Verplichtingen aan subsidieverlening zijn:
**1..** Burgemeester en wethouders verlenen subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 5 voor de periode van 6 jaar. De periode start op 1 januari 2024. De invulling van de uit te voeren activiteiten vindt jaarlijks plaats. De subsidieontvanger dient daarvoor jaarlijks een activiteitenplan, begroting en prognose in vóór 1 oktober van het komende jaar.
**2..** Op basis van de Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang vanaf 2024 gelden voor de uitvoering van voorschoolse educatie de volgende verplichtingen:
Alle groepen met voorschoolse educatie binnen de organisatie waar subsidieontvanger subsidie voor ontvangt voldoen aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wet Kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
In het geval bij de subsidieontvanger een overtreding is geconstateerd en een situatie zoals genoemd in artikel 3 lid 1 onder c en d zich voordoet, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om de subsidie in te trekken of te wijzigen;
Het kindercentrum van de subsidieontvanger werkt met een programma voor voorschoolse educatie met een daarop aansluitend kindvolgsysteem, conform besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
Het kindercentrum van de subsidieontvanger werkt met het Utrechtskwaliteitskader (UKK) voor het jonge kind en werkt jaarlijks mee aan een kwaliteitsmeting op basis van het UKK/voert jaarlijks een kwaliteitsmeting uit op basis van het UKK;
Subsidieontvanger zet in op gelijkwaardige samenwerking met ouders en heeft educatief partnerschap geborgd in zijn beleid;
Subsidieontvanger zoekt aantoonbaar samenwerking op met basisscholen in het kader van de doorgaande leerlijn en realiseert voor ieder kind met indicatie een warme overdracht naar school;
Subsidieontvanger werkt met de VE monitor (of een eventueel opvolgend monitoringssysteem) voor voorschoolse educatie en draagt bij aan gemeentelijke en landelijke monitoringsafspraken voor- en vroegschoolse educatie;
Subsidieontvanger participeert met andere aanbieders van voorschoolse educatie in een platform, waar zij gezamenlijk afspraken maakt wat ten goede komt aan de realisatie van de doelstellingen en gezamenlijk streeft naar het realiseren van een bereik van 90% van de kinderen met een indicatie in Utrecht;
Subsidieontvanger neemt deel aan onderzoeken die vanuit, of in samenwerking met, de gemeente in het voorschoolse veld geïnitieerd zijn of worden;
Wanneer er sprake is van een wachtlijst voor de groep van de subsidieontvanger met voorschoolse educatie geeft subsidieontvanger voorrang aan plaatsing van kinderen met een indicatie;
Subsidieontvanger hanteert een broertje/zusje regeling;
Indien een kind met indicatie binnen Utrecht verhuist, behoudt dit kindje zijn/haar plek op de wachtlijst, ook indien dit een andere subsidieontvanger betreft;
Subsidieontvanger werkt samen met de overige subsidieontvangers om te zorgen dat de kinderen die dit het meest nodig hebben bij de voorschool terecht kunnen en hieraan deelnemen;
Subsidieontvanger voert bij aanmelding van kinderen van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst een inkomenstoets uit, zolang er sprake is van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage;
Subsidieontvanger hanteert als maximumtarief voor kinderen waarvoor subsidie wordt verkregen het jaarlijks vastgestelde tarief van de Belastingdienst, zoals genoemd in artikel 8 lid 1.
De activiteiten van de subsidieontvanger komen vooral ten goede aan kinderen met een indicatie. Wel streeft de subsidieontvanger naar menging op de groep met kinderen zonder indicatie;
Subsidieontvanger realiseert samen met partners een duurzame en doorlopende ondersteuningsstructuur voor 0-6 jaar (op basis van de kernpartneraanpak) en zet zich actief in om deze samenwerking te versterken.
De subsidieontvanger zet zich in voor het stimuleren van gezonde leefgewoonten door de kinderen die gebruik maken van de voorzieningen, onder andere door het aanleren en aanbieden van gezond eten en drinken (schijf van vijf) en (dagelijks) bewegen.
**3..** Op basis van de Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang vanaf 2024 gelden voor de uitvoering van plusopvang de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:
Alle activiteiten die vallen onder plusopvang zijn aanvullend op de reguliere activiteiten en taken die op basis van de Wet Kinderopvang worden uitgevoerd;
In het geval bij de subsidieontvanger een overtreding is geconstateerd en een situatie zoals genoemd in artikel 3 lid 1 onder c en d zich voordoet, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om de subsidie in te trekken of te wijzigen;
De subsidieontvanger heeft een aantoonbare zorgstructuur rondom de plusopvang georganiseerd en is verantwoordelijk voor het monitoren van het welbevinden en de ontwikkeling van de kinderen op de plusopvang. Een pedagogisch coach en/of orthopedagoog is altijd betrokken bij de plusopvang;
De subsidieontvanger stelt voldoende capaciteit beschikbaar om kinderen de juiste ondersteuning te bieden;
Indien er sprake is van een op zichzelf staande plusgroep wordt afgeweken van de reguliere beroepskracht-kind ratio. Het uitgangspunt is 1 pedagogisch medewerker op 5 kinderen. In overleg met de accounthouder van de gemeente Utrecht kan hiervan worden afgeweken (bijvoorbeeld als 1;4 of 1;6 passender is bij de locatie, het personeel en/of de doelgroep);
De pedagogisch medewerker op de plusgroep is minimaal HBO geschoold met kennis over- of ervaring met de specifieke doelgroep. Wanneer vacatures door omstandigheden niet tijdig kunnen worden ingevuld door een HBO geschoolde kracht dan kan, na overleg met de accounthouder van de gemeente Utrecht, van deze eis worden afgeweken. Subsidieontvanger maakt aantoonbaar dat de keuze geen invloed heeft op de kwaliteit van de ondersteuning geboden op de groep en geen negatieve gevolgen heeft voor de inzet en belastbaarheid van de andere medewerkers op de groep;
Aanmelding: de kinderopvang of BSO is eindverantwoordelijk voor de toetsing of een kind in aanmerking komt voor de plusopvang/groep. Als voorwaarde wordt gesteld dat voorafgaand aan elke plaatsing op de plusgroep, of het bieden van ondersteuning, afstemming plaatsvindt met het buurtteam of indien passend andere partners, zoals de jeugdgezondheidszorg of school. Betrokkenheid van een externe partij waarborgt de toets of de juiste kinderen op de plusopvang komen. Over de wijze van afstemming worden gezamenlijk afspraken gemaakt tussen subsidieontvanger en buurtteam, zoals beschreven in lid 7 van dit artikel;
In de periode tussen de verlening van deze subsidie en de start van de looptijd worden voor elke plusopvang locatie concrete samenwerkingsafspraken opgesteld met het buurtteam en andere samenwerkingspartners, zoals de jeugdgezondheidszorg en school. Deze afspraken worden minimaal jaarlijks geëvalueerd. In deze samenwerkingsafspraken wordt ten minste opgenomen:
de doelgroep en toeleiding: welke kinderen zijn passend op de specifieke pluslocatie en welke kinderen niet? Hoe, wanneer en tussen welke partijen vindt afstemming plaats voorafgaand aan de plaatsing van een kind op de plusgroep of de inzet van extra begeleiding. Wanneer kinderen niet passend zijn voor de pluslocatie; hoe worden zij verder ondersteund bij de zoektocht naar alternatieven? Wie zijn betrokken bij dit proces en hoe wordt dit bepaald?;
de monitoring rondom de ondersteuningsvraag van de kinderen; of uitstroom naar reguliere vormen van opvang mogelijk is en/of er meer ondersteuning nodig is voor het kind en/of gezin;
samenwerking met partners en ouder(s)/verzorger(s): of er tussentijds (structureel) contact/overleg is tussen samenwerkingspartners, waarover dit contact/overleg gaat en hoe ouder(s)/verzorger(s) hierin worden meegenomen.
De subsidieontvanger verantwoordt in de tussen- en eindrapportage en accountgesprekken over ten minste: (verwacht) aantal unieke kinderen, (verwacht) aantal dagdelen per jaar, het bereiken van de juiste doelgroep, het bereikte aantal kinderen, het gemiddelde aantal bezette kindplaatsen per kind per jaar, de bezetting en personele capaciteit van de groep, financiële resultaat en de samenwerking met partners;
De subsidieontvanger werkt actief samen met partners zoals (SBO en SO) scholen, het samenwerkingsverband primair onderwijs, het buurtteam, de aanvullende jeugdhulppartijen, de kinderopvangpartijen en andere relevante partijen in de wijk om kinderen en gezinnen samen te ondersteunen;
De subsidieontvanger van de plusopvang werkt actief aan bekendheid van de plusopvang in de wijk en zoekt actief aansluiting bij SBO en SO scholen, het samenwerkingsverband primair onderwijs, het buurtteam, de aanvullende jeugdhulppartijen, de kinderopvangpartijen en andere relevante partijen in de wijk;
De subsidieontvanger van de plusopvang werkt actief samen met andere plusopvang aanbieders om gezamenlijk te leren en ontwikkelen en staat hierbij open voor het delen van informatie omtrent bijvoorbeeld kindaantallen kenmerken van de doelgroep en het gemiddelde aantal dagdelen;
De subsidieontvanger van de plusopvang onderhoudt op proactieve wijze contact met de subsidieverstrekker bij ontwikkelingen/veranderingen/keuzes die (mogelijk) gevolgen hebben op de verleende subsidie en/of de kwaliteit van de geboden diensten. Hieronder vallen:
veranderingen in groepsgrootte (afwijkend van het voorspelde aantal bezette kindplaatsen);
veranderingen en/of ontwikkelingen in het aantal geboden groepen (afwijkend van het voorspelde aantal groepen);
veranderingen en/of ontwikkelen als het gaat over de locatie van de geboden diensten;
keuzes die afwijken van de in deze subsidieregeling genoemde eisen en voorwaarden.
Artikel 11
Verplichtingen aan subsidieverlening
Onderdeel van Nadere regel subsidie Passende Kinderopvang gemeente Utrecht