Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Overigen

Onderdeel van Beleidskader zon en wind Gemeente Buren 2023 - 2025

7.1 . Financiën Er zijn op dit moment geen gemeentelijke bijdragen of subsidiemogelijkheden. Er is gekeken naar de mogelijkheden als een gemeentelijk duurzaamheidlening, een duurzaamheidsfonds of anderszins. Gelet de financiële situatie van de gemeente Buren is dat niet mogelijk gebleken. Wel zijn er landelijke mogelijkheden en daar wordt dan ook (actief) naar verwezen. Een uitzondering is mogelijk de legesvrijstelling voor het verduurzamen van monumenten waarvoor de raad naar verwachting voor de leges 2024 een voorstel zal ontvangen. Verder zal Buren niet risicodragend aan projecten deelnemen. Wel is er een reserve duurzaamheid gevormd voor het incidenteel bijdragen aan wenselijke beleidsinitiatieven, een startbijdrage voor duurzame projecten of ter stimulering van ontwikkelingen als participatie, innovatie of anderszins. Projecten en initiatieven kunnen om inzet vragen van medewerkers van onze organisatie en de ODR, als het gaat om het verwerken van aanvraag en projectbegeleiding. Normaal gesproken wordt dat deel verrekend met de leges of met de anterieure overeenkomsten. Eigen inzet in de projecten is, anders dan beleidsontwikkeling tot op heden, niet voorzien. 7.2 . Monitoren en evalueren Jaarlijks of zo nodig tussentijds wordt de raad geïnformeerd over ontwikkelingen of voortgang. Een evaluatie van het gehele beleidskader staat nu conform het raadsinitiatief gepland voor 2025. 7.3 . Relatie met ander beleid Zoals al aangegeven, is er een relatie van dit beleidskader met de klimaatvisie Buren, het RES-bod, het Gelderse Energie Akkoord (GEA) en het landelijke Klimaatakkoord. Verder is in Buren op 14 juni 2022 de Omgevingsvisie vastgesteld. Dit beleidskader met de zoekrichtingen heeft daar verdere input aangegeven. In het voortraject is dat met de toenmalige raadswerkgroepen Omgevingsvisie en Klimaatvisie in twee gezamenlijke bijeenkomsten verkend. Ook in de uitwerking daarna is er de nodige afstemming geweest en heeft duurzaamheid breed een plaats in de omgevingsvisie gekregen. Duurzaamheid zal ook een rol spelen bij de verdere uitwerking in bijvoorbeeld de programma’s. Lokaal spelen verder de landschappelijke kaders rond biodiversiteit en dergelijke. Verder is er aantal relevante zaken, zoals laagvliegroutes, radarverstoringsgebieden, Natura2000 gebieden en relevante wettelijke beleidskaders voor de verdere ontwikkelingen als: Wet natuurbescherming Elektriciteitswet Bouwbesluit 7.4 . Procesbeschrijving Een initiatief voor een zonneveld kan op verschillende manieren van start gaan. Het kan zijn dat een agrariër over gronden beschikt, een professionele partij die zijn grond heeft verkregen of met de eigenaar ontwikkelt. Ook bewonerscollectieven een initiatief opstarten. Afhankelijk van het initiatief kan dit proces sneller of minder snel worden doorlopen. Het is wel zaak dat de initiatiefnemers de omgeving/omwonenden betrekken binnen het proces met het oog op draagvlak. Daarvoor is ook het beleidskader participatie vastgesteld. Overigens kunnen al naar gelang, aard en omvang van een aanvraag ook andere overheden een rol spelen in het besluitvormings- en/of vergunningsproces. Denk hierbij aan provincie of waterschap. Een belangrijk is hierbij zeker de vraag of het initiatief voor “eigen gebruik” of (ook) voor “productie voor het net” is. Dat laatste is namelijk bepalend voor de vraag of participatie aspecten als 50% eigendom en/of de bijdrage aan het omgevingsfonds een rol spelen. Plantoelichting Initiatiefnemers worden verzocht een plan op te stellen waarin de volgende onderdelen zijn uitgewerkt: Inrichting Participatie Beëindiging Planonderdelen Toelichting Inrichting De initiatiefnemer presenteert een ontwerp inclusief een toelichting. In het ontwerp en de toelichting laat de initiatiefnemer zien hoe de randvoorwaarden en aanwijzingen zijn verwerkt. Een overzichtsplattegrond met doorsnedes is zeer gewenst, waar mogelijk aangevuld met tekeningen, fotobewerkingen of ander beeldmateriaal. Participatie De initiatiefnemer geeft aan voor welke vorm van participatie met de omgeving zij kiest en hoe belanghebbenden betrokken worden in het proces. Op basis van de participatieladder beschrijft de initiatiefnemer de mate van betrokkenheid (informeren, consulteren, ad hoc of structureel betrekken, etc.). De initiatiefnemer stelt het zonneveld voor 50% open voor lokaal eigendom. In het plan is beschreven op welke manier dit gebeurt. De initiatief nemers draagt per geproduceerde MW een bijdrage aan het omgevingsfonds af. Beëindiging De initiatiefnemer geeft aan dat hij aan het einde van de termijn zorgt dat de zonnevelden worden opgeruimd en het gebied bij eventuele schade wordt hersteld. Op basis van de weging van dit uiteindelijke plan verstrekt de gemeente wel of geen vergunning. In bijlage III staat een beschrijving van de hoofdlijnen van de huidige procedure na indiening van een verzoek bij de gemeente Buren of de ODR. Met het in werken van de omgevingswet zal die wijzigen. Het nieuwe vergunning proces onder de omgevingswet is nu nog in ontwikkeling. Behandeling van initiatieven Algemeen Initiatieven worden getoetst op een aantal gegeven uitgangspunten en dan is te denken aan: Lokaal rendement Nog beschikbare ruimte Ruimtelijke inpassing Draagvlak omwonenden Afstemmingsmogelijkheden met andere initiatieven Planning in relatie tot de mogelijkheden van de netcapaciteit Dit kan zorgen voor een afgestemde ruimtelijke ontwikkeling en realisatie, maar ook voor een doelmatig ‘toelatingsproces’ het totale maximum voor de “categorie” overschreden mocht worden. De gedachte hierachter is dat er geen aanbesteding of concessie kan zijn, omdat de gemeente geen eigenaar van de gronden is. De gemeente kan daarom alleen richting geven via beleidskaders en vergunningsverlening. Als dat geen optie is, kan er teruggevallen worden op ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Het kan nodig zijn om in het vervolg van de ontwikkeling meerdere initiatieven voor een zelfde deel van een zoekgebied samen te brengen in één projectaanpak. Dit kan als er naast een windinitiatief ook een zoninitiatief is, of als er aangrenzende initiatieven zijn. Dat vraagt een integrale ruimtelijke benadering om de ontwikkelingen en hun impact op elkaar af te stemmen. Dit geldt richting inwoners, natuur en landschap en het ruimtelijke beeld. Verdere relevante aspecten hierbij zijn: Voor zonnevelden van minder dan 200 MW of kleiner dan 125 ha bestaat geen MER-beoordelingsplicht. Per locatie is het maatwerk welke onderzoeken naar milieueffecten moeten worden uitgevoerd. Grote windmolenprojecten zijn MER-plichtig, maar voor de projecten op de schaal van Buren lijkt een zogenaamde vormvrije MER voldoende te zijn. Het advies is dat bij de ODR na te gaan, in het kader van vergunningverleningsproces. In de pilotvoorstellen voor windmolens bij bedrijven of woningen zullen we aangeven of hier ook een vormvrije RES nodig is. Archeologisch onderzoek Als zonnepanelen op de grond geplaatst worden, dan is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Gaat de aanleg dieper dan 30 centimeter de grond in, dan is archeologisch onderzoek vaak verplicht. Bij wind ligt dit, gezien de diepere funderingen, anders. Bibob De Wet Bibob staat voor de ‘Wet Bevordering Integriteits-beoordelingen door het openbaar bestuur’ en is een preventief bestuursrechtelijk instrument dat wil voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert met een vergunning en dat er bovendien voor wil zorgen dat de concurrentiepositie van bonafide ondernemers wordt beschermd. In Nederland zijn bij verschillende windmolen- en zonneparkprojecten dubieuze initiatiefnemers betrokken geweest. De wet Bibob heeft wind- en zonneparken ook aangewezen als risicocategorie. In principe moet iedere aanvraag in de risicocategorie onderzocht worden. De Omgevingswet Met het inwerking treden van de Omgevingswet zal een aanvrager in het voortraject voor de afstemming (en overeenstemming) met de omgeving moeten zorgen. Voor kleinere aanvragen gaan er wellicht lichtere eisen gelden. Het is dan ook verstandig dat initiatiefnemers of aanvragers zich goed laten informeren over de dan geldende procedures en voorwaarden. Beleidsregels Het gaat dan in de meeste gevallen ook om de ruimtelijke inpassingseisen en de afweging van de verschillende waarden van een locatie. Dat gaat onder andere om: Cultuurhistorische waarden Natuur en landschap Recreatie Agrarische waarde Impact op omwonenden. Dat kan betekenen dat ontwikkelingen in principe niet mogelijk zijn in gebieden met een beschermde status, zoals een beschermd dorpsgezicht of weidevogelgebied. 7.5 . Participatie en communicatie In het voortraject van het beleidskader 2021 is op verschillende manieren ruimte geweest voor betrokkenheid, inspraak en meedenken. Om te beginnen waren er verschillende stakeholders, zoals belangengroepen en lokale organisaties, betrokken bij de ruimteateliers van de RES. Recent hebben in september drie inwonersbijeenkomsten plaatsgevonden met ongeveer 65 inwoners die hun denkbeelden, meningen en suggesties hebben gegeven over een aantal inrichtingsvragen, waaronder de drie denkrichtingen. Ook is door de Jongerenraad Buren een Instagram-poll onder jongeren uitgezet. Na de besluitvorming zijn voor het realiseren van projecten draagvlak en een goede communicatie met omwonenden absolute voorwaarden. Daarbij wordt een actieve inzet van de initiatiefnemer gevraagd. Als gemeente hebben we hier ook een rol in en zullen we daar ook op toe zien. In het beleidskader participatie is verder uitgewerkt hoe inwoners direct bij projecten betrokken kunnen worden. Het gaat dan om bijvoorbeeld planschade, lokaal eigendom, omgevingsfonds en andere regelingen. Zo kunnen inwoners ook financieel participeren bijvoorbeeld via een corporatie en zo is er ook lokaal rendement. Verder is er ruimte in de nota voor lokale initiatieven van inwoners of collectieven buiten de zoekgebieden. 7.6 . Netcapaciteit Een aandachtpunt bij het ontwikkelen van met name de wat grotere zon en windprojecten is de beschikbaarheid van een netaansluiting. Initiatiefnemers wordt geadviseerd bij Liander te informeren naar de lokale (on)mogelijkheden. Er zijn overigens aanvullende maatregelen denkbaar om het effect daarvan te verminderen bijvoorbeeld door lokaal/ter plekke energie tijdelijk op te slaan. Dat kan dan later zelf gebruikt worden of geleverd aan te net. Een gedegen voorbereiding is wat dat betreft dan ook essentieel.

Rechtspraak bij dit artikel