Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Parkeernorm specifieke functies

Onderdeel van Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023

Voor een aantal specifieke functies of doelgroepen is gebleken dat er afwijkende normen voor autoparkeren moeten worden vastgesteld, ten opzichte van de CROW-richtlijn. Dit omdat voor Leidschendam-Voorburg is gebleken dat het gebruik in de praktijk afwijkt. Soms kan voor functies geen passende categorie worden gevonden. Daarom wordt daarvoor een aparte norm vastgesteld. We zien, meer dan voorheen, dat autobezit per leeftijd en doelgroep sterk kunnen verschillen. Om op deze ontwikkelingen mee te bewegen, stelt het college hiervoor een aantal op de CROW aanvullende functiecategorieën vast. Aangezien deze functies qua verschijningsvorm en doelgroep per ontwikkeling sterk kunnen variëren, behoudt zij zich het recht voor in voorkomende gevallen afwijkende normen te hanteren. Als leidraad kunnen de volgende begripsomschrijvingen en indelingen worden gehanteerd. 4.3.1Jongerenwoningen Voor een jongerenwoning is in de CROW geen specifieke richtlijn opgenomen. Voor deze doorgaans kleine (<30 m²), meestal door één persoon bewoonde woningen wordt aangesloten bij de norm voor zelfstandige kamerwoningen. Bij jongerenwoningen die door middel van een contract uitsluitend door die specifieke doelgroep bewoond kunnen worden, kan onderbouwd een lagere norm worden gehanteerd, omdat het autobezit onder jongeren laag is en bovendien al jaren geen stijgende trend laat zien. 4.3.2Flexwoningen, tijdelijke huisvesting Flexwoningen zijn een relatief nieuw fenomeen, waar in de CROW-richtlijn nog geen specifieke norm voor is vastgelegd. Het betreft woningen op locaties die niet voor permanente bewoning zijn aangewezen. Het gaat doorgaans om kleine eenheden, geschikt voor één- of tweepersoonshuishoudens, vaak bewoond door jongeren of starters, maar soms ook door arbeidsmigranten of vluchtelingen. Ook verschillen de verschijningsvormen van kant-en-klare woonunits (containers) tot omgebouwde kantoorvoorzieningen. Gezien deze diversiteit moet altijd overleg met de gemeente worden gevoerd over de voor de gekozen doelgroep te hanteren parkeernorm. Indicatief kan worden gesteld, dat bij flexwoningen in de vorm van containerwoningen (<30 m²) wordt aangesloten bij de norm voor kleine eenpersoonswoningen. Bij grotere flexwoningen wordt afhankelijk van de grote en doelgroep in overleg een geschikte norm gekozen, waarbij rekening gehouden wordt dat specifieke doelgroepen binnen deze categorie vaak een laag autobezit hebben. 4.3.3Woon-zorgwoningen Zorgwoningen komen in de CROW-richtlijn op verschillende plekken terug, namelijk in de categorie wonen en bij gezondheidszorg. Afhankelijk van de mate van zelfstandigheid wordt de parkeernorm voor deze woningen ingevuld. Voor intramurale zorgwoningen (dagverzorging) wordt de in de CROW-richtlijn aangeduide categorie verpleeg-, verzorgingshuis aangehouden. Het autobezit is hier zeer beperkt. De te realiseren plaatsen zijn vooral voor bezoek en personeel. Zelfstandige extramurale zorgwoningen zijn woningen bedoeld voor mensen die zorg op afroep nodig hebben, maar nog wel zelfstandig wonen. Hiervoor wordt de in de CROW-richtlijn gehanteerde norm voor aanleunwoning/serviceflat gehanteerd, op voorwaarde dat de woning uitsluitend door bewoners met een zorgindicatie bewoond mag worden. Levensloop bestendige woningen tenslotte zijn woningen die geschikt zijn of geschikt te maken voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke beperkingen van de bewoners. Bij deze woningen zal in de regel sprake zijn van een verlopend autogebruik en -bezit. In de regel start men relatief gezond met een reguliere mobiliteitsbehoefte en zal men pas in een latere fase afscheid nemen van de auto. Daarom wordt bij deze woningen uitgegaan van een normaal bij de omvang van de woning passend autobezit en wordt deze categorie niet separaat benoemd. 4.3.4Winkelgebieden Evenals in de Nota Parkeernormen uit 2012 kiezen we ervoor om bij verschillende winkelgebieden aparte categorieën parkeernormen te hanteren, die aansluiten bij de winkelgebieden zoals opgenomen in de regionale structuurvisie detailhandel. In onderstaande tabel wordt aangegeven voor welke winkelgebieden welke norm uit de CROW-richtlijn gehanteerd wordt. 4.3.5 Wijk- en culturele centra Locaties voor culturele en maatschappelijke doeleinden met een op de wijk gericht activiteitenaanbod zijn in de normentabel opgenomen onder de categorie wijkcentra. In de praktijk worden deze voorzieningen veelal gebruikt door een relatief ouder publiek. Bezoekers komen echter zowel met de (elektrische fiets) als met de auto. Uitgangspunt is 2,5 pp per 100m2 BVO. 4.3.6Basisscholen Voor de parkeernorm voor basisscholen wordt aangesloten bij de CROW-richtlijn, die uitgaat van een norm exclusief halen en brengen (kiss & ride). De norm houdt dus uitsluitend rekening met het parkeren van personeel en niet met (kort)parkerende ouders. Dat sluit goed aan bij de wens om kinderen waar mogelijk te stimuleren om te voet of per fiets naar school te komen. Het type school kan echter veel invloed hebben op de wijze waarop kinderen naar school komen. Zo hebben sommige bijzondere scholen een bovenwijks of zelfs regionaal bereik, waardoor kinderen soms van ver komen. Op basis van het type school, kan hierop maatwerk worden geleverd.

Rechtspraak bij dit artikel