Gebiedsbeschrijving
Het buitengebied van Achtkarspelen is vrijwel geheel te typeren als woudengebied. Het is een agrarisch gebied waarbij elzensingels en houtwallen zorgen voor beslotenheid. Oude waterlopen, zandruggen en later ook eigendomsgrenzen, vormen belangrijke lijnen in het landschap en zijn bepalend voor de ontginning en het verkavelingspatroon. In het noordoostelijk deel van de gemeente is sprake van een overgang naar het kleilandschap.
Het gebied wordt gekenmerkt door veel verspreid liggende bebouwing; zowel boerderijen als woonhuizen en zogenaamde “wâldspultsjes”. Hier en daar is dit fijnmazige net van huizen en boerderijen verder verdicht tot kleine bebouwingsconcentraties, zoals Rohel, Blauforlaet en Reaskuorre. Het bebouwingsbeeld is in deze concentraties even divers als in het buitengebied als geheel.
In de loop van de tijd hebben (mede door de van oorsprong kleinschalige bebouwing en de daarmee conflicterende tendens naar groter wonen en de schaalvergroting in de landbouw) vele verbouwingen plaatsgevonden, waarbij vaak nieuwe bouwmassa’s aan de reeds aanwezige bebouwing zijn toegevoegd. Ook is merkbaar dat recreatie en toerisme belangrijk zijn geworden in het buitengebied.
Voor de beschrijving van de boerderijen en de daarbij behorende principes wordt naar de objectgerichte principes verwezen. Naast de authentieke boerderijen is er op het boerenerf vaak bebouwing gerealiseerd die ten dienste staat van het akkerbouwbedrijf, dan wel het veehouderijbedrijf. De maatvoering van deze bebouwing is fors en opvallend. Het gebruik van moderne en licht gekleurde plaatmaterialen zorgt voor sterk in het oog springende effecten. Ondanks de forse nieuwe agrarische bebouwing is de historische boerderij in de meeste gevallen nog beeldbepalend voor het erf. De nieuwe bebouwing is veelal op het achtererf geplaatst.
In het buitengebied komen verspreid andere functies voor zoals woonhuizen, enkele bedrijfslocaties en bouwwerken met een bijzondere civieltechnische functie zoals gemalen, waterkeringen, molens en sluizen.
3.5 Buitengebied Achtkarspelen
Foto
Kenmerk en principes
Vooraf
Het meest voorkomende bebouwingsbeeld (boerderijen enwoningen) is traditioneel
en landelijk. Voor boerderijen gelden objectgerichte principes (zie hoofdstuk 5)
Voldoet u aanhet bestemmingsplan enaan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties:
U bouwt iets anders daneen woonhuis, bijgebouw of agrarische bedrijfsgebouw
U wilteen verbijzondering? Uw plek iseen zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*
Uw pand staat op de monumentenlijst
Plaatsing
Het belangrijkste gebouw (meestal woonhuis) isgericht op destraat zoals terplaatse
toegepast (kijk goed naar de omliggende gebouwen of deze haaks, evenwijdig of onder een schuine hoek staan ten opzichte van de weg)
Bijgebouwen en (agrarische) bedrijfsgebouwen liggen niet vóór het woonhuisgedeelte.
Kan een bijgebouw/bedrijfsgebouw op grond van het bestemmingsplan toch vóór het woonhuis ofin het zicht gebouwd worden danvraagt het ookzorgvuldige landschappelijke inpassing
Hoofdvorm
Vanuit een rechthoekig grondplan met daarop één bouwlaag eneen traditionele
duidelijke kap(schilddak, zadeldak meteventueel een wolfseind)
Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en ineen afgeleide
architectuur
NB een asymmetrische kap, platte kap, gebogen kapvorm, een serrestal met
rondbogen (boogstal) of een sheddak kan in principe niet tenzij viavooroverleg dit
toch opverantwoorde wijze kan worden vormgegeven (en planologisch akkoord is)
Aanzicht
Met name vanaf de openbare wegis sprake vanverzorgde vormgeving blijkend uit
weloverwogen indeling vangevels (compositie) enbijpassende gevelopbouw (materiaal, maatvoering en kleurstellingen). Maak het niet overdadig: dat is minder passend en vaak onderhoudsgevoelig
Ter verfijning: de compositie van gevels moet een aangename verhouding vormen van
open en gesloten delen, ritmiek eneen spel tussen verticaal (meer smal dan hoog voor ramen en deuren) en horizontaal (zoals goot- of daklijst)
Elementen zoals een schoorsteen op denok(hoeken) geeft extra uitdrukking. Niet
noodzakelijk maar welmeerwaarde voor hetaanzicht
Ondergeschikte bouwdelen (aan- of uitbouw) zijn óf overeenkomstig debestaande
vormgeving ófzijn daar oppassende wijze opafgestemd
Opmaak
Nieuwbouw hoofdgebouw: traditioneel schoon metselwerk endaken met pannen
(hooguit matglanzend) en/of riet. Alof niet incombinatie met stucwerk, hout en
bijvoorbeeld zink. Houtals hoofdmateriaal voorgevels (schuurwoningen/’Zweed se’ woningen) afhankelijk vanlocatie – daarom na vooroverleg
Nieuwbouw bedrijfsgebouw: baksteen, hout, geprofileerde beplating (gedekte kleur),
daken met gebakken pannen en/of (donker)grijze beplating. Naar buitenzijde geen lichtuitstoot
Bij verbouw: materiaalgebruik aanzichtzijde (vanaf openbaar gebied) afgestemd op
bestaand. Overige zijden bij voorkeur ook maar geen vereiste
Kleurgebruik: afgestemd opbestaand. Gevels endeuren in gedekte kleuren
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Buitengebied Achtkarspelen
Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”