Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3

Afwegingskader tijdelijk briefadres artikel 2 lid a

Onderdeel van Beleidsregels Briefadres Gemeente Maashorst

1.. Uitgangspunt is het woonadres: wanneer duidelijk is dat er sprake is van een woonadres, dient de inschrijving in de BRP met het betreffende woonadres plaats te vinden. Leidend uitgangspunt in de Wet BRP is dat de gemeente ingezetenen zo feitelijk mogelijk registreert, met het adres waar inwoners verblijven. Wanneer er twee of meer woonadressen zijn, wordt hierbij het adres aangehouden waar iemand gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten. Als het woonadres ontbreekt zoals hiervoor bedoeld, dan wordt het adres aangehouden waar iemand gedurende drie maanden tenminste twee derde van de tijd zal overnachten; 2.. Wanneer er geen briefadresgever is, dan zal de gemeente Maashorst in deze gevallen een briefadres moeten verstrekken. Als de betrokkene zelf geen aangifte doet, zal de gemeente ambtshalve een briefadres opnemen volgen de voorwaarden gesteld in art. 2 lid 5; 3.. Het is aan de gemeente om te beoordelen of er maatwerk nodig is; burgers kunnen dat niet als recht afdwingen. De gemeente mag daarbij medewerking van de inwoner verwachten. De gemeente heeft voor de BRP immers een inlichtingenplicht: de aanvrager briefadres/briefadreshouder moet aangeven waar hij feitelijk verblijf houdt. Er wordt samen met Sociaal Domein onderzocht of er hulpverlening gewenst is en of er een woonadres/opvang beschikbaar is al dan niet met hulpverlening op de woonlocatie; 4.. Het verblijf in het buitenland (anders dan artikel 2 lid 1 sub d of e) is geen reden voor een briefadres, gezien hier sprake is van een vast woonadres zoals beschreven in artikel 3 lid 1 en er geen redenen geldend zijn zoals beschreven in artikel 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel