspunten uit het bouwbesluit op niveau 2 uit de matrix bouwbesluit van BWT (keuze van de te toetsen punten naar inschatting van de toetser).
  • - de overige delen van de aanvraag op niveau 1 uit deze matrix.
  • - als uit de toetsingen blijkt dat er geen kwaliteit is aangeleverd wordt de toets uitgebreid naar het normale toetsniveau voor dit type aanvraag.
  • - daarnaast controleren we of de aanvraag inderdaad voldoet aan de in de legesverordening opgenomen eisen.

Formeel heeft gecertificeerde bouwplantoetsing nog steeds geen wettelijke verankering. De toetsing van de aanvraag aan het bouwbesluit is dan ook nog steeds een taak van het college. Door de stukken op te vragen (toetsniveau 1) en de steekproef en de toets op constructie en brandveiligheid te doen geven we hier op een acceptabele wijze invulling aan.

In BRIS toets wordt vastgelegd welke onderdelen op welk niveau zijn getoetst. Adviseurs die niet in BRIS werken (constructie en brandveiligheid) leggen dit direct in SBA vast

Toetsniveau gelijkwaardigheid

In het geval van gelijkwaardigheid toetsen we (conform de landelijke lijn) altijd op het hoogste niveau, niveau 4.

Wat is gelijkwaardigheid?

Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling mag op een andere manier aan een voorschrift uit het Bouwbesluit worden voldaan dan is aangegeven. Voorwaarde is dat de gekozen oplossing minstens dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als met het betreffende voorschrift is beoogd. Dit biedt bijvoorbeeld meer ruimte voor het toepassen van innovatieve oplossingen.

3 TOEZICHT OP DE REALISATIE VAN PLANNEN MET EEN BOUWACTIVITEIT

3.1 Algemeen

In de toezichtmatrix komt de prioritering van de activiteiten uit het uitvoering- en handhavingsbeleid samen met het niveau (de diepgang) van toezicht houden. In Almere werken we volgens de landelijke toezichtmatrix die is opgesteld in samenwerking met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht.

3.2 Toetsniveaus

In de bijgevoegde Matrix (zie bijlage 2) zijn niveaus van toetsing aan voorschriften opgenomen. Dit zijn de volgende niveaus van toetsing:

DiepgangOmschrijving
SSteekproefAfhankelijk van een vermoeden van niet voldoen aan de voorschriften kan op bepaalde aspecten een steekproef worden gehouden (ca. 1 op de 5) Opgemerkt wordt dat een steekproef alleen niet voldoende is. Ook in het geval van een vermoeden dat er aspecten niet goed zijn kan worden overgegaan tot een verdergaande toetsing.
1Quick-scanBeoordeling op basis van kennis en inzicht van de toezichthouder. Hierbij wordt in principe niet nagemeten, gecontroleerd op materiaalniveau of op vereiste waarden.
2Beoordeling hoofdlijnenBeoordeling op hoofdlijnen, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden controles uitgevoerd. Er worden alleen overzichtstekeningen geraadpleegd. Bij twijfel vind raadpleging van detailtekeningen plaats.
3Beoordeling hoofdlijnen en kenmerkende detailsBeoordeling zoals bij diepgang 2 met daarbij meer oog voor maatvoering, materiaalkwaliteit, verankering, oplegging e.d. detailtekeningen worden geraadpleegd voor specifieke kwetsbare elementen
4Algehele controle alle onderdelenBeoordeling op alle onderdelen van detailniveau. Op het oog en met de benodigde hulpmiddelen worden controles tot op detailniveau uitgevoerd. Alle tekeningen en detailtekeningen worden geraadpleegd.

Op dit punt wordt de werkwijze in de komende periode gemonitord en bijgewerkt/verduidelijkt.

Bijlage 1 | Toetsmatrix vergunningen

Afbeelding bij dit artikel

Afbeelding bij dit artikel

Afbeelding bij dit artikel

Afbeelding bij dit artikel

Bijlage 2 | Toezichtmatrix

Afbeelding bij dit artikel