Naar hoofdinhoud

Artikel 20.

Buitensport

Onderdeel van Accommodatiebeleid gemeente Achtkarspelen

Wettelijk kader Bij verenigingen die boven de norm van 1 komen, maar waar sprake is van overcapaciteit in velden, kan de overcapaciteit buiten gebruik worden gesteld. Verenigingen kunnen kiezen om die velden in eigen beheer te nemen zonder vergoeding van de gemeente. Beleid gemeente Achtkarspelen Het beleid is gericht op het behoud van minimaal één sport- of speelveld (buitensportaccommodatie) per dorp. Daar waar voorzieningen onder druk komen te staan wordt gezocht naar combinaties binnen en tussen dorpen. Ten aanzien van de rolverdeling tussen gemeente en verenigingen richt de gemeente zich primair op het verlenen van deskundige ondersteuning en subsidie voor noodzakelijke investeringen in kleedaccommodaties. Verenigingen kunnen eens in de 40 jaar de gemeente vragen om een bijdrage in de kosten van uitbreiding, renovatie of nieuwbouw. Dit bedrag bestaat uit maximaal 50% van de totale kosten. Ook gaat er eens in de 15 jaar een bedrag naar de fierljepschans. Het onderhoud van sportvelden ligt op dit moment nog bij de gemeente. De gemeente laat het onderhoud uitvoeren door voornamelijk Caparis. In april 2016 is gestart met een pilot naar (gedeeltelijk) zelfonderhoud van de velden. Harkema, Boelenslaan, Buitenpost en Kootstertille draaien mee in de pilot. Wat zien we? De kleedaccommodaties zijn over het algemeen goed onderhouden, en in de gevallen waarbij dit niet zo is geven verenigingen aan met een onderhoudsplan bezig te zijn. Er lijkt geen noodzaak aanwezig te zijn voor samenwerking tussen verenigingen om voor één gezamenlijke accommodatie te gaan. In tegenstelling tot kleedaccommodaties en kantines wordt samenwerking wel opgezocht bij het gebruik en onderhoud van de velden. Onderzoek van Grontmij geeft aan dat er overcapaciteit aan velden is door dalende ledenaantallen. Dit onderzoek is in 2013 uitgevoerd en vraagt om enkele nuances. Een onderzoek naar de kwaliteit van alle sportvelden loopt. In de kadernota van 2017 is afgesproken dat onderhoud en investering in overbodige sportvelden wordt stopgezet. Figuur 3: aanwezige versus benodigde voetbalvelden (bron: onderzoek Grontmij 2013). Aanbevelingen Jaarlijks kennisuitwisseling sportverenigingen Een jaarlijks gesprek met de alle (buiten)sportverenigingen binnen de gemeente biedt kans om onderlinge kennis en tips uit te wisselen. Ook kunnen slimme combinaties naar voren komen. Vanuit de gemeente is het een moment om de verenigingen ook op de hoogte brengen over financieringsmogelijkheden en regelingen vanuit bijvoorbeeld het jeugdsportfonds. Sportdorp in de (kleinere) dorpen In een aantal (kleinere) dorpen ziet men de noodzaak tot brede samenwerking. Het sportdorp Augustinusga is hier een goed voorbeeld van. De uitwerking van de inventarisatie en beleidsopvattingen in een duidelijke visie per dorp kan bijdragen aan bredere samenwerking. Één bedrag voor renovatie kleedaccommodaties per dorp De noodzaak om samenwerking tussen meerdere voetbalverenigingen of de korfbal- én voetbalvereniging op te zoeken in het gebruik van de kleedaccommodaties lijkt niet aanwezig. In plaats van het bedrag aan groot onderhoud van de kleedaccommodaties per vereniging beschikbaar te stellen stimuleren we samenwerking door per dorp met één bedrag voor kleedaccommodaties te komen. In Buitenpost, Surhuisterveen, Harkema, Twijzel, Gerkesklooster-Stroobos is het een reële optie dat voetbal- en korfbalverenigingen de verdere samenwerking gaan opzoeken. Verlagen bijdrage groot onderhoud kleedaccommodaties De financiële bijdrage van de gemeente aan de voetbal-, tennis en korfbalverenigingen voor het opknappen van kleedaccommodaties bestaat uit 50% na aftrek van zelfwerkzaamheid. Voorstel is om de bijdrage van de gemeente te verlagen. Alleen investeren in benodigde velden Gemeente draagt alleen zorg voor benodigde velden en stoot de rest af. Verenigingen hebben zelf de keuze om veld wel te behouden en zelf het onderhoud te verzorgen. Verhogen huren sportcomplexen Een aantal dorpen in de gemeente heeft een kunstgrasveld. De aanleg van een kunstgrasveld vraagt om een hogere investering, maar een kunstgrasveld vraagt daarentegen om minder onderhoud. Om het verschil in kwaliteit en onderhoudskosten tussen een kunstgrasveld en natuurgrasvelden aan te geven stellen we een huurverhoging in voor de kunstgrasvelden. Voor de huur van een kunstgrasveld geldt een huur die driemaal zo hoog is als een natuurgrasveld. Daarnaast is het mogelijk om de huur van alle sportcomplexen te verhogen. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met het feit dat er al meer aanspraak op de zelfwerkzaamheid van verenigingen wordt gedaan (pilot onderhoud velden). Aanspraak op verenigingen onderhoud parkeerterreinen sportcomplexen Voor de parkeerterreinen bij sportcomplexen draagt de gemeente zorg. Net zoals bij het onderhoud van de velden, kan ook voor het onderhoud van de parkeerterreinen gaan gelden dat gemeente zorgt voor de materialen en verenigingen het onderhoud uitvoeren.

Rechtspraak bij dit artikel