Naar hoofdinhoud
Een belangrijke onderlegger voor woonbeleid vormt de bevolkingsprognose en dan met name de huishoudensontwikkeling. Deze ontwikkeling bepaalt immers hoeveel woningen er nodig zijn om alle huishoudens te huisvesten. Daarnaast geeft de ontwikkeling van de bevolking (naar leeftijd en samenstelling) ook aanwijzingen hoe de kwalitatieve behoefte eruit kan zien. In de vorige (structuur)visie wonen is gewerkt met Progneff (het prognosemodel van E’til). Dit blijven we doen, al worden de prognosecijfers in deze visie anders benaderd. Progneff 1 We maken hierbij gebruik van de update van Progneff 2019. Door gewijzigde aannames in de kernprognoses van CBS voor geboorte, sterfte en migratie wordt een veel grotere groei van het inwonerstal van Nederland verwacht. Vanwege dit uitzonderlijk grote effect van de gewijzigde aannames op de verwachte bevolkingsontwikkeling is E’til in het kader van de provinciale onderzoeksprogrammering verzocht de regionale prognose 2019 direct te actualiseren. Deze nieuwe prognoses zijn gebruikt voor deze regionale woonvisie. De gegevens zijn raadpleegbaar op https://www.limburg.nl/onderwerpen/wonen/woononderzoek/ gebruiken we als referentieprognose, wetende dat ook het CBS en ABF prognoses maken. Er bestaan behoorlijke verschillen tussen de prognoses, die per gemeente heel verschillend kunnen uitpakken. In grote lijnen blijft de huishoudensontwikkeling echter hetzelfde. Er is nu sprake van een lichte groei en hierna zal het aantal huishoudens langzaam afnemen. Om te voorkomen dat de aantallen uit de beschikbare prognoses de boventoon (blijven) voeren in een discussie over toe te voegen woningbouwplannen, stellen we de kwantitatieve opgave ten dienste van de kwalitatieve. Niet het aantal benodigde woningen is leidend, maar de beschikbaarheid van de juiste woningen om aan de duurzame behoefte te voldoen. In paragraaf 3.1 wordt dit verder uitgewerkt. Maar eerst gaan we nader in op onze particuliere huishoudensontwikkeling2 In de bevolkingsstatistiek wordt gebruik gemaakt van de termen particuliere en institutionele huishoudens. Institutionele huishoudens zijn één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats. Denk aan instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en gehandicapten, verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven. In deze visie worden sec de particuliere huishoudens bedoeld, daar waar alleen de term huishouden of huishoudens vermeld wordt.. Ontwikkeling van de huishoudens Regionaal laten de prognoses zien dat het aantal huishoudens de komende jaren nog zal toenemen: op het hoogtepunt in 2036 heeft Noord-Limburg bijna 133.500 huishoudens, tegenover bijna 126.000 huishoudens in 2020 (zie figuur 2). De groei bedraagt hiermee de komende 16 jaar nog ruim 7.500 huishoudens (6%). Figuur 2: ontwikkeling huishoudens tot 2050 ( Progneff 2019 update) Voor elke gemeente in de regio Noord-Limburg komt er echter een moment dat de groei van het aantal huishoudens eindigt en over gaat in een huishoudensafname. Dit wordt een kantelpunt genoemd. Voor onze regio als geheel ligt dit kantelpunt rond het jaar 2036. Zo’n kantelpunt zien we ook terug in de gegevens van de inwoneraantallen. Beide kantelpunten vallen niet op hetzelfde moment. Per regiogemeente zien we dat het ‘eigen’ kantelpunt afwijkt van het regionale kantelpunt. Er zijn gemeenten waar vanaf 2031 het aantal huishoudens naar verwachting afneemt en er zijn gemeenten waar dit later verwacht wordt. In figuur 3 worden deze kantelmomenten getoond. Figuur 3: kantelpunten in de huishoudensontwikkeling ( Progneff 2019 update) Het is goed zichtbaar dat de kleinere gemeenten eerder met een terugloop in het aantal huishoudens te maken krijgen dan de grotere gemeenten. Voor met name de noordelijk gelegen gemeenten als Mook en Middelaar, Gennep en in mindere mate Bergen is nog de vraag wat het effect van de ontwikkelingen in de regio Nijmegen en het Land van Cuijk met zich mee zullen brengen. Nijmegen is onverminderd populair en de huizenprijzen lopen ook daar verder op. Het is niet ondenkbaar dat er een overloopeffect zichtbaar wordt vanuit deze regio naar de noordelijkste gemeenten van Noord-Limburg. Dit kan de huishoudensontwikkeling uiteraard beïnvloeden. Ook vanuit de regio Eindhoven kan eenzelfde effect optreden. Hoe ziet de verdeling van de huishoudens er nu eigenlijk uit? De huishoudens kunnen we verdelen naar leeftijdscategorie en naar type huishouden. Op beide onderdelen zullen we hierna in gaan, te beginnen met de leeftijdscategorieën. Voor het overzicht hierna is gebruik gemaakt van drie leeftijdscategorieën, te weten onder de 20 jaar, tussen 20 en 65 jaar en de laatste groep bevat de huishoudens in de leeftijd van 65 jaar en ouder. De groep huishoudens in de leeftijd onder de 20 jaar is op regionale schaal verwaarloosbaar klein (zo’n 0,3%). Die zien we in de grafiek ook niet terug. De aansluitende twee groepen zijn daarentegen, logischerwijs, een stuk groter. De verschuiving in de leeftijdsgroepen is in figuur 4 duidelijk zichtbaar, zowel procentueel (staafgrafiek, linkeras) als absoluut (lijngrafiek, rechteras). De groep ouderen neemt vanaf 2020 tot en met 2050 toe met ruim 36% (in aantallen een groei van ruim 15.500 huishoudens). In dezelfde periode neemt het aantal huishoudens in de leeftijdsklasse 20 tot 65 jaar met zo’n 15% af (oftewel een afname van bijna 12.500 huishoudens). Figuur 4: verdeling van de huishoudens op basis van leeftijd ( Progneff 2019 update) Huishoudens worden niet alleen naar leeftijd ingedeeld, maar ook naar type. Een huishouden kan verschillend van samenstelling zijn: alleenstaand of een paar, met of zonder kinderen. Ook hier zien we in toenemende mate trends terug. In figuur 5 is de ontwikkeling van de huishoudens naar type weergegeven. Bewust is gekozen voor een relatieve vergelijking, een overzicht in absolute aantallen kan vertekenend werken omdat het totaal aantal huishoudens ook verandert. Figuur 5: particuliere huishoudens naar type ( Progneff 2019 update) In figuur 5 is duidelijk zichtbaar dat de groep eenpersoonshuishoudens de enige groep is die nog groter zal worden in de toekomst. In 2050 is de verwachting dat deze groep 40% van het totaal aantal huishoudens beslaat, waar dat in 2020 nog maar 1/3 is. Dat betekent een groei van ruim 20%. In aantallen gaat het om een groei van ruim 9.600 huishoudens ten opzichte van 2020 tot bijna 52.000 huishoudens 30 jaar later. De overige groepen zullen, zoals ook in figuur 5 zichtbaar is, kleiner worden. De belangrijkste conclusies op een rij: • Het aantal huishoudens neemt voor de regio nog toe tot circa 2036. • Na 2036 volgt er een afname in het aantal huishoudens. • Er is een toename in het aandeel 65+-huishoudens. • We zien een toename in het aandeel 1-persoonshuishoudens.

Rechtspraak bij dit artikel