Als de aanvrager in de afgelopen drie jaren Titel VA van de Wet op de kansspelen (artikel 30 t/m artikel 30aa) heeft overtreden, weegt de burgemeester in ieder geval de volgende feiten en omstandigheden mee bij de beoordeling of de vergunning kan worden geweigerd:
a. de duur van de overtreding;
b. de mate waarin de aanvrager op de hoogte is, moest zijn dan wel had kunnen zijn, van het feit dat voor het aanwezig hebben van een of meerdere kansspelautomaten een vergunning is vereist, bijvoorbeeld omdat:
1. de aanvrager eerder wel over een vergunning beschikte, in dezelfde inrichting dan wel in een andere inrichting; en
2. de aanvrager eerder is geïnformeerd, gewaarschuwd of anderszins op de hoogte is gebracht van de overtreding.
c. in het geval de aanvrager eerder is geïnformeerd, gewaarschuwd of anderszins op de hoogte is gebracht van de overtreding (bijvoorbeeld door een (voornemen) last onder dwangsom), wordt meegewogen of de aanvrager direct opvolging heeft gegeven aan de informering, waarschuwing of kennisgeving (of lastgeving);
d. of over de omzet van de kansspelautomaten belasting is betaald;
e. als er signalen zijn van kansspelactiviteiten door minderjarigen; en
f. of reeds eerder, vanwege dezelfde overtreding, een vergunning aanvraag is geweigerd.