1. Binnen laagdrempelige inrichtingen zijn hoogdrempelige gedeelten mogelijk. Er wordt dan gesproken over een samengestelde inrichting. Een samengestelde inrichting is een inrichting die bestaat uit verschillende ruimten.

2. Als hoofdregel heeft te gelden dat in laagdrempelige inrichtingen geen kansspelautomaten mogen worden geplaatst (artikel 30c, eerste lid, onder a, van de Wet op de kansspelen).

3. In afwijking van de hoofdregel geldt voor de samengestelde inrichting dat in bepaalde gevallen een ruimte die deel uitmaakt van de laagdrempelige inrichting toch als hoogdrempelig kan worden aangemerkt. Daardoor is het mogelijk om in de hoogdrempelige ruimte van de laagdrempelige inrichting kansspelautomaten te mogen plaatsen. De ruimte, die deel uitmaakt van de laagdrempelige inrichting, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

a. de ruimte moet voldoende zijn afgescheiden van de overige ruimten; en

b. de ruimte moet voldoen aan het bepaalde in artikel 30c, onder 4, van de Wet op de kansspelen.

4. Een samengestelde inrichting is voldoende afgescheiden van de overige lokaliteiten, wanneer de betreffende inrichting:

a. geen directe verbindingen aanwezig zijn, tussen de hoogdrempelige ruimte enerzijds, en de laagdrempelige ruimte (n) van deze inrichting anderzijds;

b. minimaal één dichte deur (met veer of deurdranger) tussen de hoogdrempelige - en laagdrempelige ruimte(n) van de inrichting aanwezig is;

c. de aanwezige kansspelautomaten, in de hoogdrempelige ruimte zodanig staan opgesteld, dat zij niet zichtbaar zijn, vanuit de laagdrempelige ruimte(n) of de openbare weg; en

d. indien sprake is van één gezamenlijke toiletvoorziening, voor gebruikmaking daarvan, niet eerst de hoogdrempelige ruimte moet worden betreden.