Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Dorpskernen en –linten in Achtkarspelen

Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”

Gebiedsbeschrijving De meeste dorpslinten kennen een divers bebouwingsbeeld. Bovendien komen verschillende functies voor, zoals bedrijvigheid, detailhandel, maatschappelijke instellingen en wooncomplexen. Het bebouwingsbeeld is vrij open en hoe verder van de dorpskern verwijderd hoe groter de open ruimte tussen de bebouwing. Met andere woorden: verder van het dorp verwijderd zijn de erven doorgaans groter. De bebouwing volgt in de meeste gevallen beloop van de weg, maar is niet altijd in een strakke rooilijn gebouwd. Op sommige plaatsen, zoals het gebied tussen Twijzel en Buitenpost, staat de bebouwing onder eenzelfde hoek verdraaid ten opzichte van de weg. Dit is zeer typerend voor deze gebieden. De bebouwing kent een individueel karakter. Hier en daar zijn ook rijen-woningen in het lint gebouwd, vaak als verdichting van het bebouwingslint. Naast woonhuizen zijn in deze linten ook boerderijen, kerken, bedrijfspanden en dergelijke gebouwd. De 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse bebouwing overheerst in deze linten. In Buitenpost (Julianalaan en Schoolstraat) zijn bebouwingsclusters gerealiseerd die het zogenaamde Jaren’30 wonen vertegenwoordigen. De woningen hebben over het algemeen een individuele uitstraling, ook al zijn ze soms in rijen of dubbel gebouwd. Doordat bepaalde kenmerken in vrijwel alle woningen terugkomen, hebben deze wijken als geheel een grote samenhang. De kenmerken die daarvoor zorgen zijn de grote dakoverstekken, de vrij grote goot- en bouwhoogte, de mee-ontworpen erkers en dakkapellen en het gebruik van rode baksteen en overwegend rode dakpannen. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. De bebouwing is doorgaans in één bouwlaag met kap gebouwd. Het materiaal- en kleurgebruik is overwegend traditioneel. Bijzondere functies wijken vaak af qua maat en schaal en soms qua materiaal- en kleurgebruik. In sommige linten zijn open plekken ingevuld met nieuwbouwwoningen. Over het algemeen voegen deze woningen zich in het bestaande bebouwingsbeeld. NB: Een aantal gebieden is nog in ontwikkeling of er worden ontwikkelingen verwacht. Daarbij zijn specifieke welstandskaders vastgesteld (meestal in samenhang met het bestemmingsplan). Voor de zones waar nog ontwikkeling mogelijk is, blijft dat beleid van toepassing en is op de beleidskaart een arcering aangegeven. 3.1 Dorpskernen en –linten in Achtkarspelen Foto Kenmerk en principes Vooraf Het bebouwingsbeeld is vanouds traditioneel en in de 20e eeuw voorzien van varianten (onder meer jaren ’30-stijl). Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties: U bouwt iets anders dan een woonhuis, bijgebouw of agrarisch bedrijfsgebouw. U wilt een verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*. Uw pand staat op de monumentenlijst. Plaatsing Het belangrijkste gebouw(meestal woonhuis) is gericht op de straatzoals ter plaatse toegepast (kijkgoed naar de omliggende gebouwen of deze haaks, evenwijdig of onder een schuine hoek staan ten opzichte van de weg). Bijgebouwen en (agrarische) bedrijfsgebouwen liggen niet vóór het woonhuisgedeelte. Het representatieve gebouw blijft het beeld bepalen vanaf de openbare weg. Kan een bijgebouw/bedrijfsgebouw op grond van het bestemmingsplan toch vóór het woonhuis of in het zicht gebouwdworden dan zorgvuldig inpassen. Hoofdvorm Vanuit een rechthoekig grondplan met daaropéén tot twee(mits mogelijk conform bestemmingsplan) bouwlagen en een traditionele duidelijke kap (schilddak, zadeldak met eventueel wolfseind). Aan- en uitbouwen, bijgebouwen ondergeschikt en in een afgeleide architectuur NB een asymmetrische kap, een plattekap of een gebogen kap kan in principe niet tenzij via vooroverleg dit toch op verantwoorde wijzekan worden vormgegeven (en het planologisch akkoord is). Aanzicht Met name vanaf de openbare weg is sprakevan verzorgde vormgeving blijkend uit weloverwogen indelingvan gevels (compositie) en bijpassende gevelopbouw (materiaal, maatvoering en kleurstellingen). Ter verfijning: de compositie van gevels biedt een aangename verhouding van open en gesloten delen, ritmiek en een spel tussen verticaal (meer smal dan hoog voor ramen en deuren) en horizontaal (zoalsgoot- of daklijst). Elementen zoals een schoorsteen op de nok(hoeken), geven extra uitdrukking. Niet noodzakelijk maar wel meerwaarde voor het aanzicht. Ondergeschikte bouwdelen (aan-of uitbouw) zijn óf overeenkomstig de bestaande vormgeving óf zijn daar op passende wijze op afgestemd. Opmaak Nieuwbouw hoofdgebouw: traditioneel schoon metselwerk en daken met pannen (hooguit matglanzend) en/of riet. Afwijkende materialen zijn ondergeschikt of toegepast als gevolg van duurzaamheidsvereisten. Nieuwbouw agrarisch bedrijfsgebouw: baksteen, hout, geprofileerde beplating (gedekte kleur), daken met gebakken pannen en/of (donker)grijze beplating. Naar buitenzijde geen lichtuitstoot. Bij verbouw: materiaalgebruik aan zichtzijde (vanafopenbaar gebied) afgestemd op bestaand. Overige zijdenbij voorkeur ook maar geenvereiste. Kleurgebruik: traditioneel afgestemd op bestaand. Gevelsen deuren in gedekte kleuren. * Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel