De vergunningplicht uit artikel 3 geldt niet voor:

  • - dode bomen of de Amerikaanse Vogelkers (meldingsplicht);
  • - houtopstanden die vanwege grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang moeten worden geveld en hiervoor door de burgemeester toestemming is verleend (noodkap);
  • - het snoeien tot 25% van de kroon van een houtopstand;
  • - uit populieren of niet-geknotte wilgen bestaande:
    • - wegbeplantingen;
    • - beplantingen langs waterwegen, of
    • - éénrijige beplantingen langs landbouwgronden;
  • - naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;
  • - kweekgoed;
  • - het periodiek vellen van hakhout dat eerder met vergunning is afgezet, dit ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
  • - het uitvoeren van een dunning;
  • - het periodiek knotten of kandelaberen als cultuur- of onderhoudsmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten;
  • - uit populieren, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtig biomassa, indien zij:
    • - tenminste eens per 10 jaar worden geoogst,
    • - bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en
    • - zijn aangelegd na 1 januari 2013; of,
  • - een houtopstand die moet worden geveld op grond van artikel 10, krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college.