Naast de analyses die zijn uitgevoerd op de bestaande woningvoorraad en inzicht in de huishoudensprognose, kunnen we nog een aantal trends en ontwikkelingen onderscheiden die gevolgen hebben voor het thema wonen.
Langer zelfstandig thuis wonen | Als gevolg van veranderingen in de zorg worden ouderen gestimuleerd zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. In de eigen woning of in een passende woning in de vertrouwde omgeving. Allerlei digitale hulpmiddelen en thuiszorg maken dit mogelijk. Keerzijde van deze trend is dat de doorstroming op de woningmarkt niet optimaal is, doordat ouderen langer in de eigen woning blijven wonen. En als ouderen wel willen verhuizen, is het niet altijd vanzelfsprekend dat er passende woningen beschikbaar zijn die aansluiten op de behoefte.
Extramuralisering van de zorg | Naast de reguliere instroom op de woningmarkt is er de laatste jaren sprake van extra instroom vanuit de zorg. Het gaat dan om mensen die eerst in een zorginstelling verbleven (GGZ-patiënten, verstandelijk, dan wel lichamelijk gehandicapten, daklozen, mensen met onbegrepen gedrag et cetera) die uitstromen naar reguliere woningen. Deze mensen hebben vaak een goedkope sociale huurwoning nodig, waardoor dit woonsegment minder beschikbaar komt voor starters en andere doelgroepen die eveneens afhankelijk zijn van de sociale woningmarkt. Ook heeft de instroom van deze doelgroep in de wijken effect op de leefbaarheid. In wijken waar veel sociale huurwoningen staan, neemt het aantal kwetsbare mensen in de buurt toe. De sociale problematieken in deze buurten stijgt daarmee. Regionaal4 Noord-Limburg vormt hierbij een regio samen met Midden-Limburg. Uitzondering hierop is Mook en Middelaar, hier wordt samengewerkt met regio Nijmegen en omstreken. zijn afspraken gemaakt en is een Transferpunt opgericht dat dit coördineert. Samen met woningcorporaties en zorgorganisaties wordt op deze manier gewerkt aan een zo optimaal mogelijke spreiding van deze doelgroep over alle gemeenten en alle wijken.
Het ontstaan van eenzijdige wijken in de sociale huursector | Deze trend hangt nauw samen met de trend die we hiervoor hebben beschreven. Door diverse veranderingen in de Woningwet en veranderingen in de zorg ontstaat er steeds meer een eenzijdige sociale huurwijk bestaande uit de zwakkeren uit de samenleving. In wijken met veel huurwoningen zijn er dan ook steeds minder mensen die hun buren met problemen kunnen ondersteunen.
Instroom internationale werknemers | Deze doelgroep is nodig om de Limburgse economie draaiende te houden.
Waar zij ‘vroeger’ een paar maanden seizoensarbeid kwamen doen, veelal in de agrarische sector, komen ze nu vaak jaarrond werken en draaien ze in diverse sectoren mee. Dit betekent dat de huisvesting belangrijker wordt. Naast het feit dat er in alle gemeenten wordt geïnvesteerd in goede short-stay-voorzieningen, zien we dat deze mensen zich ook permanent of voor langere tijd in onze regio vestigen. Zij vinden hun plek in de reguliere woningvoorraad, als koper, dan wel huurder.
Verduurzaming van de bestaande voorraad | In de internationale Klimaatafspraken van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot 1½ graad. Deze opgave is vertaald in een nationaal Klimaatakkoord, met een behoorlijke opgave voor de regio en de individuele gemeenten.
Deze grote opgave heeft weliswaar zijn weerslag op het wonen, maar die wordt niet verder uitgewerkt in deze regionale woonvisie. Belangrijkste reden hiervoor is dat de energie- en warmtetransitie via andere (regionale) sporen worden opgepakt, namelijk de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden-Limburg (RES) en de Transitievisie Warmte. Deze laatstgenoemde is een lokale visie die iedere gemeente moet opstellen. Belangrijk in deze 2 trajecten is dat ze dynamisch zijn. Oplossingen die nu voor de hand liggen, kunnen over 5 jaar achterhaald zijn. Vraagstukken waar nu nog geen oplossing voor is, kunnen door voortgang van technieken in de toekomst wel opgepakt worden. Daarom geldt dat de RES iedere 2 jaar wordt herzien en de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar (er zijn regiogemeenten waar deze gelijklopend met de RES iedere 2 jaar wordt herzien).
De RES Noord- en Midden-Limburg geeft uitgangspunten voor de volgende thema’s:
• Energiebesparing
• Grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit
• Warmtetransitie
• Communicatie & participatie
Naast het opstellen van een RES is in het Klimaatakkoord ook opgenomen dat gemeenten uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte vastgesteld moeten hebben. Op wijkniveau wordt er bekeken welke warmtevoorziening het meest geschikt is. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden om zowel collectieve als individuele maatregelen te treffen. Ook worden er linken gelegd met woningcorporaties en netwerkbeheerder om te bezien hoe hun onderhoudsplannen gekoppeld kunnen worden aan de Transitievisie Warmte. Op basis van de kennis van nu wordt gekeken in welke wijken een start wordt gemaakt met het zoeken naar een alternatief voor aardgas. Hierbij begint het overal met energiebesparing. Zowel op landelijk niveau, als op niveau van de regio en de gemeente wordt gekeken naar financieringsinstrumenten om te komen tot een betaalbare transitie.
Klimaatadaptatie | Ons klimaat verandert. Het is vaker extreem heet weer en er valt vaker veel neerslag in een kort tijdsbestek. Dit heeft effect op onze woonwijken. In plaats van alleen maar te focussen op inbreiding voor uitbreiding, is het wellicht verstandig om mogelijke inbreidingslocaties niet zonder meer in te vullen met woningbouw. Locaties die daar geschikt voor zijn, kunnen misschien beter omgezet worden naar groen en water. Het realiseren van meer groen, schaduwplekken en waterbuffers heeft een positief effect op zowel hitte als neerslag. Gezocht moet worden naar mogelijkheden voor gedeeld ruimtegebruik. Een waterberging kan bijvoorbeeld ook een natuurlijke speeltuin zijn. Ook woningen zelf kunnen een bijdrage leveren. Daken kunnen dienen als waterberging door er sedum op te leggen. Daken en gevels kunnen witgeverfd worden zodat ze warmte niet absorberen, maar reflecteren. Als regiogemeenten kunnen we individuele inwoners stimuleren om die keuzes te maken die bijdragen aan een betere omgevingskwaliteit. Als regio werken we hierbij samen met het waterpanel Noord om onze leefomgeving klimaatbestendig te maken. Het is daarbij van belang dat gemeenten in beeld brengen welke locaties voor welke maatregelen geschikt zijn. Dit wordt verder lokaal uitgewerkt.
Leegkomend vastgoed | Elke gemeente kampt in meer- of mindere mate met bestaand vastgoed dat vrijkomt. Hetzij vastgoed van particulieren (winkels en kantoorgebouwen die vrij komen), gemeentelijk vastgoed (scholen, gymzalen en wijkgebouwen), zorgvastgoed als gevolg van ambulantisering of religieus vastgoed. Een woonfunctie kan een oplossing zijn voor transformatie van dit bestaande vastgoed, maar is dat niet altijd. Vaak liggen deze leegkomende panden op cruciale plekken in de kernen. Herinvulling van deze plekken is daarom van belang. Dit thema wordt nadrukkelijk gezien als koppelkans, zoals omschreven in het kader Kwalitatieve richtlijn (paragraaf 3.1).
Behoefte aan andersoortig wonen | De tijd van het rijtjeshuis of de 2-onder-1-kapwoning is voorbij. Mensen hebben verschillende wensen en willen ook op verschillende manieren met elkaar samenleven. Zo blijkt dat de ouderenzorg steeds ingewikkelder wordt en het steeds meer op de mensen zelf aankomt. Dat zorgt ervoor dat ouderen zich verenigen en samen woningbouwinitiatieven ontwikkelen of met meerdere generaties in 1 woning willen wonen. Er komen steeds vaker initiatieven voor hofjes binnen, maar ook voor het transformeren van bestaande panden in enkele appartementen.
We zien op kleine schaal een stroming in de samenleving ontstaan waarbij mensen zich steeds meer bewust zijn van verduurzaming en mensen zich minder hechten aan materialisme. Zo kopen zij bijvoorbeeld geen auto, maar wordt deze gedeeld. Ze kopen geen woning, maar huren er een. Zo zijn ze vrij om te gaan en te staan waar ze willen. In het kader van ‘ontspullen’ neemt ook de interesse in tiny houses toe. Een oplossing om goedkoop en duurzaam te wonen.
Dit betekent dat er in de toekomst wellicht anders gekeken kan worden naar de inrichting van onze openbare ruimte. Denk hierbij aan minder ruimte voor auto’s in het openbare gebied. Die ruimte kan dan bijvoorbeeld geschikt worden gemaakt voor groen. Het gaat (op dit moment) nog om een beperkte groep mensen die hun leven op deze wijze inrichten.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.2
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Beesel houdende regels omtrent de regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024