De visie van de rijksoverheid die ten grondslag ligt aan het nieuwe beleidskader (2018) heeft als kern het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid.
Concreet betekent dit:
De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestings- en woonbeleid, zijnde de Woonvisie;
Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven in familieverband van woonwagenbewoners;
Hiervoor is nodig om helder te hebben wat de behoefte aan standplaatsen is binnen de gemeente, rekening houdend met het gemeentelijk afstammingsbeginsel;
Dat maakt dat woningstichting VechtHorst een inschrijvings- en toewijzingsbeleid ontwikkelt;
Woningstichting VechtHorst in haar portefeuillestrategie rekening houdt met uitbreiding van het aantal standplaatsen, mocht daar naar aanleiding van haar inschrijvings- en toewijzingsbeleid behoefte aan zijn;
Voor de gemeente Staphorst geldt dat men zich, naar alle redelijkheid, moet inspannen om kavels voor woonwagenstandplaatsen mogelijk te maken, mocht daar vraag naar zijn vanuit woningstichting VechtHorst;
De gemeente waarborgt dat het aantal standplaatsen niet wordt afgebouwd (uitzonderingen daargelaten, onder voorbehoud van goed onderbouwde uitzonderlijke omstandigheden);
Een woningzoekende woonwagenbewoner (volgens het afstammingsbeginsel) binnen een redelijke termijn kans heeft op een huurstandplaats, vergelijkbaar met de wachttijd voor een sociale huurwoning.
Met voorliggend woonwagenbeleid wil de gemeente Staphorst voldoen aan haar volkshuisvestelijk beleid en aan de visie van de Rijksoverheid, zoals vastgelegd in het beleidskader (2018).
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.3
Beleidskader ‘Gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid’
Onderdeel van Woonwagen- en standplaatsenbeleid