In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. vergunning: een vergunning voor een kansspelautomaat als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de Wet op de kansspelen;

b. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet op de kansspelen. Kort samengevat wordt een inrichting als ‘hoogdrempelig’ beschouwd indien:

1. er rechtmatig een horecabedrijf wordt uitgeoefend. Dit betekent dat een alcoholvergunning (als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet) is verleend, die rechtsgeldig is;

2. het café- en restaurantbezoek op zichzelf staat en er geen andere activiteiten plaatsvinden waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend; en

3. de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van achttien jaar en ouder.

c. kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet op de kansspelen;

d. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet op de kansspelen. Kort samengevat wordt een inrichting als ‘laagdrempelig’ beschouwd indien:

a. de inrichting niet hoogdrempelig is; en

b. er rechtmatig een horecabedrijf wordt uitgeoefend. Dit betekent dat een alcoholvergunning (als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet) is verleend, die rechtsgeldig is.

Voorbeelden van laagdrempelige inrichtingen zijn onder andere: cafetaria, snackbar, shoarmazaak, grillroom, broodjeszaak, lunchroom, koffie- en theehuizen, discotheken (gericht op jongeren), sportkantine, sporthal, buurt- en clubhuizen.

e. samengestelde inrichting: een laagdrempelige inrichting die voldoet aan de vereisten van artikel 30c, vierde lid, van de Wet op de kansspelen.