**1..** Overheidsparticipatie wordt toegepast indien naar het oordeel van het bestuursorgaan het maatschappelijk initiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving.
**2..** Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden.
**3..** Het bestuursorgaan kan afzien van overheidsparticipatie aan publieksinitiatieven als er redenen zijn om aan te nemen dat:
- - het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd is met de wet of het algemeen belang;
- - het initiatief naar het oordeel van het betreffende bestuursorgaan op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is.
- - het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;
- - een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient.
**4..** Indien het bestuursorgaan besluit om overheidsparticipatie toe te passen, kan zij besluiten het publieksinitiatief te ondersteunen door middel van:
- - het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting;
- - het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen;
- - de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning;
- - andere vormen van ondersteuning.
**5..** Het bestuursorgaan informeert de indieners van het publieksinitiatief over het besluit om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen.